Filters Filter Created with sketchtool.
  • Kankersoort
  • Stadium
  • Behandelsoort
  • Zorgfase
  • Pathologie
  • Epidemiologie
  • Onderzoeksdomein
  • Patiëntgroep

Nieuws

Preoperatieve MRI leidt niet tot betere uitkomsten bij ductaal carcinoom in situ

Preoperatieve MRI, als aanvulling op conventionele beeldvorming van de borst, leidt niet tot betere uitkomsten van chirurgie bij patiënten met primair ductaal carcinoom in situ. Dat concluderen Kristien Keymeulen (Maastricht UMC) en collega’s op basis van een studie met gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). De kans op een borstamputatie was na een MRI zelfs twee keer zo hoog. Ook het risico op positieve resectiemarges na borstsparende chirurgie nam niet af na preoperatieve MRI. De onderzoekers benadrukken dat pas definitieve conclusies getrokken kunnen worden aan de hand van de uitkomsten van langetermijnstudies, waarin ook naar lokale controle van de tumor wordt gekeken.

lees verder

Naleving richtlijnen chirurgie nierkanker beter bij groter behandelvolume

De naleving van richtlijnen voor de chirurgische behandeling van patiënten met stadium T1 nierkanker hangt samen met het aantal uitgevoerde operaties. Dat blijkt uit een studie van Britse en Nederlandse onderzoekers met data van ziekenhuizen uit het Verenigd Koninkrijk uit 2012-2016. De onderzoekers stellen vast dat centra met een groter behandelvolume beter voldoen aan de aanbevelingen in de richtlijnen. Patiënten met een T1-tumor die behandeld zijn in een centra met een hoog volume krijgen vaker een partiële nefrectomie. Ook treden bij deze patiënten minder complicaties op.

lees verder

Impact positieve klieren na neoadjuvante chemotherapie op vervolgbehandeling

Bij cT1-3N0 ER+HER2+, cT1-3N0 ER-HER2+ en triple negatieve cT1-2N0 borstkankerpatiënten die behandeld zijn met neoadjuvante chemotherapie, kan een directe borstreconstructie worden overwogen als een acceptabele behandeloptie, vanwege het lage risico op het vinden van positieve schildwachtklieren. Dat concluderen Sanaz Samiei (Maastricht UMC+) en collega’s in Annals of Surgical Oncology. Echter, bij patiënten met cT1-3N0 ER+HER2- en triple negatieve borstkanker dienen risico’s en voordelen van een directe borstreconstructie uitvoerig besproken te worden met de patiënt, omdat het risico op het aantreffen van positieve schildwachtklieren relatief hoog is.

lees verder

Proefschrift Kelly de Ligt: Borstkankerzorg beter afstemmen op behoeften patiënt

Er bestaat in Nederland aanzienlijke variatie tussen ziekenhuizen als het gaat om de behandeling voor patiënten met borstkanker. Voorbeelden zijn verschillen in timing van chemotherapie (voor of na de operatie) en variatie in het bespreken van de mogelijkheid van een (directe) borstreconstructie. Deze variatie is niet geheel te verklaren door ziektekenmerken. Kelly de Ligt (IKNL, Universiteit Twente) onderzocht voor haar proefschrift of deze variatie het gevolg is van individuele voorkeuren van de patiënt of aanwijzingen bevat voor verbetering van de kwaliteit van zorg? Met name de informatievoorziening en gedeelde besluitvorming is vatbaar voor verbetering om de borstkankerzorg beter aan te laten sluiten op de persoonlijke wensen en behoeften van patiënten.

lees verder

Proefschrift biedt inzicht in opties voor betere zorg bij gevorderde eierstokkanker

In Nederland krijgen elk jaar circa 1.300 vrouwen de diagnose ‘eierstokkanker’. Hoewel de 5-jaarsoverleving van deze patiënten de afgelopen decennia is verbeterd, is de langetermijnoverleving helaas niet gestegen. Dat blijkt uit het proefschrift ‘Optimising patient selection to improve outcome in advanced ovarian cancer’, waarop Maite Timmermans vrijdag 30 augustus 2019 promoveert aan de Universiteit Maastricht. Daarin onderzocht ze allerlei factoren die mogelijk kunnen bijdragen of bijgedragen hebben aan verbetering van de uitkomsten van zorg, zoals centralisatie van chirurgie, ziekenhuisvolume, regionale variatie, prognostische factoren, behandelvolgorde, wachtperiode bij chemotherapie en optimalisering van patiëntenselectie.

lees verder

Synoptische PA-verslagen bij slokdarm- en maagkanker vollediger

Introductie van synoptische verslaglegging leidt tot verbetering van de volledigheid van pathologieverslagen bij chirurgische behandeling van patiënten met slokdarm- en maagkanker. Dat concluderen Nikolaj Baranov (Radboudumc) en collega’s aan de hand van gegevens uit de PALGA-databank en Nederlandse Kankerregistratie (NKR). De volledigheid was beter wat betreft informatie over tumorgrootte, gradering, lokalisatie, tumorregressie na neoadjuvante therapie en lymfovasculaire & perineurale invasie. De onderzoekers adviseren synoptische verslaglegging een vast onderdeel te maken van de standaardzorg voor patiënten met slokdarm- en maagkanker.

lees verder

Effect chirurgie op ouderen met dikkedarmkanker en een functionele afhankelijkheid

Een operatie heeft, mits ingebed in een onco-geriatrisch zorgpad, een positief effect op de kwaliteit van leven van oudere patiënten met dikkedarmkanker met een functionele afhankelijkheid. Matig functionele afhankelijkheid mag volgens Daniël Souwer (HagaZiekenhuis) en collega’s géén generieke reden zijn om een operatie bij ouderen achterwege te laten. Een belangrijke bevinding die artsen dienen te betrekken bij gedeelde besluitvorming. Aanvullend onderzoek kan uitwijzen of onco-geriatrische zorg op zichzelf de negatieve impact van chirurgie beperkt of dat deze zelfs bijdraagt aan verbetering van de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven van oudere patiënten met dikkedarmkanker.

lees verder

Centralisatie van zorg hangt samen met betere overleving kinderen met kanker

Centralisatie van zorg bij kinderen met kanker hangt samen met een betere overleving. Dat concludeert een internationale groep onderzoekers, onder wie drie onderzoekers van IKNL, in de European Journal of Cancer. De onderzoekers analyseerden de gegevens van 4.415 kinderen en signaleren aanzienlijke verschillen per land in het aantal behandelcentra en in het behandelvolume per centrum. Opmerkelijk is dat deze verschillen niet alleen verklaard kunnen worden op basis van het aantal behandelingen in grote centra. Volgens de onderzoekers dient bij centralisatie ook rekening gehouden te worden met andere factoren, zoals multidisciplinaire teams, protocollen, audits en formele of informele netwerken.

lees verder