Variatie in de behandeling van uitgezaaide dikkedarmkanker in Nederland

Variatie in de behandeling van uitgezaaide dikkedarmkanker in Nederland

Er bestaat in Nederland aanzienlijke praktijkvariatie in het voorschrijven van zogeheten ‘dure geneesmiddelen’ (bevacizumab, cetuximab en panitumumab) die volgens de landelijke richtlijn behoren tot de standaardbehandeling van uitgezaaide dikkedarmkanker. Dit blijkt uit onderzoek van Lotte Keikes (Amsterdam UMC) en collega’s uitgevoerd in twintig willekeurig gekozen Nederlandse ziekenhuizen in de periode 2008 en 2015. De onderzoekers onderstrepen het belang van goede monitoring en meer openheid bij het (beargumenteerd) afwijken van richtlijnen.

In deze studie werden ruim 2.000 patiëntendossiers geëvalueerd. Van deze patiënten kregen in totaal 1.307 patiënten systemische therapie. Het percentage patiënten dat ‘dure medicijnen’ kreeg voorgeschreven, varieerde tussen individuele ziekenhuizen en lag voor bevacizumab tussen 8% tot 92% en voor cetuximab/panitumumab tussen 10% tot 75%. Er was geen verschil in voorschrijfgedrag tussen de verschillende type ziekenhuizen (academisch versus topklinische ziekenhuizen versus perifeer).

Uit de analyses blijkt dat er een omgekeerde correlatie bestaat tussen het voorschrijven van ‘dure medicijnen’, een hogere leeftijd en meer comorbiditeit, maar deze patiëntkarakteristieken bleken tussen de individuele ziekenhuizen niet verschillend en zijn daarom geen verklaring voor de variatie tussen individuele ziekenhuizen. Patiënten die een behandeling kregen met een van deze ‘dure’ medicijnen hadden een langere overleving ten opzichte van patiënten die niet met deze middelen waren behandeld, zoals in eerdere studies is aangetoond.

Conclusie en aanbevelingen

Lotte Keikes en collega’s concluderen dat ziekenhuizen individueel beleid lijken te maken ten aanzien van het gebruik van ‘dure geneesmiddelen’. Dit beleid lijkt niet primair bepaald te worden door klinische aanbevelingen zoals beschreven in de landelijke richtlijn of door patiëntgebonden factoren. Deze studie geeft geen inzicht in de achterliggende redenen voor deze ongewenste praktijkvariatie, maar zeer waarschijnlijk spelen financiële factoren hierbij ook een rol.

Volgens de onderzoekers onderstrepen de uitkomsten van dit onderzoek het belang van goede monitoring van de behandeling van oncologische patiënten in de dagelijkse praktijk. Ook pleiten zij voor meer openheid ten aanzien van het (al dan niet goed beargumenteerd) afwijken van aanbevelingen in richtlijnen.

Gerelateerd

Adjuvante chemotherapie na resectie buikvliesuitzaaiingen dikkedarmkanker

Adjuvante chemotherapie na resectie buikvliesuitzaaiingen dikkedarmkanker

Patiënten met dikkedarmkanker met geïsoleerde synchrone buikvliesuitzaaiingen die na chirurgie adjuvante systemische chemotherapie krijgen lijken een betere algehele overleving te hebben dan patiënten die geen adjuvante systemische chemotherapie krijgen. Dat blijkt uit onderzoek van Koen Rovers (Catharina Ziekenhuis) en collega’s met data uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Gerandomiseerde trials zijn nodig om deze bevindingen te bevestigen, maar artsen zouden deze resultaten kunnen gebruiken bij klinische besluitvorming in overleg met hun patiënten.

lees verder

Geen verschillen overleving na CRS + HIPEC met mitomycin C of oxaliplatin

Geen verschillen overleving na CRS + HIPEC met mitomycin C of oxaliplatin

Welke medicatie is beter bij cytoreductieve chirurgie en HIPEC-behandeling bij patiënten met colorectale synchrone peritoneale metastasen, mitomycine C of oxaliplatin? Checca Bakkers (Catharina Ziekenhuis, Eindhoven) en collega’s concluderen op basis van NKR-data dat er geen significante verschillen zijn in de langetermijnoverleving na HIPEC met mitomycine C of oxaliplatin. Een unieke studie naar wereldwijd de meest gebruikte medicatie, mede mogelijk doordat alle centra in Nederland hetzelfde behandelprotocol hanteren.

lees verder