handen prepareren infuuszak

Vaker tweedelijnstherapie bij slokdarm- of maagkanker in hoogvolumecentra

Patiënten met uitgezaaid adenocarcinoom van slokdarm of maag die behandeld zijn met palliatieve eerstelijns systemsche therapie in ziekenhuizen met een hoog behandelvolume, krijgen vaker tweedelijnstherapie. Dat blijkt uit onderzoek van Willemieke Dijksterhuis (Amsterdam UMC en IKNL) en collega’s. Deze studie toont verder aan dat patiënten na tweedelijnsbehandeling met paclitaxel/ramucirumab een langere overleving hebben vergeleken met patiënten die monotherapie met taxanen ontvingen.

Palliatieve systemische therapie na eerstelijnsbehandeling kan zinvol zijn voor geselecteerde patiënten met adenocarcinoom van slokdarm of maag, maar de ervaringen met deze behandelingen kunnen beperkt zijn en ook variatie vertonen tussen ziekenhuizen. In deze population-based studie is het verband onderzocht tussen het volume aan systemische behandelingen per ziekenhuis en het geven van behandelingen na eerstelijnsbehandeling aan patiënten met adenocarcinoom van slokdarm of maag en het effect hiervan op hun overleving.

Studieopzet

Voor dit onderzoek werden patiënten geselecteerd met synchroon uitgezaaid adenocarcinoom van slokdarm of maag die tussen 2010 en 2017 zijn gediagnosticeerd en opgenomen in de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). De ziekenhuizen werden ingedeeld in volumekwartielen gebaseerd op gegeven systemische behandeling in de curatieve of palliatieve setting. De samenhang tussen het ziekenhuisvolume aan systemische behandeling en het geven van behandelingen na eerstelijnstherapie werd geëvalueerd met multivariabele regressieanalyses. De algehele overleving werd vergeleken tussen ziekenhuizen met een laag en hoog aantal behandelingen na eerstelijnstherapie.

Resultaten

Uit de analyses blijkt dat 606 van de 2.466 patiënten een behandeling kregen na een eerdere eerstelijnstherapie. Het aandeel van tweedelijns en volgende behandelingen steeg van 20% in 2010 naar 31% in 2017. De laagste ziekenhuisvolumes hingen onafhankelijk samen met een lager aantal tweedelijnsbehandelingen (odds ratio 0,62; 95% betrouwbaarheidsinterval 0,30-0,99) vergeleken met ziekenhuizen met het hoogste behandelvolume (odds ratio 0,67; 95% betrouwbaarheidsinterval 0,48-0,95).

De mediane algehele overleving was hoger voor alle patiënten in ziekenhuizen waar vaker tweedelijnstherapie werd gegeven, namelijk 7,9 versus 6,2 maanden. Tweedelijnsbehandeling met paclitaxel/ramucirumab werd het vaakste voorgeschreven en hing onafhankelijk samen met een langere, algehele overleving ten opzichte van behandeling met monotherapie met taxanen (hazard ratio 0,74; 95% betrouwbaarheidsinterval 0,59-0,92).

Conclusie en nabeschouwing

Willemieke Dijksterhuis en collega’s concluderen dat een hoger ziekenhuisvolume samenhangt met het vaker starten van tweedelijns systemische behandelingen bij patiënten met uitgezaaid adenocarcinoom van de slokdarm of maag. Met andere woorden: in hoogvolumeziekenhuizen krijgen patiënten met uitgezaaide slokdarm- of maagkanker vaker palliatieve, systemische therapie. Patiënten die een tweedelijnsbehandeling met paclitaxel/ramucirumab kregen, hadden een langere overleving vergeleken met patiënten behandeld met taxaan-monotherapie.

Een andere belangrijke bevinding in deze studie is dat de algehele overleving van álle patiënten beter was na palliatieve systemische behandeling (met of zonder tweedelijnsbehandeling) in ziekenhuizen waarin vaker behandeling tweedelijnstherapie werd gegeven ten opzichte van ziekenhuizen waarin dit minder vaak werd gegeven.

Verder tonen multivariabele analyses aan dat de hazard ratio’s voor sterfte daalden bij een hoger aantal behandelingen per ziekenhuis. Dit suggereert dat niet alleen patiënt-, tumor- en behandelkenmerken gerelateerd zijn aan betere behandeluitkomsten, maar ook andere factoren die mogelijk specifiek samenhangen met hoogvolumecentra, zoals een multidisciplinaire benadering en aanwezigheid van een goed uitgeruste zorginfrastructuur.

Gerelateerd

HER2-gerichte therapie voor resectie lijkt haalbaar bij slokdarmadenocarcinoom

HER2-gerichte therapie voor resectie lijkt haalbaar bij slokdarmadenocarcinoom

Trastuzumab en pertuzumab toevoegen aan de huidige standaard neoadjuvante chemoradiotherapie is een haalbare en veilige behandeloptie voor patiënten met HER2-positief slokdarmadenocarcinoom. Dat blijkt uit een fase-II-studie van Charlotte Stroes (Amsterdam UMC, AMC) en collega’s. Een HER2-blokkade lijkt dus een haalbare, veelbelovende behandeloptie. Met name patiënten met een 3+ overexpressie en patiënten met een Grb7-positieve tumor hebben potentieel de grootste kans op een betere overleving na toevoegen van deze middelen.

lees verder

Trends in behandeling en overleving proximale slokdarmkanker in Nederland

Trends in behandeling en overleving proximale slokdarmkanker in Nederland

De algehele overleving van patiënten met niet-gemetastaseerde proximale slokdarmkanker is in Nederland sinds 1989 significant verbeterd. Waarschijnlijk hangt dit samen met het frequenter aanbieden van chemoradiotherapie. Ondanks de toegenomen overleving is de absolute overleving van deze patiënten op lange termijn nog steeds slecht, zo blijkt uit onderzoek van Judith de Vos-Geelen, Maastricht UMC en Valery Lemmens van IKNL. Bij patiënten met gemetastaseerde ziekte was er weinig verbetering zichtbaar in de overleving tussen 1989 - 2014.

lees verder