HER2-gerichte therapie voor resectie lijkt haalbaar bij slokdarmadenocarcinoom

HER2-gerichte therapie voor resectie lijkt haalbaar bij slokdarmadenocarcinoom

Trastuzumab en pertuzumab toevoegen aan de huidige standaard neoadjuvante chemoradiotherapie is een haalbare en veilige behandeloptie voor patiënten met HER2-positief slokdarmadenocarcinoom. Dat blijkt uit een fase-II-studie van Charlotte Stroes (Amsterdam UMC, AMC) en collega’s. Een HER2-blokkade lijkt dus een haalbare, veelbelovende behandeloptie. Met name patiënten met een 3+ overexpressie en patiënten met een Grb7-positieve tumor hebben potentieel de grootste kans op een betere overleving na toevoegen van deze middelen.

Circa 15% tot 43% van de slokdarmadenocarcinomen zijn humane epidermale groeifactor 2 positief (HER2-positief). Omdat tweevoudige blokkade van HER2 een overlevingsvoordeel laat zien bij patiënten met borstkanker, is in deze fase-II-studie (TRAP-studie) de haalbaarheid onderzocht van het toevoegen van trastuzumab en pertuzumab aan neoadjuvante chemoradiotherapie bij patiënten met slokdarmadenocarcinoom.

Studieopzet

Patiënten met resectabel HER2-positief slokdarmadenocarcinoom werden behandelend met standaard neoadjuvante chemotherapie (carboplatin en paclitaxel) en 41,4 Gy radiotherapie volgens het CROSS-schema. Aanvullend kregen zij 4 mg/kg trastuzumab op dag een, 2 mg/kg per week gedurende twee tot zes weken, vervolgens 6 mg/kg per week tijdens week zeven, tien en dertien en 840 mg pertuzumab elke drie weken.

Het primaire eindpunt was de haalbaarheid van deze nieuwe behandelcombinatie, gedefinieerd als ‘80% van de patiënten kan behandeling met zowel trastuzumab als pertuzumab afronden’. Ook werd een verkennende vergelijking van de overleving uitgevoerd, waarvoor een cohort patiënten uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) werd geselecteerd die de standaard neoadjuvante chemoradiatie ontvingen. Middels propensity score matching werden aan patiënten uit de TRAP-studie vergelijkbare patiënten uit de NKR gekoppeld. Ook voerden de onderzoekers verkennende analyses uit naar farmacokinetische eigenschappen en biomarkers.

Resultaten

an de veertig geïncludeerde patiënten (78% man, mediane leeftijd 63 jaar) volbrachten 33 patiënten (83%) de behandelingen met trastuzumab en pertuzumab. Er werden geen onverwachte veiligheidsrisico’s waargenomen. Bij alle patiënten die een chirurgische behandeling kregen, werd een R0-resectie bereikt; bij dertien patiënten (34%) was dat met een complete pathologische respons. De 3-jaarsprogressievrije en algehele overleving was 57% respectievelijk 71% bij een mediane follow-up van 32 maanden.

Vergeleken met het cohort patiënten uit de NKR die de standaardbehandeling kregen, werd bij patiënten na behandeling met trastuzumab en pertuzumab een significant langere, algehele overleving waargenomen (hazard ratio 0,58; 95% betrouwbaarheidsinterval 0,34 tot 0,97). Analyse van de farmacokinetische eigenschappen leverde geen correlatie op met overleving of pathologische respons. Patiënten met een 3+ overexpressie van HER2 of een tumor met een positieve eiwitgebonden groeireceptor 7 (Grb7) bij diagnose, vertoonden een significant betere overleving respectievelijk reactie op de behandeling.

Conclusie en aanbevelingen

Charlotte Stroes en collega’s concluderen dat de toevoeging van trastuzumab en pertuzumab aan de standaard neoadjuvante chemoradiotherapie bij patiënten met HER2-positief slokdarmadenocarcinoom een haalbare en veilige behandeloptie is. De uitkomsten van deze studie tonen verder aan dat HER2-blokkade een potentieel veelbelovende behandeling is vergeleken met een controlegroep uit de NKR. Patiënten met een 3+ overexpressie van HER2 en patiënten met een Grb7-positieve tumor hebben potentieel grootste kans op een betere overleving en reactie na toevoeging van trastuzumab en pertuzumab aan de standaardbehandeling.

In de discussie wijzen de onderzoekers er op dat een gerandomiseerde fase-III-studie noodzakelijk is om deze bevindingen te bevestigen, aangezien in onderhavige studie gegevens ontbraken van een HER2-positieve controlegroep. Tumoren met een 3+ overexpressie van HER2 en Grb7-positieve tumoren kunnen mogelijk in een fase-III-studie dienen als biomarkers om de overleving respectievelijk behandelrespons te voorspellen.

Gerelateerd

Vaker tweedelijnstherapie bij slokdarm- of maagkanker in hoogvolumecentra

handen prepareren infuuszak

Patiënten met uitgezaaid adenocarcinoom van slokdarm of maag die behandeld zijn met palliatieve eerstelijns systemsche therapie in ziekenhuizen met een hoog behandelvolume, krijgen vaker tweedelijnstherapie. Dat blijkt uit onderzoek van Willemieke Dijksterhuis (Amsterdam UMC en IKNL) en collega’s. Deze studie toont verder aan dat patiënten na tweedelijnsbehandeling met paclitaxel/ramucirumab een langere overleving hebben vergeleken met patiënten die monotherapie met taxanen ontvingen.

lees verder

Trends in behandeling en overleving proximale slokdarmkanker in Nederland

Trends in behandeling en overleving proximale slokdarmkanker in Nederland

De algehele overleving van patiënten met niet-gemetastaseerde proximale slokdarmkanker is in Nederland sinds 1989 significant verbeterd. Waarschijnlijk hangt dit samen met het frequenter aanbieden van chemoradiotherapie. Ondanks de toegenomen overleving is de absolute overleving van deze patiënten op lange termijn nog steeds slecht, zo blijkt uit onderzoek van Judith de Vos-Geelen, Maastricht UMC en Valery Lemmens van IKNL. Bij patiënten met gemetastaseerde ziekte was er weinig verbetering zichtbaar in de overleving tussen 1989 - 2014.

lees verder