Overleving oudere patiënten (65-75 jaar) met gevorderde borstkanker verbeterd

De overleving van oudere vrouwen (65-75 jaar) met gevorderde borstkanker is tussen 1990 en 2015 verbeterd. Dit is zeer waarschijnlijk het gevolg van ruimere inzet van chemotherapieën bij patiënten met stadium III borstkanker. Dat concluderen Nienke de Glas (LUMC) en collega’s op basis van een studie met gegevens van bijna 240.000 patiënten uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Uit dit onderzoek blijkt echter ook dat de overleving van vrouwen (boven 75 jaar) met stadium I-III borstkanker níet is toegenomen. In toekomstige studies dient daarom meer rekening gehouden te worden met comorbiditeit(en) en geriatrische parameters, om de behandeling van deze oudste groep verder te personaliseren.

Het aantal oudere patiënten met borstkanker neemt snel toe. In een eerdere studie van E. Bastiaannet et al. is aangetoond dat tussen 1990 en 2005 de overleving van oudere patiënten met borstkanker niet is verbeterd in vergelijking met jongere patiënten. In de afgelopen jaren is het wetenschappelijk bewijs binnen de oudere leeftijdsgroep toegenomen en zijn er specifieke richtlijnen voor oudere vrouwen met borstkanker ontwikkeld. In deze studie zijn veranderingen in de overleving van oudere patiënten met borstkanker geëvalueerd.

Opzet en resultaten

De onderzoekers includeerden alle patiënten met borstkanker die tussen 2000 en 2017 zijn opgenomen in de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Vervolgens analyseerden zij veranderingen in verstrekte behandelingen met behulp van logistische regressie. Ook werden veranderingen berekend in de relatieve overleving als volmacht voor borstkankersterfte, gestratificeerd naar leeftijd en stadium.

In totaal werden de gegevens van 239.992 patiënten met borstkanker opgenomen in de studie. De relatieve overleving verbeterde van patiënten ouder dan 65 jaar voor alle stadia van borstkanker. Bij patiënten in de leeftijd van 65-75 jaar verbeterde de relatieve overleving niet bij stadium I-II, maar wel bij stadium III borstkanker. Het voorschrijven van systemische behandelingen nam in Nederland toe bij stadium III borstkanker van 34% in 2005 naar 53% in 2017. Bij patiënten boven 75 jaar verbeterde de relatieve overleving echter niet bij stadium I-II noch bij stadium III en werden ook geen veranderingen waargenomen in behandelstrategieën.

Conclusie en aanbeveling

Nienke de Glas en collega’s concluderen dat de relatieve overleving van patiënten in de leeftijd van 65-75 jaar met gevorderde borstkanker in de afgelopen decennia is verbeterd. Zeer waarschijnlijk heeft dit te maken met toegenomen gebruik van systemische behandelingen bij patiënten met stadium III borstkanker. Bij oudere vrouwen (boven 75 jaar) met stadium I tot en met III borstkanker wordt echter geen verbetering in de overleving waargenomen. Volgens de onderzoekers dienen toekomstige studies daarom gericht zijn op het verder personaliseren van behandelingen, waarbij rekening wordt gehouden met comorbiditeit(en), geriatrische parameters en het risico van concurrerende mortaliteit en toxiciteit door deze behandelingen.

Nabeschouwing

Een mogelijke verklaring voor het ontbreken van overlevingswinst bij vrouwen met stadium III borstkanker boven 75 jaar is onderbehandeling. In Nederland was het aandeel patiënten met chemotherapie in deze leeftijdsgroep lager (10%) vergeleken met bijvoorbeeld België (35%), hoewel de betere overleving in België niet statistisch significant was. Volgens de onderzoekers kan chemotherapie bij fitte patiënten van 75 jaar en ouder met gevorderde borstkanker mogelijk bijdragen aan verhoging van de overleving. Hoewel het percentage chemotherapieën bij patiënten tussen 65 en 75 jaar met stadium III borstkanker toenam, is niet uitgesloten dat ook bij deze leeftijdsgroep nog sprake kan zijn van onderbehandeling.

De onderzoekers stellen verder vast dat een ruime meerderheid van de oudere patiënten in deze studie endocriene therapie ontving, zelfs bij stadium I-II borstkanker. Dit is wellicht niet gerechtvaardigd bij alle patiënten aangezien het risico om te overlijden aan andere oorzaken (concurrerende mortaliteit) sterk toeneemt op hogere leeftijd en kan leiden tot verhoogde sterfte door andere oorzaken, zoals trombose of hart- en vaatziekten. Het achterblijven van overlevingswinst bij de oudste groep (75 en ouder) kan daarnaast ook het gevolg zijn van het toenemende aantal patiënten met stadium I-III borstkanker dat géén primaire chirurgie kreeg.

Gerelateerd

Significante variatie in behandeling en overleving ouderen met borstkanker EU-5

Er bestaat significante variatie in behandelstrategieën en overleving van oudere vrouwen met borstkanker in Nederland, België, Ierland, Engeland en de regio Groot-Polen. Die conclusie staat te lezen in een publicatie van Marloes Derks (LUMC) en collega’s in de British Journal of Cancer. De onderzoekers constateren onder meer grote variatie in het aanbieden van hormoontherapie bij patiënten met vroege stadia van borstkanker, maar dit heeft niet geleid tot een betere relatieve overleving. Dit wijst op mogelijke overbehandeling. Bij patiënten met gevorderd borstkanker, zagen zij een hogere overleving in landen waar minder vaak chirurgie wordt onthouden. Dit wijst volgens de onderzoekers op mogelijke onderbehandeling. 

lees verder