Filters Filter Created with sketchtool.
  • Kankersoort
  • Stadium
  • Behandelsoort
  • Zorgfase
  • Pathologie
  • Epidemiologie
  • Onderzoeksdomein
  • Patiëntgroep

Zoekresultaten

Privacyverklaring Verschillen in Europa in overleving van hairy-cell-leukemie Patiënten met hairy-cell-leukemie (HCL) hebben in Europa gemiddeld een hoge relatieve 5-jaarsoverleving. Toch verschilt de overleving tussen landen. Dit blijkt uit een onderzoek van Avinash Dinmohamed (IKNL) met gegevens van RARECAREnet. Deze database bevat gegevens van 94 kankerregistraties afkomstig van 27 Europese landen, waaronder de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). De beperkte toegang tot passende behandelingen en ondersteunende maatregelen heeft volgens de onderzoeker waarschijnlijk bijgedragen aan de verschillen in overleving van HCL in Europa. Prehabilitatie is haalbaar, veilig en effectief bij patiënten met dikkedarmkanker Multimodale prehabilitatieprogramma’s, inclusief intensieve training, zijn haalbaar, veilig en effectief bij patiënten met dikkedarmkanker. Dat blijkt uit de resultaten van een pilotstudie van Stefan van Rooijen (Máxima Medisch Centrum, Veldhoven) en collega’s. Interventies lijken het meest succesvol als deze worden gecombineerd en afgestemd op de behoeften van individuele patiënten. Dat biedt patiënten de mogelijkheid om het eigen gedrag te veranderen en de behandeling te ondersteunen. Een voorwaarde voor het slagen van prehabilitatie is dat alle betrokken medische en paramedische disciplines en het ziekenhuisbestuur achter deze aanpak staan. Dit vergt goede planning, interdisciplinaire coördinatie en flexibiliteit.   Radiotherapie heeft geen invloed op 5- en 10-jaarsoverleving RAAS-patiënten Radiotherapiegerelateerd angiosarcoom (RAAS) is een ernstige, maar late en zeldzame complicatie van radiotherapie als behandeling voor borstkanker. Uit onderzoek van Anouk Rombouts (Radboudumc) en collega’s blijkt dat, ongeacht het wel of niet toevoegen van radiotherapie, de 5- en 10-jaarsoverleving van de patiënten met RAAS stabiel blijft op 41% respectievelijk 25%. In lijn met eerdere studies heeft het toevoegen van radiotherapie, vergeleken met uitsluitend chirurgische behandeling, géén significant effect op de overleving van RAAS-patiënten. Wel toont deze studie aan dat chirurgie altijd een onderdeel dient te zijn van de behandeling van RAAS. Behandeling en overleving van patiënten met primair effusie-lymfoom (PEL) Patiënten met primair effusie-lymfoom (PEL), een uiterst zeldzaam en agressief subtype van non-Hodgkinlymfoom, hebben ondanks de introductie van moderne chemotherapie en hoogactieve antiretrovirale therapie (HAART) nog steeds een slechte prognose. Echter, sommige patiënten die een remissie kunnen bereiken en behouden na chemotherapie in combinatie met HAART, hebben een langere overleving. Dat blijkt uit onderzoek van Avinash Dinmohamed, Otto Visser (IKNL) en collega’s met behulp van gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). PEL is een ziekte die vooral, maar niet uitsluitend, voorkomt bij HIV-geïnfecteerde mannen. Samenwerking in PATH voor verbetering moleculaire predictieve diagnostiek Het project PATH (Predictieve Analyse voor THerapie) is een samenwerkingsverband tussen 35 pathologieafdelingen, oncologen, longartsen, PALGA en IKNL om de moleculaire predictieve diagnostiek in Nederland te optimaliseren. Hierbij wordt gefocust op moleculaire analyses die van belang zijn voor de therapiekeuze bij patiënten met colorectaal carcinoom, niet-kleincellig longcarcinoom, melanoom, of gastro-intestinale stromaceltumoren. In deze tumoren kunnen mutaties in het DNA van een tumor voorspellen welke patiënten wel of geen baat zullen hebben bij de behandeling met doelgerichte therapieën. Onderzocht wordt hoe deze moleculaire analyses worden uitgevoerd en gebruikt voor het selecteren van de meest adequate behandeling.  Datamanagers Nederlandse Kankerregistratie: ‘Bijdragen aan betere zorg’ De Nederlandse Kankerregistratie (NKR-cijfers) is een onafhankelijke bron van betrouwbare en relevante gegevens van alle patiënten met kanker, van diagnose tot eventueel overlijden, ongeacht de behandellocatie. Door terugkoppeling van deze gegevens aan zorgprofessionals in ziekenhuizen en regionale netwerken, leiden de gegevens tot beter inzicht in het zorgproces, effectievere interventies en uiteindelijk tot betere zorg voor patiënten met kanker. Hoe komt deze registratie tot stand? Twee datamanagers vertellen over hun belangrijke werk.  Verminderde arbeidsparticipatie 5 tot 10 jaar na borstkanker nog aanwezig Werkgerelateerde factoren, zoals ondersteuning ervaren op het werk, werken naar eigen vermogen of mogelijkheid om werkuren aan te passen, hangen bij overlevenden van borstkanker 5 tot 10 jaar na diagnose nog steeds samen met beperkte werkparticipatie, terwijl klinische factoren hierbij geen significante rol lijken te spelen. Dat blijkt uit een cross-sectionele studie van Sietske Tamminga (Amsterdam UMC) en collega’s. Volgens de onderzoekers kunnen nog te ontwikkelen werkgerelateerde interventies mogelijk bijdragen aan het voorkomen of beperken van deze effecten. Hierbij kan gedacht worden aan hulpmiddelen voor werkgevers, ondersteuning van zorgprofessionals tijdens het gehele zorgtraject en instrumenten voor huisartsen. Studie naar risico regionale metastasen na borstoperatie & adjuvante therapie Hoewel op basis van bekende vals-negatieve percentages van de schildwachtklierprocedure (5% tot 7%)  een vergelijkbaar percentage patiënten het risico loopt op een regionaal recidief in de oksel blijkt die laatste kans na 5 jaar 50% lager te liggen. Dat blijkt uit een studie van Marleen Roos (Diakonessenhuis Utrecht) en collega’s met gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Om de invloed van aanvullende behandelingen op de regionale recidiefkans uit te schakelen werd het onderzoek uitgevoerd in een groep patiënten, bij wie radiotherapie en systemische therapie geen rol konden spelen. Maatwerk nodig bij aanbieden zorgplan op basis informatiebehoeften patiënt Het aanbieden van een (na)zorgplan lijkt een gunstig effect te hebben op patiënten met een gynaecologische kanker met een informatiezoekende instelling die gedetailleerde informatie over hun ziekte wensen te ontvangen. Bij patiënten die medische informatie bij voorkeur vermijden, kan een (na)zorgplan zelfs schadelijke effecten veroorzaken. Volgens Belle de Rooij (IKNL) en collega’s is er daarom meer maatwerk nodig bij het aanbieden van (na)zorgplannen. Bijvoorbeeld door de informatie- en zorgbehoeften van patiënten te peilen met een eenvoudige reeks vragen. Aanvullend onderzoek is nodig om te bepalen of dit maatwerk gericht moet zijn op dosering van medische informatie of ook op fysieke en psychologische aspecten. Zeldzame Kankers – Europese netwerken in beeld Voor de ‘Joint Action on Rare Cancers’ bracht IKNL de landelijke en regionale oncologienetwerken binnen Europa in kaart voor elf families van zeldzame kankersoorten. Van de 23 lidstaten die deelnamen, bleken in 14 landen oncologienetwerken te bestaan voor zeldzame kankers. De variatie in de organisatie van netwerken tussen lidstaten, maar ook tussen verschillende zeldzame kankersoorten binnen een lidstaat, is groot. Zes lidstaten gaven aan geen enkel netwerk te hebben, ook niet voor de oncologie algemeen.  Terugblik NKR-symposium: The future of cancer management Op maandag 26 november 2018 kwamen ruim 440 mensen naar de jaarbeurs in Utrecht voor het jaarlijkse NKR-symposium. Deze editie bestond uit een middagprogramma met als thema ‘De Nederlandse Kankerregistratie vandaag en morgen’ en een avondprogramma getiteld: The future of cancer management: from big data to small data. Hulpgids digitalisering Zorgpad Stervensfase beschikbaar De Hulpgids digitalisering Zorgpad Stervensfase is vanaf heden gratis beschikbaar in de IKNL-shop. In deze gids wordt stapsgewijs beschreven wat er moet worden gerealiseerd, wie bij de implementatie betrokken moeten zijn, wat de rol van iedere deelnemer aan het implementatietraject is. Ook biedt het handige tips voor het implementatietraject. Routekaart helpt medisch specialisten bij maatwerk behandeling prostaatkanker Een online routekaart helpt medisch specialisten de best passende behandeling te kiezen voor prostaatkankerpatiënten. Deze routekaart is beschikbaar als beslisondersteuning op www.Oncoguide.nl en kwam tot stand door de richtlijn prostaatkanker uit te tekenen in beslisbomen. Afgelopen 19 oktober nam de initiatiefnemer hiervan, prof. dr. Theo de Reijke, afscheid als uroloog bij Amsterdam UMC, locatie AMC. Hij benadrukte in zijn afscheidscollege dat de toenemende behandelmogelijkheden voor prostaatkanker leiden tot maatwerk en dat ongewenste variatie van zorg verminderd moet worden. Alvleesklierkanker heeft slechtste overlevingscijfers van alle kankersoorten Donderdag 15 november is het Wereldalvleesklierkankerdag. Alvleesklierkanker heeft de slechtste overlevingscijfers van alle soorten kanker in Nederland. Het is bovendien de enige kankersoort waarbij de overleving in afgelopen decennia niet of nauwelijks is verbeterd. Met bijna 3.000 diagnoses per jaar behoort alvleesklierkanker niet tot de veel voorkomende kankersoorten, maar het aantal diagnoses stijgt. Het aantal patiënten dat overlijdt aan alvleesklierkanker is groot en overtreft naar verwachting over ruim tien jaar de sterfte aan darmkanker of borstkanker.  Studie naar psychosociale gevolgen van het onvermogen tot eten bij kanker Patiënten met longkanker kunnen vaak niet voldoende eten, wat kan leiden tot onbedoeld gewichtsverlies. De psychosociale gevolgen van moeilijker kunnen eten en gewichtsverlies zijn binnen de oncologische zorg tot dusver een onderbelicht thema. Het project “Hij moet toch eten?” heeft als doel meer inzicht in deze psychosociale gevolgen te krijgen om zo tools te ontwikkelen om de psychosociale last van het onvermogen tot eten sneller te kunnen signaleren en bespreekbaar te maken. Aandeel borstsparende operaties ’89-’15 sterk gestegen; grote regionale variatie Het aandeel patiënten met borstkanker dat een borstsparende operatie kreeg, is tussen 1989 en 2015 sterk toegenomen in Nederland. Wel bestonden er grote regionale variaties die, hoewel gedaald, nog steeds voortduren. Dat blijkt uit een landelijke studie van Marissa van Maaren (IKNL) en collega’s. De gevonden variatie duidt volgens de onderzoekers op het ontbreken van volledige consensus over de indicaties voor initiële chirurgie en onderstreept de noodzaak van implementatie van een uniforme behandel- en besluitvormingsstrategie. Andere factoren die meespelen zijn persoonlijke ervaringen van chirurgen en -zeker niet als laatste- persoonlijke voorkeuren en psychologische overwegingen van patiënten.  Impact van gevorderde kanker op patiënten: risico op sociale isolatie De sociale gevolgen voor mensen met gevorderde kanker en hun naasten kunnen behoorlijk groot zijn. Er is zelfs een risico op sociale isolatie. Dat blijkt uit kwalitatief onderzoek uitgevoerd door Janneke van Roij en collega’s van IKNL in samenwerking met Dr. Youssef-EL Soud (longarts in het Maxima Medisch Centrum).  Meerderheid prostaatkankerpatiënten tevreden over online besluitvormingshulp Een meerderheid van de mannen met prostaatkanker die gebruik maken van een online besluitvormingshulp, komen tot een vergelijkbaar besluit in samenspraak met hun behandelend arts als patiënten die een standaard adviesprocedure kregen in het ziekenhuis. Dat blijkt uit onderzoek van Maarten Cuypers (Tilburg University) en collega’s. Dat geldt niet voor alle patiënten: mannen die zich minder comfortabel voelen met online advisering of angst- of depressiesymptomen ervaren, hebben meer begeleiding nodig om tot gedeelde besluitvorming te komen.  Onderzoek gestart naar ervaren kwaliteit van leven en zorg bij kanker In januari 2017 is een grootschalig wetenschappelijk onderzoek gestart naar de kwaliteit van zorg en leven zoals patiënten met gevorderde kanker en hun naasten die ervaren. IKNL voert dit onderzoek, genaamd eQUIPE* uit met behulp van een ontvangen subsidie van stichting Roparun Palliatieve Zorg. Het gaat om patiënten in de palliatieve fase met een oncologische aandoening. Het doel van de eQUIPE-studie is om meer inzicht te krijgen in ervaringen en behoeften van patiënten om concrete aanbevelingen te kunnen geven ter verbetering van de palliatieve zorg. Redelijk goede ramingen prognosetools bij borstkankerpatiënt tot 50 jaar​ Prognostische instrumenten als PREDICT en Adjuvant! geven over het algemeen redelijk goede ramingen voor de algehele 10-jaarssterfte bij patiënten met borstkanker tot 50 jaar. Bij een aantal subgroepen vertonen beide instrumenten echter onder- en overschattingen, zo blijkt uit onderzoek van Ellen G. Engelhardt (LUMC) en een groep collega’s uit binnen- en buitenland. Volgens de onderzoekers dienen prognostische instrumenten voorzichtig gehanteerd te worden, omdat schijnbaar geringe variaties aanzienlijke invloed kunnen hebben op de besluitvorming rond een medische behandeling. Boek over ‘Markov Decision Processes’ en inzet bij follow-up borstkanker De frequentie en duur van de follow-up na behandeling van borstkanker is nog steeds onderwerp van discussie. Maarten Otten, Annemieke Witteveen en collega’s van Universiteit Twente en IKNL beschrijven in het recent verschenen boek ‘Markov Decision Processes in Practice’ een studie waarin onderzocht is hoe de follow-up van deze patiënten optimaal kan worden ingericht.  Patiënt met uitgezaaide dikkedarmkanker niet op voorhand ‘onbehandelbaar’ Oudere patiënten met uitgezaaide dikkedarmkanker en patiënten met buikvliesuitzaaiingen mogen op voorhand niet als ‘onbehandelbaar’ worden beschouwd. Uit promotieonderzoek van Lieke Razenberg (Catharina Ziekenhuis, IKNL) blijkt dat operatief verwijderen van alle zichtbare tumorweefsel in combinatie met het spoelen van de buik met verwarmde chemotherapie (CRS-HIPEC) bij geselecteerde patiënten met buikvliesuitzaaiingen een overleving van meer dan 32 maanden kan opleveren. Daarnaast dient volgens de promovenda bij oudere patiënten die niet in aanmerking komen voor combinatie-chemotherapie meer rekening gehouden te worden met alternatieven, zoals doelgerichte therapie.  Introductie minimaal invasieve maagresectie is veilig en haalbaar Minimaal invasieve maagresecties kunnen op een veilige manier worden ingevoerd in ziekenhuizen in Westerse landen, indien de invoering verloopt aan de hand van een introductieprogramma. Dat stellen Hylke Brenkman (UMCU) en collega’s op basis van een studie met data van ruim 1.900 patiënten uit de Nederlandse Kankerregistratie. De onderzoekers keken hierbij naar oncologische resultaten op korte termijn. Voor een definitief antwoord op de vraag of minimaal invasieve maagresecties ook superieur zijn aan open maagresecties, moeten de uitkomsten van gerandomiseerde trials worden afgewacht. Agora, Fibula en IKNL gaan samen in een nieuwe organisatie in de palliatieve zorg Agora, Fibula en het onderdeel palliatieve zorg van IKNL hebben in de afgelopen periode intensief samengewerkt. Het positieve resultaat daarvan vormt nu aanleiding om de krachten definitief te bundelen in een nieuwe organisatie in de palliatieve zorg. Ex-patiënten hebben voorkeur specifieke zorgverlener tijdens follow-up Ex-patiënten die behandeld zijn vanwege prostaatkanker of een melanoom, hebben uiteenlopende voorkeuren als het gaat om specifieke zorgverleners tijdens de follow-up. Deze voorkeuren hangen onder andere samen met leeftijd, opleidingsniveau, geslacht en tevredenheid met de huisarts. Dat blijkt uit onderzoek van Lotte Huibertse (IKNL) en collega’s met behulp van het patiëntenvolgsysteem PROFILES. Volgens de onderzoekers geeft de gevonden variatie in voorkeuren aan dat er behoefte is aan follow-up-trajecten die meer zijn toegesneden op kankergerelateerde problemen. Daarnaast is er een dringende noodzaak om patiënten beter te informeren over (toekomstige) veranderingen in de nazorg.  PALGA, IKNL en Nictiz werken aan eenheid van taal in de gezondheidszorg PALGA, IKNL en Nictiz hebben onlangs een intentieverklaring ondertekend om de PALGA thesaurus te koppelen aan SNOMED CT. Het project draagt bij aan de ambitie om te streven naar eenheid van taal in de gezondheidszorg. Dit houdt in dat de vastgelegde gegevens in PALGA makkelijk uit te wisselen zijn met EPD’s van ziekenhuizen, multidisciplinaire overleggen (MDO’s) en de Nederlandse Kankerregistratie (NKR).  Presentatie rapporten uit Hemato-oncologieregister NKR over MM en DLBCL Tijdens het 11th Dutch Hematology Congress zijn vrijdag 27 januari twee landelijke rapporten gepresenteerd van het Hemato-oncologieregister van de NKR met trends rond diagnostiek en behandeling van multipel myeloom (MM) en diffuus grootcellig B-cellymfoom (DLBCL) in 2014. Ook staan er concrete aandachtspunten in ter verbetering van de zorg voor deze patiënten. Beide rapporten zijn gerealiseerd in samenwerking met Nederlandse Vereniging voor Hematologie (NVvH), Stichting Hemato-Oncologie voor Volwassenen Nederland (HOVON), instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG), Special Interest Group (SIG) Hematologie en Hematon. Vijf manieren om méér te halen uit de financiering palliatieve zorg De Handreiking financiering palliatieve zorg 2019 geeft een overzicht van de regelgeving en structuur rond de financiering van palliatieve zorg in de meest gebruikelijke zorgsettingen, namelijk ziekenhuis, thuis, hospice, verpleeghuis en palliatieve terminale unit. In dit artikel lichten we vijf bruikbare onderdelen uit de handreiking uit.  Handreiking financiering uitgelicht: in het ziekenhuis Het zorginkoopproces is in volle gang. Een aantal onderdelen uit de Handreiking financiering palliatieve zorg 2018 zijn mogelijk interessant voor de contractering voor 2019. Die zetten we in een aantal artikelen voor u op een rij. Hieronder volgt financiering voor zorgactiviteiten die plaatsvinden in het ziekenhuis.  Verschillen in bestraling bij borstkanker tussen ziekenhuizen De diagnostiek en behandeling van borstkanker is de afgelopen jaren sterk verbeterd. Dit heeft geleid tot hogere overleving en kwaliteit van leven. Door gerichte inzet van behandeling kunnen bijwerkingen steeds vaker worden beperkt. Dit is ook steeds meer het geval bij radiotherapie (bestraling). Aanbevelingen voor het minder vaak inzetten van een extra dosis bestraling op de plek waar de tumor is verwijderd, genaamd boost-bestraling, zijn echter nog niet overal ingevoerd.  Datakwaliteit zeldzame kankers vraagt om betere regels en samenwerking Bij zeldzame vormen van kanker vraagt het stellen van een precieze diagnose en correcte registratie om specifieke expertise. Daarom is extra aandacht nodig voor diagnostiek, behandeling en registratie van deze patiënten. Die conclusie trekt een groep epidemiologen uit Italië, Spanje, Zwitserland en Nederland, onder wie Jan Maarten van der Zwan en Sabine Siesling van IKNL. Volgens de onderzoekers ondersteunen de uitkomsten van hun Europese studie het belang van betere samenwerking en afstemming tussen clinici, pathologen en registratiemedewerkers. Ook doen ze de suggestie voor betere (inter)nationale uitwisseling van pathologische kennis over zeldzame kankers om de kwaliteit van diagnostiek en registratie te optimaliseren.  Borstsparende therapie bij T1-2N2 gelijk aan mastectomie & radiotherapie Patiënten met stadium T1-2N2 borstkanker die borstsparende chirurgie aangevuld met radiotherapie krijgen, hebben een algehele, relatieve en afstandsmetastasevrije 10-jaarsoverleving die minstens gelijk is aan die van patiënten die mastectomie en radiotherapie kregen. Die conclusie trekken Marissa van Maaren (IKNL) en collega’s op basis van de eerste population-based studie naar het resultaat van beide behandelopties in deze specifieke patiëntengroep. De onderzoekers benadrukken dat deze uitkomst voorzichtig geïnterpreteerd dient te worden, maar geven tevens aan dat deze bevinding aansluit bij een eerdere studie gepubliceerd in The Lancet Oncology. Ze adviseren arts en patiënt om samen tot een goed besluit te komen, waarin de risico's en voordelen van beide behandelopties worden meegewogen. Inzicht in medicatie-uitgiftes ouderen in jaar vóór diagnose dikkedarmkanker Het percentage ouderen dat een of meer medicatie-uitgiftes ontvangt gedurende het hele jaar voor de diagnose dikkedarmkanker, is hoger vergeleken met een controlegroep zonder kanker met vergelijkbare leeftijd en geslacht. Dit aandeel neemt verder toe tijdens de laatste drie maanden voorafgaand aan de kankerdiagnose, zo blijkt uit onderzoek van Felice van Erning (IKNL) en collega’s van onder meer MMC en PHARMO Institute. Het verhoogde medicatiegebruik bij ‘toekomstige’ patiënten is voornamelijk gerelateerd aan comorbiditeit(en), terwijl de medicatie-uitgiftes in de laatste maanden voor de kankerdiagnose voornamelijk gerelateerd lijken te zijn aan (symptoombestrijding van) dikkedarmkanker. Meer onderzoek nodig naar peritonitis carcinomatosa bij maagcarcinoom Peritonitis carcinomatosa, uitzaaiingen in het buikvlies, komt regelmatig voor bij patiënten met maagcarcinoom. Vooral bij jongere patiënten met een gevorderde tumorstadium. Gezien het negatieve effect van peritonitis carcinomatosa op de overleving, is meer onderzoek gewenst naar de veelbelovende resultaten die eerder behaald zijn met multimodale behandelingen bij deze patiënten. Dat schrijven Irene Thomassen en collega´s in een recent artikel in de International Journal of Cancer. Literatuurstudie naar oxaliplatin-geïnduceerde perifere neuropathie Chronische, oxaliplatin-geïnduceerde perifere neuropathie (O-IPN) komt nog steeds voor bij een groot aantal patiënten tenminste 12 maanden na beëindiging van de behandeling. Een hogere cumulatieve dosis van dit middel heeft waarschijnlijk invloed op de ontwikkeling van O-IPN op lange termijn. Die conclusie trekken drs. A.J.M. Beijers (Máxima Medisch Centrum) en collega's op basis van een literatuurstudie. De uitkomsten daarvan zijn onlangs gepubliceerd in het vakblad Support Care in Cancer. Lagere follow-up bij melanoom is veilig en heeft geen effect op welzijn patiënt Het verlagen van de follow-up frequentie bij patiënten met stadium IB-II melanoom heeft geen negatief effect op het mentaal welbevinden van deze patiënten. Ook is de detectie van recidieven één jaar na diagnose bij een aangepast follow-up schema vergelijkbaar met de recidiefdetectie gevonden bij de in de huidige richtlijn aanbevolen frequentie. Dat blijkt uit een gezamenlijke studie van onderzoekers van UMC Groningen, IKNL, Isala Zwolle, Antoni van Leeuwenhoek Amsterdam en UMC Leiden. De resultaten suggereren dat een lagere frequentie veilig kan worden aanbevolen in evidence-based richtlijnen. Verder zagen de onderzoekers een significante daling van de ziekenhuiskosten bij verlaagde follow-up. Cytoreductie & HIPEC bij spoedoperatie dikkedarmkanker ‘veelbelovend' Patiënten met peritoneale carcinomatosis van colorectale oorsprong die acute symptomen vertonen, kunnen veilig worden geopereerd in combinatie met een HIPEC-behandeling. Zeker zo belangrijk is dat de 5-jaarsoverleving van deze patiënten gelijk is aan patiënten die electieve zorg kregen. Thijs van Oudheusden (CZE) en collega's stellen in Annals of Surgical Oncology dat deze uitkomsten ‘veelbelovend' zijn en dat chirurgie en HIPEC daarom bij deze patiënten overwogen dient te worden. Prostaatpartners evalueren met hulp van IKNL diagnostisch proces Drie oncologische professionals hebben namens IKNL afgelopen juni het diagnostisch proces geëvalueerd van het Prostaatcentrum zuidwest Nederland. Het centrum is een samenwerking tussen het topklinische Franciscus Gasthuis &Vlietland (Rotterdam / Berkel en Rodenrijs) en Erasmus Medisch Centrum. Door middel van dit samenwerkingsverband streeft het Prostaatcentrum naar een snelle, efficiënte en multidisciplinaire benadering van diagnostiek en behandeling van patiënten met prostaatkanker. EMBRAZE realiseert samenwerkingsafspraken slokdarm- en maagkanker Zeven ziekenhuizen en twee radiotherapie-instituten in Zuidwest-Nederland zijn een oncologisch samenwerkingsverband aangegaan onder de naam EMBRAZE, een acroniem voor Erasmus MC, Brabant en Zeeland. IKNL ondersteunt dit netwerk met onder andere gedetailleerde, tumorspecifieke rapportages. Mede op basis van deze informatie zijn de betrokken instellingen met elkaar in overleg gegaan over verdere intensivering van hun samenwerking. Een van de eerste resultaten is de ontwikkeling van een organisatie-overstijgend zorgpad voor patiënten met slokdarm- of maagkanker. Kwaliteitskader palliatieve zorg: werken aan randvoorwaarden en financiering Een door zorgprofessionals gedragen kwaliteitskader en passende financiering voor de ontwikkeling en uitvoering van de palliatieve zorg. Dat is het doel van het project Kwaliteitskader Palliatieve Zorg Nederland dat IKNL en Palliactief eind 2015 samen zijn gestart. Tijdens de invitational conference op 24 februari 2016 gaven de deelnemers aan dat er behoefte is aan een handzaam en overzichtelijk kwaliteitskader. Maar ook dat ‘verbindend meedenken’ van patiënten, naasten, hulpverleners en zorgverzekeraars heel belangrijk is. Het streven is het nieuwe kwaliteitskader te laten voldoen aan de criteria van het Toetsingskader van het Zorginstituut. Palliatieve zorg in beeld: meer onderzoek en registratie nodig Uit een unieke inventarisatie van Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) blijkt vooral dat meer registratie en onderzoek nodig is om iets te kunnen zeggen over de behoefte aan en kwaliteit van de palliatieve zorg in Nederland. Het beeld is nog niet scherp, maar er zijn aanwijzingen dat het goed gaat én signalen dat het beter kan. Beoordelingsmethode mammogram niet van invloed op chirurgie Zowel blinde als niet-blinde dubbele beoordeling van het screeningsmammogram leidt tot vergelijkbare chirurgische behandeling voor vrouwen met door screening ontdekte borstkanker of met intervalkankers. Dat blijkt uit een studie van radioloog Roy Weber (Catharina Ziekenhuis) en collega’s gepubliceerd in Annals of Surgical Oncology. Een uitzondering op deze bevinding zijn de grotere resectievolumes van borstsparende ingrepen bij patiënten met een door screening ontdekt ductaal carcinoom in situ en het hogere aandeel borstsparende chirurgie voor intervalkankers bij niet-blinde, dubbele beoordeling. In de discussie noemen de onderzoekers mogelijke verklaringen.  Geen verschil in overleving plaveiselcelcarcinoom boven- en onderlip Algemeen wordt aangenomen dat patiënten met kanker aan de bovenlip een slechtere overlevingskans hebben dan patiënten met kanker aan de onderlip. Uit onderzoek van Nienke Pietersma en collega’s blijkt dat de totale en relatieve 5-jaarsoverleving voor kanker aan de bovenlip en onderlip vergelijkbaar waren in de periode 1989-2009. Ook de relatieve 10-jaarsoverleving was nagenoeg hetzelfde met 94 procent voor de bovenlip en 90 procent voor de onderlip. Partijen stimuleren komende vijf jaar oncologische netwerken De Taskforce Oncologie, het initiatief van NFU, NVZ, IKNL, SONCOS en LMK, stimuleert het vormen van netwerken voor oncologische zorg. Na een invitational conference in januari 2015 zijn zij aan de slag gegaan om een zogenaamd koersboek te schrijven. Hierin presenteren deze partijen hun gezamenlijke visie, waarin de ontwikkeling van Comprehensive Cancer Networks (CCN’s) centraal staat. Die moeten ervoor zorgen dat elke oncologische patiënt optimale zorg krijgt, ongeacht het startpunt van zijn zorgtraject. In dit koersboek maakt de Taskforce duidelijk wat een CCN is en op welke wijze de Taskforce daarbij kan ondersteunen. Het koersboek verschijnt na de zomer en wordt breed verspreid.    Medisch specialisten en IKNL voeren samen gesprek met Kamerleden Een aantal medisch specialisten uit UMC’s en vertegenwoordigers van IKNL hebben op 21 juni tijdens een bijeenkomst met Kamerleden in Den Haag gesproken over de toegevoegde waarde van registers. Vier best practices die nu al van meerwaarde zijn werden toegelicht. Medisch specialisten kunnen met de tumorspecifieke datasets uit de NKR aan de eisen van transparantie van zorg voldoen. Ook krijgen ze meer inzicht in de (deel)resultaten van het medisch handelen gedurende het hele behandeltraject. Dit draagt bij aan een goede kwaliteit van zorg en leven en aan het verhogen van de overlevingskansen van patiënten met kanker.   Herhaalde schildwachtklierprocedure veilig en uitvoerbaar Herhaling van de schildwachtklierprocedure is een goed uitvoerbare, veilige ingreep bij patiënten met een gerecidiveerd mammacarcinoom die eerder een borst- en/of okselklieroperatie kregen. Dat betekent dat het standaard toepassen van een okselklierdissectie bij deze patiënten achterwege kan blijven, waardoor postoperatieve klachten zoals lymfoedeem kunnen worden voorkomen. Dit is één van de conclusies in het proefschrift waarop Guusje Vugts (Catharina Ziekenhuis, Eindhoven) donderdag 16 juni 2016 promoveerde aan Maastricht University.  IKNL op NVPO-congres met richtlijnen psychosociale oncologie Vrijdag 18 maart 2016 vond in Utrecht het 22e congres plaats van de Nederlandse Vereniging voor Psychosociale Oncologie (NVPO). Het thema was dit keer ‘Richtlijnen in de psychosociale oncologie: van papier naar patiënt’. IKNL presenteerde tijdens dit drukbezochte symposium herziene versies van de richtlijnen ‘Oncologische revalidatie’ en ‘Detecteren behoefte psychosociale zorg’. Er vond een levendige discussie plaats over de toepassing van deze richtlijnen in de praktijk. De deelnemers waren het er over eens dat systematische aandacht voor psychosociale problemen tot de reguliere, oncologische zorg behoort.   Formats voor transmurale zorgpaden geactualiseerd IKNL heeft diverse formats ontwikkeld voor de zorgpaden long-, prostaat-, mamma-, ovarium- en colorectaalcarcinoom en een niet-tumorspecifiek format. Deze formats zijn onlangs geactualiseerd. In samenwerking met AMC, Erasmus MC, OLVG en VUmc heeft IKNL ook een format ontwikkeld voor het zorgpad ‘Verdenking perihilair cholangiocarcinoom’. Tumorspecifieke, transmurale zorgpaden dragen bij aan het optimaliseren van een continu zorgproces, waarbij overdrachtsmomenten naadloos op elkaar aansluiten.   Circa derde kankerpatiënten heeft behoefte aan ondersteunende zorg Circa een derde van alle patiënten met kanker wenst of overweegt een verwijzing naar psychosociale en/of paramedische zorg. Dat blijkt uit een studie van Jolien Admiraal (UMC Groningen) en collega’s onder 1.340 patiënten met verschillende vormen van kanker. Kennis van risicovariabelen kan volgens de onderzoekers bijdragen aan het tijdig identificeren van mensen met een grotere behoefte aan ondersteunende zorg. Het gaat hierbij met name om patiënten die meer distress en/of meer praktische en emotionele problemen ervaren, die jonger zijn en om patiënten die onder behandeling zijn of recent zijn gediagnosticeerd.