Nieuwe richtlijn borstreconstructie moet ongewenste praktijkvariatie terugdringen

Maandag 23 maart 2015 maakten betrokken beroepsgroepen de nieuwe richtlijn voor de behandeling van borstkankerpatiënten bekend. Vrouwen met borstkanker krijgen voortaan meteen te horen hoe na een operatie de borstreconstructie wordt uitgevoerd. Daarmee worden grote variaties in de behandelmethoden tussen de diverse ziekenhuizen ongedaan gemaakt. De Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie (NVPC) is het daarover eens geworden met de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVVH), Borstkankervereniging Nederland (BVN) en het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.

Grote landelijke verschillen
Op dit moment bestaan grote landelijke verschillen. Er zijn volgens de betrokken verenigingen ziekenhuizen waar geen enkele vrouw bij borstkanker meteen een borstreconstructie krijgt, maar ook klinieken waar bij meer dan 60 procent van de patiënten een reconstructie in het behandelplan is opgenomen. Een borstreconstructie draagt bij aan het herstel, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Het vermindert psychologische, sociale en seksuele nadelen van het verlies van een borst.

IKNL bevestigt deze cijfers. In het kader van de NABON Breast cancer audit (NBCA) registreert IKNL gegevens over directe reconstructie na een ablatieve ingreep (borstamputatie). Bij deze patiënten is er een indicatie voor een directe reconstructie tenzij er een (mogelijke) indicatie voor radiotherapie is, wat gezien wordt als een relatieve contra-indicatie. Gemiddeld werd de afgelopen 3 jaren bij 16 procent (per ziekenhuis variërend van 0–63%) van de patiënten met een invasief mammacarcinoom en bij 41 procent (per ziekenhuis variërend van 0–83%) van de patiënten met DCIS een directe reconstructie uitgevoerd. Reconstructie met behulp van een prothese is het meest voorkomend (jaarrapportage NBCA 2013). Een oudere leeftijd, het verrichten van een okselklierdissectie en postoperatieve radiotherapie zijn geassocieerd met minder vaak verrichten van directe reconstructie na ablatieve ingreep. 

Nader onderzoek naar ongewenste variatie
De komst van de multidisciplinaire mammareconstructie richtlijn (www.richtlijnendatabase.nl) zal de ongewenste praktijkvariatie hopelijk verminderen. De richtlijn biedt de multidisciplinaire overleggen handvatten de keuze al dan niet een directe reconstructie te baseren op beschikbare evidence in de medische literatuur en niet op persoonlijke opvattingen of lokale gewoonten.

IKNL heeft samen met de NBCA op dit moment een onderzoek lopen naar de specifieke redenen van het al dan niet uitvoeren van directe reconstructie. Hierbij wordt gekeken of deze variatie ongewenst is en een lokale gewoonte of opvatting weerspiegelt, of dat het de wens van de patiënt is. Om hier inzage in te krijgen is een onderdeel van het project een patiëntenonderzoek, waarin patiënten worden bevraagd naar hun ervaringen en tevredenheid na geen of een (uitgestelde) reconstructie. Dit onderzoek wordt mede gefinancierd door KWF. Daarnaast worden in juni nieuwe cijfers over directe reconstructies bekend gemaakt in de jaarrapportage van DICA/NBCA. 

Gerelateerd

Bevolkingsonderzoeken 2019: deelnamegraad hoog, maar neemt licht af

Monitoren van de bevolkingsonderzoeken naar kanker

De deelnamegraad bij de bevolkingsonderzoeken naar borst- en darmkanker is nog steeds hoog, maar neemt licht af. Daarnaast is het screeningsinterval bij het bevolkingsonderzoek borstkanker toegenomen door gebrek aan personele capaciteit. Dat blijkt uit de monitoren van het bevolkingsonderzoek die IKNL verzorgt in opdracht van het RIVM. De monitoren rapporteren over 2018 en 2019, dus de effecten van de coronacrisis zijn nog niet zichtbaar.

lees verder

Minder diagnoses borst- en darmkanker door coronacrisis

Door de coronacrisis dit voorjaar zijn minder diagnoses borst- en darmkanker gesteld. In de leeftijdsgroepen die voor de bevolkingsonderzoeken worden uitgenodigd was de daling in het aantal diagnoses veel groter dan in de andere leeftijdsgroepen. Bij borstkanker en de voorstadia daarvan gaat het om een derde minder diagnoses bij 50-74-jarigen en bij darmkanker om een vijfde minder diagnoses bij 55-75-jarigen, de leeftijdsgroep die voor het bevolkingsonderzoek wordt uitgenodigd. Dat schrijven Avinash Dinmohamed, Sabine Siesling en anderen in het tijdschrift Journal of Hematology & Oncology op basis van gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie gebaseerd op voorlopige diagnoses van de pathologiedatabase PALGA.

lees verder