Samenhang spiermassa en mortaliteit verschilt per sekse bij dikkedarmkanker

Samenhang spiermassa en mortaliteit verschilt per sekse bij dikkedarmkanker

De samenhang tussen spiermassa en mortaliteit verschilt tussen mannen en vrouwen met dikkedarmkanker. Dat concluderen Harm van Baar (WUR) en collega’s in Cancer Epidemiology, Biomarkers & Prevention. Welk mechanisme hier achter schuilgaat, moet nog worden opgehelderd. De uitkomsten van dit onderzoek geven aan dat het belangrijk is om meer aandacht te besteden aan seksegerelateerde verschillen en uitkomsten van oncologische behandelingen.

De samenhang tussen de spiermassa-index (spiermassa gecorrigeerd voor lichaamslengte), visceraal vetweefsel en onderhuids vetweefsel en mortaliteit onder patiënten met stadium I-III dikkedarmkanker kan verschillen tussen mannen en vrouwen. Tot dusver zijn er maar enkele studies verschenen, waarin deze specifieke gegevens zijn onderzocht bij mannen en vrouwen. In deze studie zijn de analyses daarom gestratificeerd voor mannen en vrouwen met stadium I-III dikkedarmkanker.

De onderzoekers bepaalden de spiermassa-index en het visceraal en onderhuids vetweefsel op basis van CT-scans ter hoogte van niveau L3 bij 1.998 patiënten met stadium I-III dikkedarmkanker die tussen 2006 en 2015 zijn gediagnosticeerd. Met behulp van ‘restricted cubic splines’ (RCS) werd de samenhang onderzocht tussen de spiermassa-index, visceraal en onderhuids vetweefsel en mortaliteit.

Resultaten

De gemiddelde leeftijd van de deelnemers was 68 jaar (± 10,5 jaar) en 58% was man. Gedurende een mediane follow-up van 4,3 jaren stierven 546 patiënten (27%). Bij mannen werd een significante, niet-lineaire samenhang gevonden tussen de spiermassa-index en mortaliteit, waarbij een lagere spiermassa-index samenhing met een hogere mortaliteit. Bij vrouwen werd geen significante associatie tussen de spiermassa-index en mortaliteit gezien.

Het onderhuids vetweefsel was zowel bij mannen als bij vrouwen niet-lineair geassocieerd met mortaliteit, waarbij minder onderhuids vetweefsel samenhing met een hogere mortaliteit. Verder komt uit de analyses naar voren dat het visceraal vetweefsel geen significante samenhang vertoont met de mortaliteit bij zowel mannen als vrouwen.

Conclusie en aanbevelingen

Harm van Baar en collega’s concluderen dat de samenhang tussen abdominale spiermassa en mortaliteit verschillend is voor mannen en vrouwen met dikkedarmkanker. Deze bevindingen geven aan dat het belangrijk is meer aandacht te besteden aan seksegerelateerde verschillen in lichaamssamenstelling en uitkomsten van oncologische behandelingen. Daarnaast stellen de onderzoekers dat deze studie het belang onderstreept van het gebruik van ‘splines’ om de relatie tussen lichaamssamenstelling en mortaliteit te onderzoeken met name wanneer de samenhang niet lineair is.

Nabeschouwing

Hoewel niet statistisch significant, is een interessante bevinding in deze studie dat een hogere spiermassa-index bij vrouwen samenhing met een verhoogde mortaliteit. Een mogelijke verklaring zou kunnen zijn dat meer spiermassa over het algemeen ook samenhangt met meer vetweefsel. De verhoogde mortaliteit zou het resultaat kunnen zijn van de aanwezigheid van meer vetweefsel. Echter, correctie voor totaal, visceraal of onderhuids vetweefsel in de analyses veranderde niets aan de resultaten. Het mogelijk hogere sterfterisico bij vrouwen met een hogere spiermassa-index kan volgens de onderzoekers dus niet worden verklaard op basis van meer vetweefsel.

Ook leeftijdgerelateerde veranderingen in spiermassa tussen mannen en vrouwen kunnen een rol spelen, maar het exacte mechanisme moet nog volledig worden opgehelderd. Dat geldt eveneens voor de bevinding dat een laag niveau van onderhuids vetweefsel mogelijk samenhangt met een toegenomen mortaliteitsrisico. Weinig onderhuids vetweefsel kan een teken zijn van minimale energiereserves wat eveneens een mogelijke verklaring kan zijn voor de verhoogde mortaliteit, aldus de onderzoekers.

Gerelateerd

Overleving ouderen (85 jaar en ouder) na colorectale chirurgie beïnvloedbaar

Onder zeer oude patiënten (85 jaar en ouder) met colorectale kanker blijft het sterftecijfer hoog in het eerste jaar na de behandeling. Dat concluderen Amanda Bos (IKNL) en collega’s in een studie met gegevens van ruim 52.000 patiënten uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) die tussen 2008 en 2013 zijn geopereerd. Hoewel de leeftijdsgebonden overlevingsverschillen verdwenen na correctie voor sterfte door andere oorzaken, zagen de onderzoekers gunstige trends in de tijd ten aanzien van de 1-jaarsmortaliteit na colorectale chirurgie. Deze bevinding onderstreept dat de overleving van ouderen na een ingrijpende operatie beïnvloedbaar is.

lees verder

Postoperatieve kloof oudere & jongere colorectale kankerpatiënten overbrugd

De verschillen in postoperatieve mortaliteit tussen oudere en jongere patiënten met colorectale kanker zijn tussen 2005 en 2016 sterk afgenomen in Nederland. Dat blijkt uit een publicatie van Nelleke Brouwer (Radboudumc) en collega’s in de European Journal of Cancer. In de laatste onderzoeksperiode (2015-2016) was de postoperatieve relatieve 1-jaarsoverleving voor oudere en jongere patiënten vrijwel gelijk. Deze informatie is van groot belang voor artsen en patiënten bij het samen kiezen voor een chirurgische behandeling. Volgens de auteurs is er geen noodzaak meer om chirurgie bij oudere patiënten met colorectale kanker te vermijden, mits er adequate, preoperatieve screening op kwetsbaarheid plaatsvindt én gedeelde besluitvorming.

lees verder