Gepersonaliseerde follow-up: betere risico-inschatting & lagere zorgkosten

Gepersonaliseerde follow-up: betere risico-inschatting & lagere zorgkosten

De follow-up baseren op de individuele risico-inschatting van locoregionale recidieven kan bijdragen aan verlaging van het aantal follow-up-afspraken en levert een besparing op de zorgkosten. Teresa Draeger (Universität Regensburg, Universiteit Twente) geeft aan dat in de gebruikte simulatiemodellen, waarbij het INFLUENCE nomogram is gebruikt, een beperkt risico op vertraagde detectie van locoregionale recidieven wordt geaccepteerd.

Een belangrijk doel van de follow-up na primaire chirurgie van borstkanker is vroege detectie van eventuele locoregionale terugkeer van de ziekte. In deze studie worden twee gepersonaliseerde, gesimuleerde follow-up-schema’s vergeleken gebaseerd op een tijdsafhankelijk prognostisch model voor locoregionale terugkeer van borstkanker. Ook is de effectiviteit van deze follow-ups gekwantificeerd.

Studieopzet

De onderzoekers selecteerden chirurgisch behandelde patiënten met een vroeg stadium van borstkanker in de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) die tussen 2003 en 2008 zijn gediagnosticeerd. Met het INFLUENCE-nomogram werd de 5-jaarsoverleving geschat voor het optreden van locoregionale recidieven. Ook werden twee drempelwaarden voor de follow-ups gedefinieerd met een gevoeligheid van 95%.

De geschatte risico’s op een locoregionaal recidief werden gepresenteerd als basis voor het plannen van de follow-ups in de twee gesimuleerde schema’s. Het aantal potentieel bespaarde follow-up-bezoeken en de bespaarde kosten voor elk follow-up-schema werden vergeleken met de aanbevelingen in de huidige richtlijn en het geobserveerd gebruik van follow-ups in een trainings- en testcohort.

Resultaten

De onderzoekers berekenden twee drempelwaarden aan de hand van risicovoorspellingen van locoregionale recidieven van 30.379 patiënten met borstkanker gediagnosticeerd tussen 2003 tot 2006 (trainingscohort). De drempelwaarde leverde een follow-up-gevoeligheid op van 62,5% en een potentiële besparing van 62% van het aantal follow-up-bezoeken en een besparing van € 24,8 miljoen over vijf jaar.

Wanneer een drempelwaarde met 95% gevoeligheid werd gebruikt, daalde het aantal follow-up bezoeken met 17% met een besparing van € 7 miljoen ten opzichte van de huidige richtlijnen. Vergelijkbare resultaten werden verkregen door deze drempelwaarden toe te passen op een testcohort met 11.462 patiënten die gediagnosticeerd waren in 2007 of 2008. Vergeleken met de geobserveerde follow-ups in de klinische praktijk, is de potentiële kostenbesparingen beperkt.

Conclusie en aanbevelingen

Teresa Draeger en collega’s concluderen dat gepersonaliseerde follow-up-schema’s gebaseerd op de individuele risico-inschatting van locoregionale recidieven met behulp van het INFLUENCE-nomogram kunnen bijdragen aan verlaging van het aantal follow-up-bezoeken, mits een beperkt risico op vertraagde detectie van locoregionale recidieven van borstkanker wordt geaccepteerd. De prestaties van het model kunnen volgens de onderzoekers verder worden verbeterd door de architectuur flexibeler te maken door opname van meer diagnostische informatie (bijvoorbeeld MRI-scans) en inclusie van extra risicofactoren die de kans op locoregionale recidieven en tweede, primaire tumoren beïnvloeden. Ook kan de effectiviteit van follow-ups worden versterkt door de focus meer te richten op patiënten met een hoog risico.

Een sterk punt van deze studie is het gebruik van een omvangrijke hoeveelheid representatieve data uit de klinische praktijk verzameld door de Nederlandse Kankerregistratie. De generaliseerbaarheid van de uitkomsten van deze studie worden onderstreept door het feit dat de prestaties van nieuwe ontwikkelde strategieën veel gelijkenis vertonen met het trainingscohort en de onafhankelijke toets aan het testcohort. In de nabeschouwing gaan de onderzoekers in op een aantal aannames en mogelijk verstorende factoren.

Gerelateerd

Deelname bevolkingsonderzoek leidt tot daling gevorderd stadium borstkanker

Deelname bevolkingsonderzoek leidt tot daling gevorderd stadium borstkanker

Borsttumoren die gevonden worden tijdens het bevolkingsonderzoek naar borstkanker hebben, onafhankelijk van de gehanteerde definitie voor gevorderde borstkanker, minder vaak een gevorderd stadium. Dat blijkt uit een studie van Linda de Munck (IKNL) en collega’s. Impliciet geeft deze uitkomst  een indicatie dat vroege opsporing leidt tot een verschuiving van het tumorstadium en daarmee ook vermindering van de behandelgerelateerde last en sterfte door borstkanker.

lees verder

Huidige leeftijdsindeling voor follow-up van borstkanker is suboptimaal

Huidige leeftijdsindeling voor follow-up van borstkanker is suboptimaal

De huidige, op leeftijdsgroepen gebaseerde, aanbevelingen voor de follow-up volgend op de eerste vijf jaar follow-up van borstkanker zijn suboptimaal. Dat concluderen Annemieke Witteveen (Universiteit Twente) en collega’s aan de hand van een studie met gegevens van ruim 18.500 patiënten uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Om tot een echt gepersonaliseerde follow-up te komen, die het feitelijke risico op terugkeer van de ziekte beter reflecteert, dient met meer factoren rekening gehouden te worden.

lees verder