De rol van de huisarts in huidkankerzorg

In de discussies over de druk op de huidkankerzorg komt regelmatig de optie van substitutie van zorg - van het ziekenhuis naar de eerste lijn i.c. de huisarts - voorbij. Een tweetal recente publicaties, in Huisarts en wetenschap en het Nederlands Tijdschrift voor Dermatologie en Venereologie, bespreekt een aantal hiervoor te overwinnen hobbels en geeft daarmee aanleiding om niet slechts op één paard te wedden. Het lijkt de moeite waard ook over andere alternatieven voor de huidkankerzorg na te denken.

Huisarts en wetenschap (januari 2020)

Noels en collega’s gingen na welke opvattingen huisartsen en dermatologen hebben over substitutie van laagrisicohuidkankerzorg (rondom laag risico basaalcelcarcinomen), door middel van 40 interviews1 (18 dermatologen en 22 huisartsen). Daarnaast onderzochten ze potentiele barrières die de substitutie van zorg belemmeren en strategieën die deze bevorderen. Verder gingen ze - door middel van 3 focusgroepgesprekken (met in totaal 18 huisartsen) - na wat volgens huisartsen met een aangetoonde interesse in substitutie van huidkankerzorg praktische interventies zijn om deze substitutie te bevorderen. Ze beschrijven hun resultaten in het artikel 'Substitutie van laagrisicohuidkankerzorg naar de huisarts'.

De betrokken zorgverleners waren over het algemeen gematigd positief over substitutie van huidkankerzorg. Desondanks blijken substantiële barrières - zoals gebrek aan vertrouwen (zowel van de dermatologen als van de huisartsen zelf) in de kennis en kunde van huisartsen op het gebied van huidkankerzorg, gebrekkige samenwerking tussen huisartsen en dermatologen, gebrek aan tijd en financiële compensatie van de huisarts - een succesvolle implementatie op dit moment in de weg te staan.

Ideeën voor bevorderen subsitutie

Maatregelen die volgens de deelnemers de substitutie kunnen bevorderen zijn dermato-oncologiescholing voor huisartsen en het verbeteren van samenwerking tussen de lijnen. Huisartsen verwachten daarnaast inspanningen van dermatologen om hun vertrouwen en dat van patiënten in huisartsen te verhogen, en compensatie in tijd en geld. Ook geclusterde spreekuren, horizontaal verwijzen, anderhalvelijnszorg en praktijkverkleining kunnen volgens de deelnemers substitutie faciliteren.

1 De interviews vonden plaats vlak vóórdat de NHG-Standaard Verdachte huidafwijkingen uitkwam.

Nederlands Tijdschrift voor Dermatologie en Venereologie (maart 2020)

Terwijl het bordje van de huisarts al vol ligt, ervaart de huisarts ook een toegenomen vraag om moedervlekken en andere plekken te beoordelen, schrijven Wakkee en Eekhof in het artikel 'Huidkankerzorg door de huisarts'. De sensitiviteit van de huisarts voor het herkennen van huidkanker is echter relatief laag. Daarnaast zijn er initiatieven om laag-complexe dermatologie als onderwerp voor substitutie naar voren te schuiven. Wakkee en Eekhof vragen zich af hoe haalbaar dit is voor de huisarts en wat we kunnen leren van initiatieven uit de afgelopen jaren waarmee is geprobeerd de huisarts een grotere rol in dermatologische diagnostiek en behandeling te geven.

De auteurs geven aan dat er in de afgelopen jaren meerdere dermatologische initiatieven zijn gestart om de huidkankerzorg in de eerste lijn te verbeteren. De meeste initiatieven vallen onder een vorm van anderhalvelijnszorg waarbij de dermatoloog met name ingezet wordt bij de diagnostiek en het opstellen van een behandelplan voor laag-complexe dermatologische vragen. Een tweede groep initiatieven is gericht op het bevorderen  van de dermatologische kennis van de huisartsen. De laatste groep betreft teledermatologie al dan niet in combinatie met dermatoscopie.

Huidige problematiek substitutie

Hoewel de meeste huisartsen mee willen werken aan dergelijke initiatieven om de kwaliteit van hun dermatologische zorg te verbeteren, hebben de ontplooide initiatieven laten zien dat structurele financiering vaak niet mogelijk is. Ook lijken pogingen om de dermatologische kennis van huisartsen te vergroten weinig succes te hebben, omdat het bijscholen tijdrovend is en de huisarts uiteindelijk veel dermatologische aandoeningen niet vaak genoeg ziet om zijn of haar kennis op peil te houden. Dit laatste zal bij eventuele praktijkverkleining nog relevanter zijn.

Het lijkt de auteurs dus tijd om buiten de al gebaande paden te denken, waarbij mogelijk innovatieve technieken gebaseerd op artificial intelligence waarmee snelle, betrouwbare (dermatologische) diagnostiek mogelijk is, een belangrijke rol kunnen gaan spelen.

Gerelateerd

Ook patiënten met dun melanoom (1 mm) stratificeren in hoog of laag risico 

Ook patiënten met dun melanoom (1 mm) stratificeren in hoog of laag risico 

Hoewel de prognose van patiënten met een dun melanoom (Breslow-dikte 1 mm) uitstekend is op populatieniveau, kunnen sommige patiënten sterven aan de gevolgen van een dun melanoom. Daarom zouden deze patiënten beter gestratificeerd moeten worden in hoog of laag risico, omdat dit diagnostische en therapeutische consequenties heeft in tijden van gepersonaliseerde zorg. Dat stellen Loes Hollestein (Erasmus MC, IKNL) en Tamar Nijsten (Erasmus MC) in een commentaar in de British Journal of Dermatology.

lees verder

Controleonderzoek leidt tot detectie van melanoom bij patiënten met atypische naevi

Uit onderzoek van Rauwerdink en collega’s van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) naar de vroegdiagnostiek van melanoom bij patiënten met multipele atypische melanocytaire naevi is gebleken dat jaarlijks dermatologisch onderzoek leidt tot opsporing van een substantieel aantal melanomen dat niet door de patiënt was opgemerkt. Vooral patiënten met atypische naevi die een lichte huid hadden met tekenen van zonneschade bleken een hoger risico te hebben op melanoom.

lees verder