Incidentie vestibulair schwannoom hoger dan tot dusver aangenomen

De ziektelast van vestibulair-schwannoom is hoger dan tot dusver werd aangenomen. Uit onderzoek van Maarten Kleijwegt (LUMC), Willem Godefroy (St. Anthonius, Nieuwegein) en IKNL blijkt dat schattingen van de incidentie van deze ziekte in regio's met de hoogste incidentie (37,5 tumoren per één miljoen inwoners) bovendien hoger ligt dan in eerdere studies is gerapporteerd. Deze cijfers geven een reële benadering van de werkelijke ziektelast van vestibulair-schwannoom in Nederland. De mogelijke toename in incidentie hangt vooral samen met het toegenomen gebruik van MRI-scans.

Het doel van deze studie is de incidentie van vestibulair-schwannoom (ook wel brughoektumor of acousticus neurinoom genoemd) te onderzoeken in Nederland. Vestibulair-schwannoom is een goedaardig gezwel dat groeit vanuit de zenuwschede van de evenwichtszenuw. Het is de meest voorkomende schedelbasistumor. Het ontbreken van een volledige signalering vormt de grootste uitdaging voor een betrouwbare schatting van de incidentie. Los hiervan blijven sommige casussen asymptomatisch en worden daardoor nooit tijdens het leven gediagnosticeerd.

Population-based
De onderzoekers verzamelden gegevens van patiënten met vestibulair-schwannoom in de databank van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) die tussen 2001-2012 waren gediagnosticeerd. Deze zijn zowel primair gesignaleerd door pathologen als door aanvullende klinische bronnen  (inclusief databanken van ziekenhuisregistraties en afdelingen Radiologie). Het gebruik van deze aanvullende bronnen verschilde per regio.

Aangezien gegevens uit de regio Leiden als het volledigst worden beschouwd, is de verwachting dat schattingen gebaseerd op deze regio de werkelijke incidentie van vestibulair-schwannoom het meest benaderen. Daarnaast berekenden de onderzoekers voor deze regio de mogelijke efficiëntie van de beeldvorming door te kijken naar het aantal uitgevoerde MRI-scans per gediagnosticeerd schwannoom.

Toename incidentie
Uit de analyses blijkt dat er in de periode 2001 tot 2012 in totaal 3.663 patiënten met vestibulair-schwannoom zijn geregistreerd in de NKR. Ruim een kwart van de incidenties (28,4%, n = 1.040) was pathologisch bevestigd;  een meerderheid uitsluitend door middel van klinische diagnose (71,6%, n = 2.623). De incidentie steeg van 10,3 per één miljoen inwoners tot 15,5 volgens de European Standardized Rate. Aanzienlijke variatie in incidentie werd waargenomen tussen regio's, variërend van 12,0 tot 24,9 per één miljoen inwoners over de gehele onderzoeksperiode.

In de regio Leiden werd de incidentie van 2005 tot en met 2007 geschat op 25,5 per één miljoen inwoners en in de periode 2009 tot 2012 op 33,2 per één miljoen. In de regio Leiden steeg de verhouding tussen klinische diagnosis versus histopathologisch bevestigde diagnoses van 1,4 naar 6,7.

Conclusies
Maarten Kleijwegt en collega’s concluderen dat er regionale variatie is in de volledigheid van registratie van vestibulair-schwannoom in Nederland. Schattingen van de incidentie van deze ziekte verkregen uit regio's met de hoogste incidentie blijken bovendien hoger te zijn dan in eerdere studies is gerapporteerd. De piekincidentie van 37,5 tumoren per één miljoen inwoners is een van de hoogste die tot dusver is gevonden voor vestibulair-schwannoom. De toegenomen incidentie hangt volgens de onderzoekers vooral samen met betere bewustwording van de klachten veroorzaakt door een schwannoom alsmede door het toegenomen gebruik van MRI-scans in ziekenhuizen.

  • Kleijwegt M, Ho V, Visser O, Godefroy W, van der Mey A: ‘Real Incidence of Vestibular Schwannoma? Estimations From a National Registry’

  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl

categorie: Incidentie Registratie
Gerelateerd

Kanker onder kinderen en adolescenten licht gestegen sinds 1990

Het aantal nieuwe gevallen van kanker bij kinderen en adolescenten is in de afgelopen decennia licht gestegen. Slechts een aantal vormen van kanker waren verantwoordelijk voor de toename, de meeste soorten zijn relatief stabiel gebleven sinds 1990. Dat blijkt uit onderzoek van het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie en IKNL.

lees verder

Incidentie & overleving van intestinaal en diffuus slokdarm- en maagcarcinoom

Incidentie & overleving van intestinaal en diffuus slokdarm- en maagcarcinoom

De incidentie en overleving van slokdarm- of maagadenocarcinoom verschilt naar gelang het histologische subtype van deze tumoren. De prognose van patiënten met een intestinale tumor is significant beter dan van lotgenoten met een diffuse tumor. Dat blijkt uit een landelijke studie van Rosa van der Kaaij (NKI-AvL, Amsterdam), waarin data van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) en Pathologisch-Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief (PALGA) zijn gekoppeld.

lees verder