Informeren en Samen Beslissen bij de baarmoederhalsafwijking CIN: analyse van de huidige praktijk

Na een afwijkend uitstrijkje in het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker is het belangrijk dat zorgverlener en patiënt de verschillende opties, de situatie en de wensen van de patiënt goed bespreken. Uit recent onderzoek in opdracht van Zorginstituut Nederland blijkt echter dat vrouwen weinig keuze ervaren. Ook geven zij aan dat zorgverleners bij de toelichting van hun advies vooral stilstaan bij de medische aspecten en minder bij hun gevoelens. Onderzoekers geven aanbevelingen voor het invulling geven aan Samen Beslissen bij cervicale intra-epitheliale neoplasie (CIN).

Jaarlijks verwijzen huisartsen ruim 30.000 vrouwen met een afwijkend uitstrijkje van de baarmoederhals door naar de gynaecoloog voor aanvullend onderzoek en eventuele behandeling van afwijkingen. De behandelopties voor vrouwen met CIN hangen af van de ernst van de afwijking en de kenmerken van de patiënt. IVO, IKNL en Ecorys in samenwerking met Stichting Olijf en Catharina Ziekenhuis/ Radboudumc onderzochten hoe de informatievoorziening en Samen Beslissen in de praktijk verlopen. Op basis van de bevindingen komen zij tot aanbevelingen voor zorgaanbieders om de informatievoorziening en het proces van Samen Beslissen te verbeteren.

Informatie en geruststelling

Vrouwen zijn vaak ongerust na het gesprek met de huisarts. Het beeld dat vrouwen hebben na het gesprek met de huisarts, komt niet altijd overeen met het beeld dat de zorgverlener in het ziekenhuis geeft. Dat leidt tot verwarring. Zorgverleners geven aan dat zij geregeld vrouwen eerst moeten geruststellen.

Vrouwen vinden de (schriftelijke) informatie die ze voor het consult bij de gynaecoloog ontvangen wel begrijpelijk. Maar mede vanwege de vele verwarrende begrippen (PAP, CIN en HPV) gaan veel vrouwen zelf toch nog op zoek naar aanvullende informatie.

Patiënten ervaren weinig keuze

Hoewel de meeste vrouwen zich kunnen vinden in het behandeladvies, ervaren zij weinig keuze. Wel zien zij mogelijkheden om de eigen wensen in te brengen. Zorgverleners houden sterk rekening met patiëntkenmerken, zoals leeftijd, kinderwens en eventuele angst, maar delen hun overwegingen niet allemaal expliciet met de patiënt. Waar de ervaring van de zorgverleners is dat zij rekening houden met de gevoelens van de patiënt, ervaren vrouwen dat anders. Zij geven aan dat zorgverleners bij de toelichting van hun advies vooral stilstaan bij de medische aspecten en minder bij hun gevoelens.

Invulling geven aan Samen Beslissen bij CIN: 4 tips

Enkele tips om te voorkomen dat het advies van een zorgverlener als ‘eindpunt’ wordt ervaren:

1. Beschrijf het proces van Samen Beslissen in de folder die het ziekenhuis toestuurt en benadruk dat vrouwen actieve inbreng mogen hebben.

2. Ga tijdens het consult in op de vraag wat de mogelijkheden zijn, wat de voor- en nadelen van die mogelijkheden zijn en wat dat voor een vrouw betekent in haar specifieke situatie.

3. Bespreek als zorgverlener expliciet wat uw overwegingen zijn, ga na hoe het voorstel valt en wat de voorkeur van de vrouw is in de gegeven situatie.

4. Zorg dat vrouwen die via een spoedprocedure (buiten de standaard verwijsmethodiek om) worden verwezen óók de gebruikelijke informatie ontvangen.

Rapport

Lees het volledige rapport

Bekijk de factsheet over dit onderzoek met quotes van geïnterviewden

Gerelateerd

Bevolkingsonderzoeken 2019: deelnamegraad hoog, maar neemt licht af

Monitoren van de bevolkingsonderzoeken naar kanker

De deelnamegraad bij de bevolkingsonderzoeken naar borst- en darmkanker is nog steeds hoog, maar neemt licht af. Daarnaast is het screeningsinterval bij het bevolkingsonderzoek borstkanker toegenomen door gebrek aan personele capaciteit. Dat blijkt uit de monitoren van het bevolkingsonderzoek die IKNL verzorgt in opdracht van het RIVM. De monitoren rapporteren over 2018 en 2019, dus de effecten van de coronacrisis zijn nog niet zichtbaar.

lees verder

Incidentie en voorspellers buikvliesuitzaaiingen bij gynaecologische kanker

Incidentie en voorspellers buikvliesuitzaaiingen bij gynaecologische kanker

Uitzaaiingen naar het buikvlies komen vooral voor bij patiënten met eierstokkanker en treden zelden op bij vrouwen met baarmoeder en/of baarmoederhalskanker. Dat tonen Lara Burg (Radboudumc) en collega’s aan in een retrospectieve studie met NKR-gegevens van bijna 95.000 patiënten. Het histologische subtype (sereus en clear cell) blijkt de sterkste voorspeller te zijn voor het krijgen van buikvliesuitzaaiingen. Daarom wordt voorgesteld nieuwe therapieën te onderzoeken op basis van histologische subtypen.

lees verder