Minder intensieve nacontrole bij melanoom is veilig en kosteneffectief

Minder intensieve nacontrole bij melanoom is veilig en kosteneffectief

Een minder intensieve nacontrole bij patiënten met melanoom (stadium IB-IIC) is een passend, veilig en kosteneffectief alternatief ten opzichte van het conventionele follow-up-schema zoals momenteel wordt geadviseerd in de Nederlandse melanoomrichtlijn. Dat concluderen Eric Deckers (UMC Groningen) en collega’s op basis van de uitkomsten van de melanoom follow-up studie (MELFO). Volgens de onderzoekers heeft een minder intensieve nacontrole, aangepast aan het stadium, geen negatief effect op enerzijds de kwaliteit van leven en anderzijds het tijdstip waarop patiënten een recidief ontwikkelen of komen te overlijden ten gevolge van melanoom.

In de MELFO-studie is een vergelijking gemaakt tussen het welbevinden, ontwikkelen van recidieven en aantal sterfgevallen bij patiënten met een vroeg stadium van melanoom tijdens een conventionele nacontrole (zoals aanbevolen in de Nederlandse richtlijn) en patiënten met een minder intensieve  en aan stadium aangepaste nacontrole, drie jaar na diagnose.

Studieopzet

In totaal werden 207 patiënten benaderd voor deelname, van wie 180 patiënten (87%) deelnamen aan een patiëntgerapporteerd onderzoek (PROM). Van deze groep werden 93 patiënten gerandomiseerd in een conventionele nacontrole en 87 patiënten in een experimentele, minder intensieve nacontrole. Alle geïncludeerde patiënten hadden pathologisch vergelijkbare AJCC-classificaties wat betreft stadium (IB-IIC) en lymfeklierstadiëring. Het responspercentage was 87%, de mediane leeftijd 57 jaar en 48% was man.

Bij diagnose vulden alle deelnemers de volgende vragenlijsten in: de State Trait Anxiety Inventory (State version), Cancer Worry Scale, Impact of Event Scale, en de RAND-36 Mental and Physical Component Scales. Drie jaar later vulden 110 patiënten de vragenlijsten nogmaals in, van wie 56 uit de groep met de conventionele nacontrole en 54 uit de groep met de experimentele nacontrole, terwijl 42 patiënten (23%) om onbekende redenen niet reageerde op de tweede uitnodiging.

Resultaten  

Herhaalde analyses van de variantie toonde een significant groepseffect aan met betrekking tot de ‘Impact of Event Scale’ ten gunste van de experimentele follow-up en de fysieke component op de ‘Mental and Physical Component scales’ ten gunste van de conventionele nacontrole. De gemiddelde scores voor ‘Impact of Event Scale’ en ‘Cancer Worry Scale’ namen over de tijd significant af, terwijl de scores op de ‘Mental and Physical Component scales’ toenamen. De omvang van de effecten was echter gering.

Tijdens de onderzoeksperiode ontwikkelden 25 patiënten een recidief of tweede primair melanoom, van wie 13 patiënten stierven binnen drie jaar. Analyse met proportionele Cox hazardmodellen toonde geen verschillen aan tussen beide groepen in recidiefvrije overleving (hazard ratio 0,71; betrouwbaarheidsinterval 0,32-1,58) en ziektevrije overleving (hazard ratio 1,24; betrouwbaarheidsinterval 0,42-3,71). De kosten per patiënt in Nederland waren na drie jaar 39% lager in de groep met de experimentele, minder intensieve nacontrole (berekend op basis van 77% van de patiënten).

Conclusie en nabeschouwing

Eric Deckers en collega’s concluderen dat de resultaten van deze studie het idee ondersteunen dat een minder intensieve nacontrole, aangepast aan het AJCC-stadium, een passend, veilig en kosteneffectief alternatief is voor patiënten met AJCC-stadium IB-IIC melanoom ten opzichte van de conventionele nacontrole zoals die wordt geadviseerd in de huidige Nederlandse melanoomrichtlijn. Anders geformuleerd: een minder intensieve follow-up heeft in ieder geval geen negatief effect op enerzijds de kwaliteit van leven van melanoom patiënten en anderzijds het tijdstip van het ontwikkelen van een recidief dan wel van overlijden

Wel wordt opgemerkt dat een significant hoger percentage patiënten in de groep met een minder intensieve nacontrole vaker een extra afspraak maakte met de medisch specialist vergeleken met patiënten met een conventioneel nacontrole. In de praktijk bleek echter dat de meeste patiënten slechts één extra afspraak maakten met hun specialist, waarmee een volledig follow-up-schema werd ondervangen. Bij bezoeken aan de huisarts werd een vergelijkbare trend waargenomen. De onderzoekers achten de kans daarom klein dat dit effect heeft gehad op de uitkomsten van dit onderzoek.

Minder stress

Patiënten met een minder intensieve nacontrole rapporteerden na één en na drie jaar een daling van stress- symptomen die over de tijd ook minder klinisch relevant werden. De uitkomsten van deze studie suggereren dus dat een minder intensieve nacontrole bijdraagt aan een betere kwaliteit van leven op korte en langere termijn. Daarnaast wordt, niet onbelangrijk, een aanzienlijke daling in de kosten van de nacontrole van het melanoom bereikt.

 

Gerelateerd

Ex-patiënten hebben voorkeur specifieke zorgverlener tijdens follow-up

Ex-patiënten die behandeld zijn vanwege prostaatkanker of een melanoom, hebben uiteenlopende voorkeuren als het gaat om specifieke zorgverleners tijdens de follow-up. Deze voorkeuren hangen onder andere samen met leeftijd, opleidingsniveau, geslacht en tevredenheid met de huisarts. Dat blijkt uit onderzoek van Lotte Huibertse (IKNL) en collega’s met behulp van het patiëntenvolgsysteem PROFILES. Volgens de onderzoekers geeft de gevonden variatie in voorkeuren aan dat er behoefte is aan follow-up-trajecten die meer zijn toegesneden op kankergerelateerde problemen. Daarnaast is er een dringende noodzaak om patiënten beter te informeren over (toekomstige) veranderingen in de nazorg. 

lees verder