Verwijzing voor gamma knife: vaak jongere patiënten met lager stadium NSCLC

Patiënten met niet-kleincellige longkanker (NSCLC) en synchrone hersenmetastasen die verwezen worden voor een gamma-knife-behandeling, zijn doorgaans jonger en hebben een lager tumorstadium. Dat concluderen Deirdre ten Berge (Gamma Knife Center, Tilburg) en collega’s in Clinical Oncology. Doordat met gamma-knife-behandeling een hoog niveau van lokale controle kan worden bereikt, biedt deze techniek aanzienlijke kansen voor aanvullende behandeling van de primaire longtumor. Extra onderzoek is nodig om na te gaan of meer patiënten met niet-kleincellige longkanker en hersenmetastasen potentieel baat kunnen hebben bij een gamma-knife-behandeling.

Er was tot dusver weinig bekend over verwijspatronen van patiënten met hersenmetastasen afkomstig van niet-kleincellige longkanker die worden doorverwezen voor radiochirurgie met behulp van gamma knife. In deze studie is daarom onderzoek gedaan naar de huidige klinische praktijk en prognose van patiënten na een gamma-knife-behandeling. In totaal werden 1.129 patiënten geïncludeerd die tussen 2008 en 2014 zijn gediagnosticeerd met niet-kleincellige longkanker en synchrone hersenmetastasen. Van deze groep kregen 242 patiënten een gamma-knife-behandeling. De gebruikte gegevens waren afkomstig uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR).

Resultaten

Patiënten die een gamma-knife-behandeling kregen, waren doorgaans jonger (62 jaar versus 64 jaar) en hadden een lager tumorstadium. Bij patiënten met een leeftijd van 62 jaar was het aandeel met een T2-tumor hoger (43%) vergeleken met patiënten van 64 jaar (33%), terwijl het aandeel patiënten met stadium T4 lager was, namelijk 19% bij 62 jaar versus 28% bij patiënten van 64 jaar. Bij patiënten van 62 jaar werden vaker géén uitzaaiingen in de lymfeklieren gevonden (klinisch lymfeklierstadium cN0 32%) versus 19% bij patiënten van 64 jaar. Ook werd bij 62-jarigen minder frequent een N3-ziekte gevonden (18% versus 29%) en hadden zij met minder lokalisaties met metastasen.

Multivariabele logistische regressieanalyse toonde aan dat alleen patiënten tot en met een leeftijd van 60 jaar (odds ratio 1,4) en patiënten met N0-stadium meer kans hadden op een gamma-knife-behandeling dan patiënten met stadium N2, N3 en NX (odds ratio respectievelijk 0,6, 0,3 en 0.3). Geslacht, tumorstadium, histologie, aantal comorbiditeiten, land van geboorte (etniciteit) en sociaaleconomische status bleken niet samen te hangen met het krijgen van een gamma-knife-behandeling.

Overleving

De mediane overleving van patiënten na een gamma-knife-behandeling (21% van de totale groep) was 9,6 maanden versus 4,0 maanden voor patiënten die deze behandeling niet kregen. Multivariabele analyse toonde aan een significant kleiner risico om te overlijden samenhangt met: een leeftijd tot en met 60 jaar, gamma-knife-behandeling, vrouwelijk geslacht, lager T-/N-stadium, minder dan twee comorbiditeiten, een adenocarcinoom en een hogere sociaaleconomische status. Dit sluit aan op bevindingen in de literatuur gebaseerd op de huidige score-instrumenten en richtlijnen. Een ruime meerderheid van de patiënten (80%) kreeg tijdens de follow-up tenminste één MRI-scan, waarvan bij 93% van de patiënten lokale intracraniële tumorcontrole werd bereikt bij de laatste follow-up.

Conclusie

Deirdre ten Berge en collega’s concluderen dat patiënten die zich presenteren met synchrone hersenmetastasen afkomstig van niet-kleincellige longkanker die worden doorverwezen naar een behandelcentrum voor een gamma-knife-behandeling doorgaans jonger zijn en een lager tumorstadium hebben. Vanwege een hoog niveau van lokale controle, biedt gamma-knife-behandeling aanzienlijke kansen voor aanvullende behandeling van de primaire tumor. Aanvullend onderzoek is nodig of meer patiënten met hersenmetastasen van niet-kleincellige longkanker potentieel baat kunnen hebben bij gamma-knife-behandeling.

Nabeschouwing

Vanwege de retrospectieve opzet kent deze studie enkele beperkingen. De heterogeniteit van de groep patiënten die geen gamma-knife-behandeling kreeg, belemmerde een-op-een vergelijkingen met patiënten die deze behandeling wel kregen. Omdat maar een relatief klein aantal niet-verwezen patiënten in aanmerking komt voor een directe chirurgische resectie, verwachten de onderzoekers dat het verstorend effect hiervan gering is. Een andere, waarschijnlijk, verstorende factor is de Karnofsky-score. Patiënten die in aanmerking kwamen voor gamma-knife hadden een Karnofsky-score boven 70, terwijl deze informatie ontbrak in de groep patiënten die deze behandeling niet kregen. Een goede Karnofsky-score wordt beschouwd als een gunstige prognostische factor en heeft dus waarschijnlijk invloed gehad op de waargenomen verwijspatronen in deze studie.

Gerelateerd

Proefschrift over betere diagnostiek & behandeling LCNEC

Pathologen en (long)oncologen worden bij de diagnose en behandeling van patiënten met grootcellig neuro‐endocrien longcarcinoom (LCNEC), een zeldzame vorm van longkanker, geconfronteerd met allerlei problemen. Jules Derks beschrijft in zijn proefschrift mogelijkheden die kunnen bijdragen aan betere diagnostiek en behandeling van deze ziekte. Zo kunnen patiënten met bevestigd LCNEC mogelijk voordeel hebben bij gecombineerde chemotherapie met platinum‐gemcitabine of platinum‐taxaan, een regime dat tot dusver bij patiënten met niet-kleincellig longcarcinoom werd ingezet.
 

lees verder