nieuws


nieuws

  • Keuzehulpen voor de behandeling van gelokaliseerde prostaatkanker kunnen verder worden verbeterd door aandacht te besteden aan communicatieve aspecten, zoals gepersonaliseerde uitkomstvoorspellingen en interactiemogelijkheden. Dat stellen Ruben Vromans (Tilburg University) en collega’s naar aanleiding van een systematische evaluatie van negentien (inter)nationale keuzehulpen. Ze adviseren artsen die keuzehulpen gebruiken of (gaan) ontwikkelen om aandacht te besteden aan de communicatieve aspecten om de deelname van patiënten aan gezamenlijke besluitvorming verder te vergroten. 
    Lees meer
  • Oudere patiënten (75+) met stadium I-II niet-kleincellige longkanker (NSCLC) krijgen in vergelijking met jongere patiënten (65 tot 74 jaar) minder vaak een chirurgische behandeling, maar juist vaker stereotactische radiotherapie, conventionele radiotherapie of de beste ondersteunende zorg. Elisabeth Driessen (VieCuri MC) en collega’s tonen met behulp van gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) aan dat de langetermijnsoverleving na chirurgie superieur is ten opzichte van stereotactische radiotherapie na correctie voor prognostische factoren. Echter, ook dan blijft de algehele overleving van patiënten van 75 jaar of ouder slechter vergeleken met jongere patiënten.
    Lees meer
  • Het gebruik van gestandaardiseerde, gestructureerde verslagen door pathologen draagt bij aan verbetering van de zorg voor patiënten met darmkanker. Dat concluderen Caro Sluijter (Radboudumc, PALGA) en collega’s op basis van een studie met gegevens van bijna 73.000 patiënten. De gestandaardiseerde pathologieverslagen waren vollediger en van hogere kwaliteit vergeleken met traditionele pathologieverslagen. Dit heeft volgens de onderzoekers significante effecten op het geven van adjuvante therapie en de uitkomsten van behandeling, vooral bij patiënten met stadium II darmkanker met een hoog risico.
    Lees meer
  • Overlevenden van dikkedarmkanker die de aanbevelingen van het World Cancer Research Fund en American Institute for Cancer Research naleven, hebben een betere algehele gezondheidstoestand, functioneren beter en hebben minder last van vermoeidheid. Fysieke activiteit levert hieraan de grootste bijdrage, concluderen Merel van Veen (IKNL) en collega’s op basis van een PROFILES-studie. Een opmerkelijke bevinding is dat overlevenden die de aanbevelingen in hoge mate navolgden en hun dieet na de diagnose vaker hadden aangepast, juist minder vaak een voedingsadvies hadden ontvangen.
    Lees meer
  • Het gebruik van radiotherapie bij patiënten met borstkanker is in Nederland tussen 2011 en 2015 toegenomen van 64% naar 70%. Deze stijging hangt voornamelijk samen met een toename van het aantal patiënten dat wordt bestraald na een mastectomie, concluderen Kay Schreuder (IKNL, Universiteit Twente, NABON) en collega’s. Wanneer naar de toepassing van radiotherapeutische behandelingen wordt gekeken, dan blijkt dat na een borstsparende operatie bijna alle patiënten (97,3%) radiotherapie krijgen tegenover iets meer dan een kwart (26,1%) na een mastectomie. Bij zowel borstsparende chirurgie als mastectomie hangt een lagere leeftijd en diagnose van een ER+-tumor samen met een hogere inzet van radiotherapie.
    Lees meer
  • Multimodale prehabilitatieprogramma’s, inclusief intensieve training, zijn haalbaar, veilig en effectief bij patiënten met dikkedarmkanker. Dat blijkt uit de resultaten van een gerandomiseerde pilotstudie van Stefan van Rooijen (Máxima Medisch Centrum, Veldhoven) en collega’s. Interventies lijken het meest succesvol als deze worden gecombineerd en afgestemd op de behoeften van individuele patiënten. Dat biedt patiënten de mogelijkheid om het eigen gedrag te veranderen en de behandeling te ondersteunen. Een voorwaarde voor het slagen van prehabilitatie is dat alle betrokken medische en paramedische disciplines en het ziekenhuisbestuur achter deze aanpak staan. Dit vergt goede planning, interdisciplinaire coördinatie en flexibiliteit.
    Lees meer
  • Ongeveer één op de vier mannen met blaaskanker die een cystoprostatectomie krijgt, wordt na pathologisch onderzoek van de prostaat gediagnosticeerd met prostaatkanker. Deze “toevallige” ontdekking heeft geen effect op de algehele overleving van blaaskankerpatiënten, zo blijkt uit onderzoek van Bo van Santvoort (IKNL) en collega’s met gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Deze bevindingen suggereren dat het klinisch beleid van blaaskankerpatiënten met of zonder prostaatkanker niet zal verschillen en dat de prostaat daarom mogelijk niet meer uitgebreid onderzocht hoeft te worden na radicale cystoprostatectomie. Minder uitgebreid onderzoek van de prostaat kan bijdragen aan hogere efficiëntie en besparing op de zorgkosten.

    Lees meer
  • Een lagere serumfolaatconcentratie (de anionische vorm van foliumzuur) lijkt bij actieve rokers samen te hangen met een toegenomen risico op urotheelcelcarcinomen van de blaas, met name de agressieve vormen van deze ziekte. Dat concluderen Alina Vrieling (Radboudumc) en collega’s in een publicatie in de International Journal of Cancer. Volgens de onderzoekers kan dit verband mogelijk zijn gemist in eerdere studies, omdat daarin alleen is gekeken naar het totaal aan blaaskankers en niet specifiek naar het type urotheelcelcarcinoom van de blaas. Er zijn aanwijzingen dat een tekort aan foliumzuur het risico op agressieve blaaskanker kan verhogen via veranderingen in DNA-methylatie.
    Lees meer
nieuwsbrieven
U kunt zich abonneren op de nieuwsbrieven van IKNL via onderstaande knop.

volg ons: