Incidentie

Hoofd-halskanker komt het meest voor in de mondholte, de orofarynx, de hypofarynx en de larynx. Mondholtekanker komt het vaakst voor, zo blijkt uit de NKR. Bij deze kankersoort stijgt de incidentie in absolute aantallen (N), maar ook gestandaardiseerd naar de Europese standaard populatie (ESR). Hierbij wordt rekening gehouden met de toename van het aantal inwoners in Nederland en met de vergrijzing van de bevolking.

 

Klik voor vergroting

 

Larynxkanker was lange tijd het meest voorkomende type hoofd-halskanker. Het absolute aantal gevonden tumoren per jaar schommelt tussen de 650 en 700 per jaar, maar er is duidelijk een dalende trend zichtbaar na correctie voor bevolkingsgroei en vergrijzing. Deze daling is waarschijnlijk te verklaren doordat minder mensen roken (de belangrijkste risicofactor). Meer dan de helft van personen die in de periode 2015 t/m 2018 de diagnose larynxkanker kregen, rookten op dat moment. De incidentie van hypofarynxkanker is stabiel, terwijl er wel duidelijke stijging is voor orofarynxkanker. Voor orofarynxkanker is dit waarschijnlijk gerelateerd aan het humaan papilloma virus (hpv). Een andere bekende risicofactor voor hoofd-halskanker is alcoholgebruik.

Stadium bij diagnose

Het stadium is een maat voor de uitgebreidheid van de ziekte. Hoofd-hals tumoren worden ingedeeld volgens de TNM-classificatie van maligne tumoren (TNM 7) of, als die niet bestaat, volgens de 'extent of disease'-classificatie. Het stadium is een maat voor de uitgebreidheid van de ziekte. Er wordt onderscheid gemaakt in:

  • lokale ziekte (cTNM7 I of II of cEoD 1 of 2): in dit stadium gaat het om een kleinere tumor en zijn er (meestal) geen uitzaaiingen naar de regionale lymfeklieren. 
  • uitgebreide ziekte (cTNM7 III, IVA of IVB of cEoD 3 t/m 5): in dit stadium is de tumor ingegroeid in andere structuren of is de tumor uitgezaaid naar de regionale lymfeklieren.
  • ziekte op afstand (cTNM7 IVC of cEoD 6): in dit stadium zijn er ook uitzaaiingen in andere delen van het lichaam.
  • onbekend: het stadium is onbekend. 

Algemeen geldt dat hoe minder uitgebreid de ziekte is op het moment van diagnose, hoe gunstiger het verloop. In 5% van de gevallen van hoofd-halskanker is geen klinisch stadium bekend.

Klik voor vergroting

Kanker van de lip (90%) wordt vrijwel altijd vastgesteld in het stadium van lokale ziekte; kanker van de mondholte (56%) en van de larynx (56%) worden vaak gediagnosticeerd in het stadium van lokale ziekte. Nasofarynx- (67%), hypofarynx- (78%) en orofarynx-kanker (76%) worden meestal in het stadium van uitgebreide ziekte vastgesteld. Bij relatief veel patiĆ«nten met kanker van de hypofarynx (7%) en de speekselklieren (8%) wordt de diagnose in een laat stadium gesteld, als er al uitzaaiingen zijn in andere delen van het lichaam (ziekte op afstand).