Controleonderzoek leidt tot detectie van melanoom bij patiënten met atypische naevi

Uit onderzoek van Rauwerdink en collega’s van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) naar de vroegdiagnostiek van melanoom bij patiënten met multipele atypische melanocytaire naevi is gebleken dat jaarlijks dermatologisch onderzoek leidt tot opsporing van een substantieel aantal melanomen dat niet door de patiënt was opgemerkt. Vooral patiënten met atypische naevi die een lichte huid hadden met tekenen van zonneschade bleken een hoger risico te hebben op melanoom.

Patiënten met multipele atypische naevi hebben een tot zes keer verhoogd risico op ontwikkeling van melanoom. Over de toegevoegde waarde van jaarlijkse dermatologische screening bij patiënten met atypische naevi bestaat onduidelijkheid. Op de afdeling dermatologie van het LUMC worden patiënten met vijf of meer klinisch atypische naevi of meer dan 100 naevi jaarlijks gecontroleerd, zoals de Nederlandse richtlijn melanoom aanbeveelt. Om de toegevoegde waarde te onderzoeken van de jaarlijkse dermatologische screening, hebben Rauwerdink en collega’s het voorkomen van melanoom bij 1.131 van deze patiënten met atypische naevi geanalyseerd gedurende 5 jaar.

Follow-up

Gedurende de follow-up periode kregen 39 patiënten de diagnose melanoom; zij hadden een gemiddelde leeftijd van 48 jaar. De incidentie van melanoom was hiermee 1,1% per follow-up jaar. Negen patiënten ontwikkelden multipele melanomen, waardoor het totaal aantal melanomen uitkwam op 56. Daarvan waren er 46 invasief en 10 in situ. Het merendeel van de melanomen was ontstaan uit een al bestaande naevus.

Argument voor jaarlijkse controle

Opvallend was dat de meeste melanoomdiagnoses vastgesteld werden door de dermatoloog tijdens jaarlijkse controle (79%) en het melanoom niet door de patiënt zelf als verdacht was opgemerkt, ondanks instructies over zelfcontrole van de huid. Deze bevinding vormt een extra argument voor jaarlijkse controle door een dermatoloog. Uit een subgroepanalyse bleek dat patiënten met rood of blond haar, solaire lentigines of een voorgeschiedenis van ernstige zonverbranding gedurende de jeugd het hoogste risico hebben op het ontwikkelen van melanoom.

Referentie

 

Gerelateerd

Schildwachtklierbiopsie bij patiënten met pT1-melanoom heroverwegen

Sinds de introductie van het 7e stadiëringssysteem van de American Joint Committee on Cancer (AJCC) is het aantal schildwachtklierbiopsieën in Nederland gestegen bij patiënten met een pT1-melanoom. Dit heeft echter niet geleid tot het vinden van meer positieve biopten. Ook is er geen verbetering zichtbaar in de overleving (die de 100% al benaderde) bij diverse subgroepen met pT1-melanomen in de periode 2003-2009 en 2010-2014. Die conclusies trekken Charlotte Oude Ophuis (Erasmus MC) en collega’s in een studie met data van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Volgens de onderzoekers zou uitvoering van schildwachtklierbiopsies bij deze patiënten heroverwogen dienen te worden.

lees verder