Samenwerking darmkankerzorg: hogere kwaliteit en minder administratieve lasten

IKNL, de Dutch Colorectal Cancer Group (DCCG) en de Dutch Institute for Clinical Auditing (DICA) sluiten een samenwerkingsovereenkomst om de kwaliteit van darmkankerzorg verder te verbeteren. De drie organisaties zijn betrokken bij het verbeteren van de (uitkomsten van) zorg van patiënten met darmkanker. Zij zijn ervan overtuigd dat de kwaliteit van darmkankerzorg in Nederland nog beter kan en dat samenwerking hiervoor cruciaal is. De organisaties willen efficiënter registreren en de patiënt niet belasten met dubbele vragenlijsten, daarvoor gaan zij onder meer werken met één gemeenschappelijke dataset.  

Darmkanker is de op twee na meest voorkomende vorm van kanker in Nederland. Meerdere organisaties zijn betrokken bij het meten en evalueren van de kwaliteit van zorg voor darmkanker. Vanuit wetenschappelijk onderzoek is dit DCCG; vanuit kwaliteitsregistratie en -evaluatie is dit DICA; vanuit kankerregistratie en netwerkvorming is dit IKNL. 

De organisaties willen de administratieve lasten verminderen, maar tegelijkertijd nog betere data genereren voor zorgevaluatie en wetenschappelijk onderzoek “Onze organisaties hebben hetzelfde doel: de darmkankerzorg in Nederland nóg beter maken. Daarom is het een logische stap dat we de samenwerking opzoeken,” vertelt Bas Geerdes, medisch manager bij IKNL. Eric Hans Eddes, directeur DICA vult aan: “Uiteindelijk doen we dit voor de patiënt en de zorgverlener. Dat betekent dat we zo efficiënt mogelijk ons werk doen. Een belangrijk streven daarbij is dat we patiënten en zorgverleners niet langer ‘dubbel’ bevragen door middel van vragenlijsten.”

Samenwerking

“In de samenwerkingsovereenkomst maken IKNL, DCCG en DICA belangrijke afspraken over gegevensverzameling door te werken aan één gemeenschappelijke dataset”, zegt Pieter Tanis van DCCG. In deze dataset komen basisitems en items die passen bij de specifieke doeleinden van IKNL en DICA. Het streven is dat zorgaanbieders de benodigde gegevens slechts één keer registreren. Daarnaast spreken de organisaties af waarover patiënten worden bevraagd, de patiënt gerapporteerde uitkomsten.

Zo kunnen dezelfde resultaten voor de verschillende doelen van de organisaties worden gebruikt. Een tweede onderdeel van de samenwerking is het afstemmen en gezamenlijk beoordelen van aanvragen van gegevens voor wetenschappelijk onderzoek. Zo kan gemonitord worden of een onderzoeksvraag gelijk is aan eerder gedane aanvragen en wordt overlap en tegenstrijdigheid in gepubliceerde informatie voorkomen. Deze samenwerking leidt tot gerichte kwaliteitsinformatie waarmee de zorg continu verbeterd kan worden.

Mogelijke uitbreiding samenwerking

IKNL en DICA sluiten de samenwerkingsovereenkomst in eerste instantie specifiek voor darmkankerzorg, en daarom is DCCG betrokken. Eric Hans Eddes: “Zo kunnen we ontdekken wat de beste manier is om samen te werken. Als dit goed verloopt is er de wens om de samenwerking op termijn uit te breiden naar registraties van andere ziektebeelden.” 

Gerelateerd

Bevolkingsonderzoeken: hoge deelnametrouw en vroege opsporing

Bevolkingsonderzoeken: hoge deelnametrouw en vroege opsporing

IKNL verzorgt in opdracht van het RIVM de monitoring van de bevolkingsonderzoeken naar darm-, borst- en baarmoederhalskanker met als doel de kwaliteit van deze screenings te bewaken en waar nodig te verbeteren. Uit deze monitoring blijkt onder andere dat deze bijdragen aan vroege opsporing van kanker en dat de deelnamegraad hoog is. Dit duidt op een hoog vertrouwen in deze bevolkingsonderzoeken.

lees verder

Studie naar relevantie histologische subtypen op prognose appendixcarcinoom

Pathologisch onderzoek

Bij patiënten met een locoregionaal of niet naar het buikvlies gemetastaseerd appendixadenocarcinoom heeft het histologisch subtype van de tumor géén invloed op de prognose. Echter, bij patiënten met peritoneale metastasen is het mucineus subtype wél een gunstige prognostische factor ten opzichte van patiënten met het een niet-mucineus adenocarcinoom. Dat blijkt uit onderzoek van Laura Legué (Catharina Ziekenhuis, Eindhoven & IKNL) en collega’s. Deze uitkomsten bevestigen dat mucineuze en niet-mucineuze adenocarcinomen in de appendix verschillend zijn als het gaat om prognose en behandelmogelijkheden.

lees verder