Improving the outcome of ovarian cancer patients: when and why to use neoadjuvant chemotherapy or primary surgery in advanced ovarian cancer

In dit gezamelijke project van IKNL, MUMC en AvL met als titel 'Improving the outcome of ovarian cancer patients: when and why to use neoadjuvant chemotherapy or primary surgery in advanced ovarian cancer.' waren de belangrijkste onderzoeksvragen: Zijn er verschillen tussen patienten die worden behandeld met primaire of intervaldebulking qua:  1) patient- en tumorkarakteristieken, 2) gebruik van diagnostisch onderzoek, in chirurgische of chemotherapeutische behandeling, 4) complicaties, recidieven en overleving?

Dit project is inmiddels afgerond en heeft geleid tot belangrijke publicaties en de promotie van Maite Timmermans.

Langetermijnoverleving

Het project toont aan dat de 5-jaarsoverleving van vrouwen met eierstokkanker de afgelopen 25 jaar is verbeterd door betere controle van de ziekte; vooral door chirurgie in combinatie met chemotherapie, maar dat dit helaas niet heeft geleid tot verbetering van de overleving op lange termijn. Deze uitkomsten onderstrepen de noodzaak om de zorg voor patiënten met eierstokkanker te blijven innoveren.

Centralisatie van zorg

Door het project werd meer inzicht verkregen in de organisatie van de zorg in Nederland: sinds de centralisatie krijgen patiënten in Nederland dezelfde chirurgische zorg aangeboden, waarbij rekening wordt gehouden met specifieke patiënt- en tumorkarakteristieken, onafhankelijk van het ziekenhuis waar de diagnose heeft plaatsgevonden. Ook blijkt dat er verschillen bestaan tussen de regio’s in Nederland en de kans op een succesvolle operatie.

Wachtperiode

Ook de wachtperiode tussen debulking en chemotherapie heeft invloed op de prognose. Het project toont aan dat een langer tijdsinterval tussen chirurgie en chemotherapie samenhangt met een slechtere overleving bij patiënten met gevorderde eierstokkanker. Dit geldt zowel voor patiënten die neoadjuvante chemotherapie kregen, als voor patiënten die initieel zijn geopereerd zonder voorafgaande chemotherapie.

CA125

Uit een van deze studies binnen het project blijkt dat verandering van het perioperatieve CA125-serumniveau een onafhankelijke prognostische factor is voor de algehele overleving na primaire chirurgie. Dit pleit voor het gebruik van een model waarin de verandering in CA125-niveau wordt gecombineerd met de aanwezigheid van restziekte om de prognose van deze patiënten nauwkeurig in te schatten.

Predictiemodel

Maite Timmermans en collega’s ontwikkelden en valideerden tot slot een model waarmee de kans op volledige cytoreductieve chirurgie kan worden voorspeld als primaire behandeling bij patiënten met gevorderde, epitheliale eierstokkanker. Na externe validatie blijkt dit model bij te kunnen dragen aan betere selectie van patiënten die baat kunnen hebben bij succesvolle, primaire chirurgie.

Projectleiders 

Maaike van der Aa (IKNL)

Roy Kruitwagen (MUMC+)

Gabe Sonke (AvL)

Subsidieverlener

KWF Kankerbestrijding

Samenwerkingspartner

MUMC+

Antonie van Leeuwenhoek

Looptijd

2014 - heden

Medewerkers

Suzanne Verboort

senior adviseur gynaecologische kanker

meer informatie