Baarmoederhalskanker

Over de afgelopen decennia overleden gemiddeld ongeveer 200 vrouwen per jaar aan baarmoederhalskanker. Ongeveer de helft van deze vrouwen was jonger dan 60 jaar, 25 van hen waren zelfs jonger dan 45 jaar. Baarmoederhalskanker komt opvallend vaak bij jongere vrouwen voor: de piekincidentie van baarmoederhalskanker ligt tussen het 35e en het 45e levensjaar. De incidentie van baarmoederhalskanker in het algemeen lijkt de afgelopen jaren licht te stijgen. 

De 5-jaarsoverleving neemt over de afgelopen jaren ook langzaam toe, met een huidige 5-jaarsoverleving van 67%. Deze trend is terug te zien in de sterftecijfers, die een daling laten zien over de afgelopen decennia. Er is ook een bevolkingsonderzoek voor baarmoederhalskanker: dankzij het bevolkingsonderzoek kunnen voorstadia vroegtijdig worden opgespoord en verwijderd, zodat deze niet uitgroeien tot baarmoederhalskanker. Daarmee kan sterfte aan baarmoederhalskanker worden voorkomen. 

IKNL monitort in opdracht van het RIVM de prestaties van het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. Het doel van deze monitor is om de kwaliteit van de bevolkingsonderzoeken te bewaken en te verbeteren.

Samen met zorgprofessionals en patiĆ«ntenorganisatie Olijf ondersteunt IKNL beleidsvoering om de zorg voor patiĆ«nten met een gynaecologische tumor te verbeteren. Zo verricht de afdeling Research & Development van IKNL studies naar de kwaliteit van zorg en kwaliteit van leven van baarmoederhalskankerpatiĆ«nten. Bij de meeste studies wordt gebruik gemaakt van gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR), waarin sinds 1989 alle gevallen van kanker worden geregistreerd. De resultaten publiceert IKNL onder meer in internationale tijdschriften en regionale rapportages. Daarnaast worden ze besproken met zorgprofessionals in regionale en landelijke werkgroepen.

Lees meer over de incidentie van baarmoederhalskanker.