Voorkeursbehandelingen bij adeno- en plaveiselcelcarcinoom van de slokdarm

Neoadjuvante chemoradiotherapie plus chirurgie dient bij patiënten met curabel adenocarcinoom van de slokdarm als voorkeursbehandeling geadviseerd te worden. Bij patiënten met plaveiselcelcarcinoom van de slokdarm (met twee of meer comorbiditeiten of een leeftijd van 75 jaar of ouder) lijkt definitieve chemoradiotherapie tot vergelijkbare overlevingsresultaten te leiden als neo-adjuvante therapie gevolgd door een resectie. Dat concluderen Zohra Faiz (UMC Groningen) en collega’s in Annals of Surgical Oncology op basis van onderzoek met gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Extra prospectieve studies zijn volgens de onderzoekers nodig om tot een betere selectie van patiënten te komen.

In deze population-based studie is de impact van leeftijd en comorbiditeit beoordeeld op de keuze en uitkomsten van definitieve chemoradiotherapie versus neoadjuvante chemoradiotherapie plus chirurgie bij patiënten met potentieel curabele slokdarmkanker. Het gaat hierbij om alle patiënten met stadium cT1N+ / cT2-3, TX, elke cN, en cM0 die tussen 2004 en 2014 zijn gediagnosticeerd in Zuidoost-Nederland. De algehele overleving werd vergeleken met de Kaplan-Meier-methode en multivariabele Cox-regressieanalyse.

Resultaten

In totaal werden gegevens van 702 patiënten geïncludeerd. Een leeftijd van 75 jaar en ouder (odds ratio 8,6) en aanwezigheid van meerdere comorbiditeiten (odds ratio 3,1) hingen samen met een hogere kans op definitieve chemoradiotherapie vergeleken met neoadjuvante chemoradiotherapie plus chirurgie. De sterkste relaties werden gevonden voor de combinatie van hypertensie plus diabetes (odds ratio 3,8) en de combinatie cardiovasculaire aandoening met pulmonale comorbiditeit (odds ratio 3,2).


Patiënten met curabele adenocarcinoom van de slokdarm die definitieve chemoradiotherapie kregen, hadden een slechtere overleving dan patiënten die behandeld werden met neoadjuvante chemoradiotherapie plus chirurgie, ongeacht hun leeftijd en het aantal en type comorbiditeiten. In tegenstelling hiermee was de algehele overleving van patiënten met plaveiselcelcarcinoom met twee of meer comorbiditeiten of een leeftijd van 75 jaar of ouder vergelijkbaar tussen beide groepen.

Conclusies en nabeschouwing

Zohra Faiz en collega’s concluderen dat het histologische tumortype bij het maken van behandelkeuzes essentieel is bij patiënten met slokdarmkanker die ouder dan 75 jaar zijn of multipele comorbiditeiten hebben. Bij patiënten met potentieel curabel adenocarcinoom van de slokdarm dient neoadjuvante chemoradiotherapie plus chirurgie als voorkeursbehandeling gezien te worden. Bij patiënten met plaveiselcelcarcinoom van de slokdarm met twee of meer comorbiditeiten of een leeftijd van 75 jaar of ouder lijkt definitieve chemoradiotherapie tot vergelijkbare overlevingsresultaten te leiden als neo-adjuvante therapie gevolgd door een resectie. Voor een betere selectie van patiënten die baat kunnen hebben bij definitieve chemoradiotherapie zijn volgens de onderzoekers prospectieve studies nodig.
 

Gerelateerd

Vaker tweedelijnstherapie bij slokdarm- of maagkanker in hoogvolumecentra

handen prepareren infuuszak

Patiënten met uitgezaaid adenocarcinoom van slokdarm of maag die behandeld zijn met palliatieve eerstelijns systemsche therapie in ziekenhuizen met een hoog behandelvolume, krijgen vaker tweedelijnstherapie. Dat blijkt uit onderzoek van Willemieke Dijksterhuis (Amsterdam UMC en IKNL) en collega’s. Deze studie toont verder aan dat patiënten na tweedelijnsbehandeling met paclitaxel/ramucirumab een langere overleving hebben vergeleken met patiënten die monotherapie met taxanen ontvingen.

lees verder

HER2-gerichte therapie voor resectie lijkt haalbaar bij slokdarmadenocarcinoom

HER2-gerichte therapie voor resectie lijkt haalbaar bij slokdarmadenocarcinoom

Trastuzumab en pertuzumab toevoegen aan de huidige standaard neoadjuvante chemoradiotherapie is een haalbare en veilige behandeloptie voor patiënten met HER2-positief slokdarmadenocarcinoom. Dat blijkt uit een fase-II-studie van Charlotte Stroes (Amsterdam UMC, AMC) en collega’s. Een HER2-blokkade lijkt dus een haalbare, veelbelovende behandeloptie. Met name patiënten met een 3+ overexpressie en patiënten met een Grb7-positieve tumor hebben potentieel de grootste kans op een betere overleving na toevoegen van deze middelen.

lees verder