nieuws


nieuws

  • Bij patiënten met een laag stadium (FIGO I) van hooggradige eierstokkanker leidt een optimale stadiëringsoperatie in combinatie met adjuvante chemotherapie tot zowel een langere recidiefvrije overleving als algehele overleving. Dat is een belangrijke bevinding, concluderen Juliëtte van Baal (NKI-AvL) en collega’s, omdat er in Nederland tot dusver geen consensus was over de toegevoegde waarde van adjuvante chemotherapie bij deze patiënten. Volgens de onderzoekers dienen de uitkomsten van dit onderzoek betrokken te worden bij het gezamenlijke besluitvormingsproces tussen arts en patiënt.
    Lees meer
  • Er bestaat aanzienlijke regionale variatie in Nederland bij de behandeling van patiënten met gevorderde epitheliale eierstokkanker. Ook zijn er significante verschillen tussen de regio’s in het bereiken van complete debulking (afwezigheid van macroscopische restziekte), ongeacht de volgorde van de behandeling. Dat blijkt uit onderzoek van Maite Timmermans (IKNL) en collega’s met data uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). De waargenomen variatie leidt tot verschillen in de overleving van optimaal behandelde patiënten, hoewel deze variatie niet zichtbaar was in de gehele populatie. In afwachting van de uitkomsten van lopende trials doen de onderzoekers een aantal suggesties ter verbetering van chirurgische behandelingen.
    Lees meer
  • Bij patiënten met stadium III inflammatoire borstkanker zijn subtypes op basis van hormoonreceptoren HR en HER2 een belangrijke prognostische factor voor de respons op neoadjuvante chemotherapie en algehele overleving. Dat concluderen Dominique van Uden (Canisius Wilhelmina Ziekenhuis) en collega’s in een studie met data uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Na neoadjuvante chemotherapie hadden patiënten met het subtype HR+/HER2- de laagste kans op het verkrijgen van complete pathologische respons. Patiënten met het HR-/HER2- (triple negatief) subtype vertoonden de laagste algehele overleving, ook na een complete pathologische respons. Deze uitkomsten zijn zeer relevant voor de dagelijkse klinische praktijk.
    Lees meer
  • Het volledig elimineren van ongemeten (mogelijk verstorende) factoren blijft lastig bij observationele studies. Om die reden zijn volgens Marissa van Maaren (IKNL) en collega’s geen harde conclusies mogelijk over het oorzakelijk verband tussen borstsparende therapieën of borstamputaties en de afstandsmetastasevrije 10-jaarsoverleving van patiënten met primaire borstkanker (stadium T1-2N0-1). Dit betekent níet dat de uitkomsten van observationele studies minder informatief zijn, aangezien gerandomiseerde, klinische trials evenmin antwoord geven op alle vragen. De kracht ligt juist in het combineren van de resultaten, aldus de onderzoekers.
    Lees meer
  • Kankergerelateerde vermoeidheid hangt bij mannelijke overlevenden van kanker significant samen met sterfte door alle oorzaken. Deze bevinding lijkt in het bijzonder te gelden voor mannen die behandeld zijn voor dikkedarmkanker en die daarnaast ook een cardiovasculaire aandoening hebben. Dat concluderen Salome Adam (IKNL, University of Zurich) en collega’s met gegevens van vier verschillende Profiel-studies. Volgens de onderzoekers suggereren deze bevindingen dat zorgprofessionals meer aandacht zouden moeten besteden aan het (h)erkennen en behandelen van kankergerelateerde vermoeidheid. Ook adviseren zij deze patiënten te screenen op vermoeidheid en passende interventies aan te bieden. 
    Lees meer
nieuwsbrieven
U kunt zich abonneren op de nieuwsbrieven van IKNL via onderstaande knop.

volg ons: