PREDICT voorspelt goed bij meeste patiënten met borstkanker in Nederland

Het PREDICT-model (versie 2.0) geeft een betrouwbare prognose van de algehele 5- en 10-jaarsoverleving bij de meeste patiënten met borstkanker in Nederland. De prognose van de algehele 5- en 10-jaarsoverleving bij patiënten met een negatieve oestrogeenreceptor vergt echter wel een zorgvuldige interpretatie. Dat concluderen  Marissa van Maaren (IKNL, Universiteit Twente) en collega’s uit Nederland, Verenigd Koninkrijk en Frankrijk in de European Journal of Cancer. Ook ten aanzien van de algehele 10-jaarsoverleving bij patiënten van 75 jaar en ouder, patiënten met T3-tumoren en patiënten bij wie endocriene therapie en chemotherapie wordt overwogen is omzichtige interpretatie wenselijk.

PREDICT versie 2.0 wordt steeds vaker gebruikt om de prognose van patiënten met borstkanker te schatten. In deze studie is onderzoek gedaan naar de validatie van dit instrument bij specifieke subgroepen patiënten in Nederland. Hiervoor werden alle geopereerde vrouwen met niet-gemetastaseerde, primaire invasieve borstkanker geselecteerd uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) die in 2005 zijn gediagnosticeerd. 

Studiepopuatie

De voorspelde en waargenomen algehele 5- en 10-jaarsoverleving in dit totale cohort werden afzonderlijk vergeleken op basis van de oestrogeenreceptorstatus en vooraf gedefinieerde prognostische subgroepen. Een verschil van meer dan 5% werd als klinisch relevant beschouwd. De discriminerende nauwkeurigheid en zogeheten ‘goodness-of-fit’ van het instrument werden bepaald met behulp van de AUC-curve en Chi-kwadraattest.

Resultaten

In totaal werden 8.834 patiënten geïncludeerd. De discriminerende nauwkeurigheid voor de algehele 5-jaarsoverleving was goed (AUC 0,80). Voor ER-positieve en ER-negatieve patiënten waren de AUC's respectievelijk 0,79 en 0,75. Het verschil tussen de voorspelde en waargenomen algehele 5-jaarsoverleving bedroeg -1,4% voor het gehele cohort, -0,7% bij ER-positieve patiënten en -4,9% bij ER-negatieve patiënten. De onderzoekers concluderen dat de algehele 5-jaarsoverleving goed werd voorspeld in alle subgroepen. De onderschatting van circa 5% in ER-negatieve patiënten valt binnen het vooraf als relevant beschouwde verschil van 5%. Echter is dit wel iets waar kritisch naar gekeken moet blijven worden.

De discriminerende nauwkeurigheid voor de algehele 10-jaarsoverleving was eveneens goed (AUC 0,78). Voor ER-positieve en ER-negatieve patiënten waren de AUC's respectievelijk 0,78 en 0,76. De voorspelde algehele 10-jaarsoverleving verschilde van de waargenomen overleving in het gehele cohort met -1,0%, bij ER-positieve patiënten met -0,1% en -5,3% bij ER-negatieve patiënten. De algehele 10-jaarsoverleving werd overschat (6,3%) bij patiënten van ≥75 jaar en onderschat (-13%) bij patiënten met T3-tumoren en patiënten die behandeld werden met zowel endocriene therapie als chemotherapie (-6,6%).

Conclusies en beschouwing

Marissa van Maaren en collega’s komen tot de conclusie dat PREDICT versie 2.0 een betrouwbare prognose geef van de algehele 5-jaarsoverleving bij de meeste patiënten met borstkanker in Nederland, hoewel de uitkomsten voor zowel de algehele 5- als 10-jaarsoverleving zorgvuldige interpretatie vergt bij ER-negatieve patiënten. Verder doen ze de aanbeveling om de algehele 10-jaarsoverleving voorzichtig te interpreteren bij patiënten ≥75 jaar, bij T3-tumoren en bij patiënten bij wie endocriene therapie en chemotherapie wordt overwogen.

De door PREDICT overschatte algehele overleving bij patiënten ≥75 jaar die in deze studie is gevonden, kan volgens de onderzoekers mogelijk worden verklaard door een verhoogde prevalentie van comorbiditeiten en/of een oververtegenwoordiging van oudere patiënten in het studiecohort. Een andere verklaring zou kunnen zijn dat de initiële uitkomsten van het PREDICT-model gebaseerd zijn op een populatie patiënten die tussen 1999 tot 2003 is gediagnosticeerd in het Verenigd Koninkrijk, terwijl de populatie in onderhavige studie bestond uit patiënten gediagnosticeerd in 2005. De gevonden verschillen kunnen daarnaast deels de toegenomen overleving in de tijd weerspiegelen en verschillen tussen de gezondheidszorg in Nederland en het Verenigd Koninkrijk.

Voor zover bekend is dit de eerste population-based studie in Nederland met een volledige doelpopulatie waarin de validatie van PREDICT versie 2.0 is onderzocht bij specifieke, prognostische subgroepen met borstkanker. Aan deze studie werkten specialisten en onderzoekers mee van IKNL, Universiteit Twente (Enschede), Cambridge Universiteit, NKI-AvL (Amsterdam), Canisius Wilhelmina Ziekenhuis (Nijmegen) en Instituut Curie (Parijs).

  • van Maaren MC, van Steenbeek CD, Pharoah PDP, Witteveen A, Sonke GS, Strobbe LJA, Poortmans PMP, Siesling S: ‘Validation of the online prediction tool PREDICT v. 2.0 in the Dutch breast cancer population’. Eur J Cancer. 2017 Nov;86:364-372.
  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl 
Gerelateerd

Grote verschillen in uitzaaiingspatronen stadium IV inflammatoire borstkanker

Bij patiënten met stadium IV inflammatoire borstkanker worden belangrijke verschillen waargenomen in uitzaaiingspatronen en algehele overleving samenhangend met de verschillende subtypen (HR/HER2-status) van deze ziekte. Dat concluderen Dominique van Uden (Radboudumc) en collega’s in een publicatie in Breast Cancer Research and Treatment. Volgens de onderzoekers heeft dit inzicht belangrijke consequenties voor het adviseren van patiënten over hun prognose en eventuele behandelopties. De studie onderstreept tevens de mogelijkheid tot gerichtere stadiëring afgestemd op het subtype.

lees verder

Overleving na dikkedarm- en borstkanker verbeterd tussen ’03-‘12 in Nederland

De overleving van patiënten met dikkedarm- en borstkanker is tussen 2003 en 2012 in Nederland verbeterd, maar er zijn wel opmerkelijke verschillen te zien tussen oudere en jongere patiënten, met name bij borstkankerpatiënten. Dat concluderen Doris van Abbema (Universiteit Maastricht & Amsterdam) en collega’s. Bij oudere vrouwen met borstkanker is een opvallende toename te zien van endocriene therapieën en daling van het aandeel operaties. De onderzoekers vragen zich af of de richtlijnen bij deze groep patiënten consistent worden gevolgd. De gestegen overleving bij ouderen met dikkedarmkanker is vooral toe te schrijven aan ruimere inzet van adjuvante chemotherapie en verbeterde preoperatieve behandeling en chirurgie.

lees verder