OK-ruimte infuus

Kans op radicale cystectomie verschilt tussen diagnoseziekenhuizen

Sinds de invoering van volumenormen voor blaasverwijdering (radicale cystectomie) is de behandelvariatie tussen ziekenhuizen in Nederland afgenomen. Maar de kans op het krijgen van een radicale cystectomie verschilt nog steeds tussen diagnoseziekenhuizen en heeft invloed op de algehele 2-jaarsoverleving van deze patiënten. Dat blijkt uit onderzoek van Dorien Ripping (IKNL) en collega’s. Factoren die een rol spelen zijn leeftijd, tumorstadium, sociaaleconomische status, ziekenhuistype en het cystectomievolume van per ziekenhuis.

Radicale cystectomie vindt steeds vaker gecentraliseerd plaats in gespecialiseerde behandelcentra. Blaaskanker wordt echter ook nog steeds gediagnosticeerd in alle Nederlandse ziekenhuizen. In deze studie is de variatie geëvalueerd tussen diagnoseziekenhuizen en de kans dat patiënten een radicale cystectomie krijgen, vóór en ná invoering van volumenormen voor deze chirurgische behandeling. Het doel was factoren te identificeren die samenhangen met deze variatie en de impact hiervan te onderzoeken op de overleving van deze patiënten.

Studieopzet

De onderzoekers identificeerden alle patiënten met spierinvasieve blaaskanker zonder afstandsmetastasen (cT2-4a,N0/X,M0/X) die tussen 2008 en 2016 zijn gediagnosticeerd en opgenomen in de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Met meervoudige logistische regressieanalyses werden de kansen onderzocht op het krijgen van een cystectomie. Daarna werden met proportionele Cox-regressieanalyses, na correctie voor specifieke patiënt- en tumorkenmerken, gekeken naar het effect van de variatie in cystectomieën op de overleving van deze patiënten.

Resultaten

Bij 4.513 (49%) van de geïncludeerde patiënten (totaal 9.215) werd de blaas verwijderd. Het percentage radicale cystectomieën varieerde tussen 7% en 83% per diagnoseziekenhuis vóór introductie van de eerste volumenormen (minimaal 10 cystectomieën in 2008-2009). Deze variatie nam enigszins af tot 17% - 77% na invoering van de tweede volumenormen (minimaal 20 cystectomieën in 2015-2016). Patiënten met een hogere leeftijd, hoger cT-stadium en aanwezigheid van comorbiditeit(en) hadden een kleinere kans op het ondergaan van een radicale cystectomie, terwijl patiënten met een hogere sociaaleconomische status juist vaker een radicale cystectomie kregen.

Zowel diagnose in een regionaal ziekenhuis en/of diagnose in een ziekenhuis dat voldeed aan de volumenormen voor radicale cystectomie, hing samen met een toename van het aantal radicale cystectomieën ten opzichte van academische ziekenhuizen en ziekenhuizen die niet voldeden aan de volumenormen. Voor elke 10% toename van het percentage radicale cystectomieën in diagnoseziekenhuizen, nam de gecorrigeerde 2-jaarsoverleving toe met 4% (hazard ratio 0,96; 95% betrouwbaarheidsinterval 0,94-0,98).

De algehele 2-jaarsoverleving steeg van 50% in 2008-2009 naar 54% in 2013-2014. Deze stijging kan volgens de onderzoekers niet worden toegeschreven aan een afname van post-operatieve sterfte. Na uitsluiting van patiënten die binnen 90 dagen na de operatie stierven, bleken patiënten gediagnosticeerd in 2013-2014 en 2015-2016 een significant betere overleving te hebben dan patiënten gediagnosticeerd in 2008-2009. De overlevingsverschillen zijn waarschijnlijk veroorzaakt doordat in 2013-2014 meer patiënten een cystectomie kregen (52,4%) dan in de periode 2008-2009 (45%).

Conclusie en aanbevelingen

Dorien Ripping en collega’s concluderen dat er variatie bestaat tussen ziekenhuizen en de kans op het krijgen van een radicale cystectomie en dat deze variatie invloed heeft op de algehele 2-jaarsoverleving van deze patiënten. Het krijgen van een radicale cystectomie hing samen met leeftijd, tumorstadium, sociaaleconomische status, ziekenhuistype en het voldoen aan de volumenormen van het diagnoseziekenhuis. Volgens de onderzoekers dient toekomstig onderzoek daarom gericht te zijn op het identificeren van specifieke patiënt-, tumor-, en ziekenhuiskenmerken die invloed uitoefenen op curatieve behandelingen.

De onderzoekers merken op dat de afname in behandelvariatie tussen ziekenhuizen na introductie van de volumenormen voor radicale cystectomie niet is verdwenen. Opmerkelijk is dat in de jaren 2015 - 2016 een coherent behandelpatroon tussen de regio’s werd waargenomen. Dit zou het gevolg kunnen zijn van de toegenomen samenwerking tussen lokale ziekenhuizen. In deze periode werd namelijk het multidisciplinair overleg geïntroduceerd voor patiënten met blaaskanker.

Gerelateerd

Blaaskanker bij vrouwen: alleen eerste twee jaar na diagnose hoger sterfterisico

Alleen eerste twee jaar na diagnose oversterfte door blaaskanker bij vrouwen

Vrouwen met blaaskanker hebben alleen in de eerste twee jaar na diagnose een hoger risico om te overlijden aan deze ziekte dan mannen. In de jaren daarna is het sterfterisico van mannen en vrouwen vergelijkbaar, zo blijkt uit onderzoek van Anke Richters (IKNL) en collega’s. Dat betekent dat bij vrouwen sprake is van een onderschatting van de oversterfte in de eerste twee jaar na diagnose. Mogelijk is een agressievere behandeling van vrouwen met blaaskanker gerechtvaardigd.

lees verder

CRAC-studie: radicale cystectomie versus blaassparende behandeling

IKNL is onlangs gestart met een wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van een blaassparende behandeling (door middel van chemoradiatie of brachytherapie) in vergelijking met een radicale cystectomie bij patiënten met een niet-gemetastaseerd spierinvasief urotheelcelcarcinoom van de blaas (de CRAC-studie; Comparison of Radical cystectomy And Chemoradiation). Dit onderzoek is een samenwerking tussen onderzoekers van IKNL,  radiotherapeuten, urologen, medisch oncologen gezondheidseconomen. Ook de patiëntvereniging Leven met blaas- of nierkanker is betrokken.

lees verder