Huidige leeftijdsindeling voor follow-up van borstkanker is suboptimaal

Huidige leeftijdsindeling voor follow-up van borstkanker is suboptimaal

De huidige, op leeftijdsgroepen gebaseerde, aanbevelingen voor de follow-up volgend op de eerste vijf jaar follow-up van borstkanker zijn suboptimaal. Dat concluderen Annemieke Witteveen (Universiteit Twente) en collega’s aan de hand van een studie met gegevens van ruim 18.500 patiënten uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Om tot een echt gepersonaliseerde follow-up te komen, die het feitelijke risico op terugkeer van de ziekte beter reflecteert, dient met meer factoren rekening gehouden te worden.

Als de eerste vijf jaar van nacontrole na borstkanker voorbij zijn, zijn de Nederlandse richtlijnen voor nacontrole vanaf het zesde jaar na diagnose gebaseerd op leeftijdsgroepen. Voor vrouwen tot 60 jaar geldt een jaarlijkse follow-up, een tweejaarlijkse voor vrouwen in de leeftijd 60 tot 75 jaar en géén follow-up voor vrouwen boven 75 jaar. In deze studie is onderzocht of het risico op terugkeer van de ziekte overeenkomt met deze ‘consensus-based’ aanbevelingen. Ook is een vergelijking gemaakt met het risico op primaire borstkanker bij vrouwen die in aanmerking komen voor het bevolkingsonderzoek naar borstkanker.

Studieopzet

De onderzoekers selecteerden alle vrouwen (n= 18.568) gediagnosticeerd met een vroeg stadium van borstkanker in 2003 of 2005 uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). De cumulatieve incidentie voor locoregionale recidieven en tweede primaire tumoren werd bepaald voor een follow-up-termijn van vijf en tien jaar. De gevonden risico’s werden vergeleken met het risico op borstkanker bij vrouwen die in aanmerking komen voordeelname aan het bevolkingsonderzoek. Alternatieve afkappunten voor leeftijd werden gedetermineerd met log-rank-testen.

Resultaten

Het cumulatieve risico voor het ontwikkelen van locoregionale recidieven en tweede primaire tumoren was lager bij vrouwen tot 60 jaar die een jaarlijkse follow-up kregen (5,9%), vergeleken met vrouwen in de leeftijd 60 tot 75 jaar (6,3%) met een minder intensieve, tweejaarlijkse follow-up. Deze contradictie wordt veroorzaakt door het relatief lage risico in de groep 50-60-jarigen die het risico voor de gehele groep verlaagden, inclusief de groep jonge vrouwen (jonger dan 45 jaar bij diagnose) met een hoger risico. Alle risico’s waren hoger dan het 5-jaarsrisico op een primaire tumor onder vrouwen in de screeningsleeftijd (50-74 jaar) (bereik 1,4% tot 1,9%).

Alternatieve afkappunten voor de leeftijden tot 50 jaar, 50-69 jaar en ouder dan 69 jaar lieten een betere risicodifferentiatie zien die beter aansluit op de feitelijke risico’s. Deze aangepaste leeftijdsverdeling kan het startpunt zijn voor betere follow-up-schema’s. Desondanks bleken andere factoren, waaronder systemische behandelingen, een grotere impact te hebben op het risico van terugkeer van de ziekte.

Conclusie en implicaties

Annemieke Witteveen en collega’s concluderen dat in huidige consensus-based aanbevelingen suboptimale afkappunten voor leeftijden worden gehanteerd die niet het feitelijke risico op terugkeer van de ziekte reflecteren. Dit kan er toe leiden dat vrouwen met een hoger risico minder nazorg ontvangen dan lotgenoten met een lager risico op een recidief. De voorgestelde, alternatieve afkappunten kunnen een begin zijn naar een meer op risicogebaseerde follow-up en efficiënter en gebalanceerder gebruik van de zorgcapaciteit.

Om een echt gepersonaliseerde follow-up te realiseren, gebaseerd op het recidiefrisico, dient echter ook rekening gehouden te worden met andere factoren. Want, zo stellen de onderzoekers, met enkel leeftijd, of enig andere, enkelvoudige factor lukt het niet om de risicoverschillen te vangen. Deze zijn dus niet voldoende om de follow-up goed te bepalen. Om een echt gepersonaliseerde, individuele follow-up (volgend op de eerste vijf jaar follow-up) te realiseren die gebaseerd is op het risico op terugkeer van de ziekte, dienen meer risicofactoren betrokken te worden.

Gerelateerd

Gepersonaliseerde follow-up: betere risico-inschatting & lagere zorgkosten

Gepersonaliseerde follow-up: betere risico-inschatting & lagere zorgkosten

De follow-up baseren op de individuele risico-inschatting van locoregionale recidieven kan bijdragen aan verlaging van het aantal follow-up-afspraken en levert een besparing op de zorgkosten. Teresa Draeger (Universität Regensburg, Universiteit Twente) geeft aan dat in de gebruikte simulatiemodellen, waarbij het INFLUENCE nomogram is gebruikt, een beperkt risico op vertraagde detectie van locoregionale recidieven wordt geaccepteerd.

lees verder

Deelname bevolkingsonderzoek leidt tot daling gevorderd stadium borstkanker

Deelname bevolkingsonderzoek leidt tot daling gevorderd stadium borstkanker

Borsttumoren die gevonden worden tijdens het bevolkingsonderzoek naar borstkanker hebben, onafhankelijk van de gehanteerde definitie voor gevorderde borstkanker, minder vaak een gevorderd stadium. Dat blijkt uit een studie van Linda de Munck (IKNL) en collega’s. Impliciet geeft deze uitkomst  een indicatie dat vroege opsporing leidt tot een verschuiving van het tumorstadium en daarmee ook vermindering van de behandelgerelateerde last en sterfte door borstkanker.

lees verder