Filters Filter Created with sketchtool.
  • Kankersoort
  • Stadium
  • Behandelsoort
  • Zorgfase
  • Pathologie
  • Epidemiologie
  • Onderzoeksdomein
  • Patiëntgroep

Nieuws

Effect toevoegen bevacizumab bij uitgezaaide dunnedarmkanker lijkt beperkt

Het toevoegen van bevacizumab aan de eerstelijns, palliatieve behandeling van patiënten met gemetastaseerd adenocarcinoom van de dunnedarm heeft slechts een beperkt effect (circa twee maanden) op de algehele overleving van deze patiënten. Dat concluderen Laura Legué (Catharina Ziekenhuis) en collega’s in een studie met behulp van gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Om de overlevingskansen van deze patiënten te verbeteren zou toekomstig onderzoek gericht moeten zijn op het identificeren van een subgroep van patiënten die mogelijk baat heeft bij therapie met VEGF-remmers.

lees verder

Impact positieve klieren na neoadjuvante chemotherapie op vervolgbehandeling

Bij cT1-3N0 ER+HER2+, cT1-3N0 ER-HER2+ en triple negatieve cT1-2N0 borstkankerpatiënten die behandeld zijn met neoadjuvante chemotherapie, kan een directe borstreconstructie worden overwogen als een acceptabele behandeloptie, vanwege het lage risico op het vinden van positieve schildwachtklieren. Dat concluderen Sanaz Samiei (Maastricht UMC+) en collega’s in Annals of Surgical Oncology. Echter, bij patiënten met cT1-3N0 ER+HER2- en triple negatieve borstkanker dienen risico’s en voordelen van een directe borstreconstructie uitvoerig besproken te worden met de patiënt, omdat het risico op het aantreffen van positieve schildwachtklieren relatief hoog is.

lees verder

Onderbroken versus continu chemotherapieschema voor uitgezaaide borstkanker: BOOG 2010-02 Stop&Go studie

De BOOG-studie Stop & Go vergeleek een onderbroken chemotherapieschema met een continu schema van acht opeenvolgende kuren voor uitgezaaide borstkanker. Op basis de resultaten van deze studie wordt een chemotherapie-vrije periode in de behandeling van patiënten met uitgezaaide borstkanker afgeraden. De effectiviteit van de eerstelijns chemotherapie nam af door het geven van een kleiner aantal chemotherapiekuren bij aanvang. Resultaten over de tweedelijnsbehandeling volgen binnenkort.

lees verder

Opmerkelijke variatie in chemotherapie bij uitgezaaide slokdarm-/maagkanker

Bij patiënten met uitgezaaide slokdarm- en maagkanker is een opmerkelijke heterogeniteit zichtbaar bij palliatieve eerstelijnsbehandelingen met systemische therapie in Nederland. Dat blijkt uit onderzoek van Willemieke Dijksterhuis (IKNL, Amsterdam UMC) en collega’s. Deze variatie is volgens de onderzoekers ongewenst, vooral als het gaat om ‘onconventionele’ behandelingen met drie verschillende middelen. Die leveren geen extra overlevingswinst op, maar wel meer toxiciteit. Daarom heeft chemotherapie met twee middelen de voorkeur. In toekomstige studies is meer aandacht nodig voor de kwaliteit van leven, prognostiek, selectie van patiënten en verdere personalisatie van behandelingen.

lees verder

Invloed 70-genenprofiel op gebruik chemotherapie bij vroege borstkanker

Het gebruik van chemotherapie is bij patiënten met vroeg stadium hormoonreceptorgevoelige borstkanker tussen 2013 - 2016 aanzienlijk gedaald, terwijl de inzet van genexpressieprofielen toenam. Dat blijkt uit een studie van Julia van Steenhoven (Diakonessenhuis, UMCU) en collega’s. De daling in chemotherapie trad op in een periode dat er geen wijziging plaatsvond in de landelijke richtlijn Borstkanker (2012). In internationale richtlijnen werd echter al voorzichtig geadviseerd om minder chemotherapie te geven aan geselecteerde patiënten (ER+/HER2-). Deze studie weerspiegelt de toenemende terughoudendheid tot het geven van aanvullende chemotherapie aan geselecteerde patiënten met een vroeg stadium van borstkanker. 

lees verder

Proefschrift Kelly de Ligt: Borstkankerzorg beter afstemmen op behoeften patiënt

Er bestaat in Nederland aanzienlijke variatie tussen ziekenhuizen als het gaat om de behandeling voor patiënten met borstkanker. Voorbeelden zijn verschillen in timing van chemotherapie (voor of na de operatie) en variatie in het bespreken van de mogelijkheid van een (directe) borstreconstructie. Deze variatie is niet geheel te verklaren door ziektekenmerken. Kelly de Ligt (IKNL, Universiteit Twente) onderzocht voor haar proefschrift of deze variatie het gevolg is van individuele voorkeuren van de patiënt of aanwijzingen bevat voor verbetering van de kwaliteit van zorg? Met name de informatievoorziening en gedeelde besluitvorming is vatbaar voor verbetering om de borstkankerzorg beter aan te laten sluiten op de persoonlijke wensen en behoeften van patiënten.

lees verder

Proefschrift biedt inzicht in opties voor betere zorg bij gevorderde eierstokkanker

In Nederland krijgen elk jaar circa 1.300 vrouwen de diagnose ‘eierstokkanker’. Hoewel de 5-jaarsoverleving van deze patiënten de afgelopen decennia is verbeterd, is de langetermijnoverleving helaas niet gestegen. Dat blijkt uit het proefschrift ‘Optimising patient selection to improve outcome in advanced ovarian cancer’, waarop Maite Timmermans vrijdag 30 augustus 2019 promoveert aan de Universiteit Maastricht. Daarin onderzocht ze allerlei factoren die mogelijk kunnen bijdragen of bijgedragen hebben aan verbetering van de uitkomsten van zorg, zoals centralisatie van chirurgie, ziekenhuisvolume, regionale variatie, prognostische factoren, behandelvolgorde, wachtperiode bij chemotherapie en optimalisering van patiëntenselectie.

lees verder

Centralisatie van zorg hangt samen met betere overleving kinderen met kanker

Centralisatie van zorg bij kinderen met kanker hangt samen met een betere overleving. Dat concludeert een internationale groep onderzoekers, onder wie drie onderzoekers van IKNL, in de European Journal of Cancer. De onderzoekers analyseerden de gegevens van 4.415 kinderen en signaleren aanzienlijke verschillen per land in het aantal behandelcentra en in het behandelvolume per centrum. Opmerkelijk is dat deze verschillen niet alleen verklaard kunnen worden op basis van het aantal behandelingen in grote centra. Volgens de onderzoekers dient bij centralisatie ook rekening gehouden te worden met andere factoren, zoals multidisciplinaire teams, protocollen, audits en formele of informele netwerken.

lees verder