Filters Filter Created with sketchtool.
  • Kankersoort
  • Stadium
  • Behandelsoort
  • Zorgfase
  • Pathologie
  • Epidemiologie
  • Onderzoeksdomein
  • Patiëntgroep

Nieuws

Meer onderzoek nodig naar rol van geslacht op carcinogenese & behandeling

In de oncologie wordt, in tegenstelling tot andere disciplines, nauwelijks rekening gehouden met biologische verschillen tussen mannen en vrouwen en de invloed van geslachtschromosomen en geslachtshormonen op zowel lokale als systemische determinanten van carcinogenese. Een groep deskundigen die eind 2018 deelnam aan een ESMO-workshop, concludeert dat er meer onderzoek nodig is naar sekseverschillen in de kankerbiologie en meer trials met geslachtsspecifieke doseringsschema’s. Ook is meer onderzoek nodig naar niet-geslachtsgebonden vormen van kanker of subgroepen met significante verschillen in epidemiologie of uitkomsten van behandeling, omdat deze als ‘biologisch verschillend’ worden beschouwd.

lees verder

Toenemend aantal patiënten vraagt mogelijk om efficiëntere organisatie MDO’s

De meeste patiënten met kanker worden in Nederland over het algemeen besproken in een multidisciplinair overleg, hoewel er verschillen zijn tussen de diverse tumorsoorten. Dat blijkt uit onderzoek van Janneke Walraven (Radboudumc & IKNL) en collega’s met gegevens van ruim honderdduizend patiënten uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Gelet op het stijgend aantal patiënten lijkt efficiëntere organisatie van MDO’s nodig om ook in de toekomst hoogwaardige, oncologische zorg te kunnen garanderen. De auteurs doen daarom een aantal aanbevelingen voor een andere werkwijze van MDO’s als aftrap voor een inhoudelijk debat.

lees verder

Bewegingsinterventies hebben gunstig effect op vermoeidheid

Bewegingsinterventies hebben statistisch significante, gunstige effecten op het verminderen van vermoeidheid bij (ex-)patiënten met kanker. Dat blijkt uit een uitgebreide studie (POLARIS) uitgevoerd door Jonna van Vulpen (UMCU) en collega’s uit Nederland, VS, Canada, Duitsland, Groot-Brittannië, Noorwegen en Australië. De waargenomen effecten zijn consistent ongeacht de demografische en klinische kenmerken van de deelnemers. Begeleide bewegingsinterventies blijken een significant groter effect te hebben op afname van vermoeidheid dan niet-begeleide. Mogelijk is dit het gevolg van betere uitvoering van de oefeningen, hogere therapietrouw, selectie van patiënten, trouwere monitoring en verschil in doelstellingen.

lees verder

Oudere patiënten (70+) met kanker kunnen zelf G8-screening invullen

Oudere patiënten met kanker (70 jaar en ouder) zijn goed in staat om een zelfgerapporteerde G8-vragenlijst in te vullen voor het bepalen van hun kwetsbaarheid (frailty). De uitkomsten hiervan zijn vergelijkbaar met de oorspronkelijke G8 die door zorgprofessionals wordt afgenomen. Dit geldt echter niet voor zelfgerapporteerde screenings door geriatrische patiënten, zo blijkt uit onderzoek van geriater Inez van Walree (Diakonessenhuis Utrecht) en collega’s. De uitkomsten van dit onderzoek geven aan dat een zelfgerapporteerde G8-screening door een oudere kankerpatiënt een goed alternatief kan zijn in de klinische praktijk. Het biedt ook mogelijkheden voor inzet van zelfgerapporteerde screenings in bijvoorbeeld klinische trials.

lees verder

Onderbroken versus continu chemotherapieschema voor uitgezaaide borstkanker: BOOG 2010-02 Stop&Go studie

De BOOG-studie Stop & Go vergeleek een onderbroken chemotherapieschema met een continu schema van acht opeenvolgende kuren voor uitgezaaide borstkanker. Op basis de resultaten van deze studie wordt een chemotherapie-vrije periode in de behandeling van patiënten met uitgezaaide borstkanker afgeraden. De effectiviteit van de eerstelijns chemotherapie nam af door het geven van een kleiner aantal chemotherapiekuren bij aanvang. Resultaten over de tweedelijnsbehandeling volgen binnenkort.

lees verder

Voeding & leefstijl bespreken tijdens en na behandeling kanker

Mensen die na de behandeling van dikkedarmkanker gezonder eten en meer bewegen, ervaren een betere kwaliteit van leven dan lotgenoten. Patiënten krijgen echter vaak geen of weinig voorlichting over leefstijl en voeding. Merel van Veen (IKNL, Wageningen University) concludeert in haar proefschrift dat zorgprofessionals al tijdens de behandeling dienen te beginnen met het geven van voedingsinformatie en niet moeten wachten tot patiënten of naasten daar naar vragen. Een voorwaarde is dat zorgverleners meer kennis krijgen over voeding en leefstijl, want dat inzicht is momenteel beperkt. Artsen zouden het belang van een gezonde leefstijl bovendien meer moeten benadrukken, met een leidende rol voor diëtisten in dit proces.

lees verder

Centralisatie van zorg hangt samen met betere overleving kinderen met kanker

Centralisatie van zorg bij kinderen met kanker hangt samen met een betere overleving. Dat concludeert een internationale groep onderzoekers, onder wie drie onderzoekers van IKNL, in de European Journal of Cancer. De onderzoekers analyseerden de gegevens van 4.415 kinderen en signaleren aanzienlijke verschillen per land in het aantal behandelcentra en in het behandelvolume per centrum. Opmerkelijk is dat deze verschillen niet alleen verklaard kunnen worden op basis van het aantal behandelingen in grote centra. Volgens de onderzoekers dient bij centralisatie ook rekening gehouden te worden met andere factoren, zoals multidisciplinaire teams, protocollen, audits en formele of informele netwerken.

lees verder

Prehabilitatie is haalbaar, veilig en effectief bij patiënten met dikkedarmkanker

Multimodale prehabilitatieprogramma’s, inclusief intensieve training, zijn haalbaar, veilig en effectief bij patiënten met dikkedarmkanker. Dat blijkt uit de resultaten van een pilotstudie van Stefan van Rooijen (Máxima Medisch Centrum, Veldhoven) en collega’s. Interventies lijken het meest succesvol als deze worden gecombineerd en afgestemd op de behoeften van individuele patiënten. Dat biedt patiënten de mogelijkheid om het eigen gedrag te veranderen en de behandeling te ondersteunen. Een voorwaarde voor het slagen van prehabilitatie is dat alle betrokken medische en paramedische disciplines en het ziekenhuisbestuur achter deze aanpak staan. Dit vergt goede planning, interdisciplinaire coördinatie en flexibiliteit.
 

lees verder