Filters Filter Created with sketchtool.
  • Kankersoort
  • Stadium
  • Behandelsoort
  • Zorgfase
  • Pathologie
  • Epidemiologie
  • Onderzoeksdomein
  • Patiëntgroep

Nieuws

Selecteer een onderwerp in de filter, zoals een kankersoort, een behandelsoort of een onderzoeksdomein. 

Praktijkvariatie in postoperatieve radiotherapie bij cN+ borstkanker

Bij patiënten met stadium cT1-2N+ borstkanker is een substantiële afwijking van de studierichtlijn waargenomen ten aanzien van het geven van postoperatieve radiotherapie na primaire systemische therapie. Deze afwijking is vooral zichtbaar bij patiënten met een ypN1 na primaire systemische therapie mét of zónder okselklierdissectie, zo blijkt uit de RAPCHEM-studie.

lees verder

Behandelkeuze stadium I NSCLC: veel variatie ziekenhuizen; overleving gelijk

Behandelkeuze stadium I NSCLC: veel variatie ziekenhuizen; overleving gelijk

Door centralisatie is het aantal ziekenhuizen in Nederland gedaald dat zelf longkankeroperaties uitvoert. Hoewel dit bijdroeg aan de variatie in behandelkeuze tussen ziekenhuizen, heeft dit in de praktijk bij patiënten met stadium I niet-kleincellige longkanker (NSCLC) niet geleid tot een slechtere algemene overleving. Dit suggereert volgens Julianne de Ruiter (NKI-AvLen collega’s dat verdere centralisatie van longkankerchirurgie waarschijnlijk geen nadelige impact zal hebben op de uitkomsten van behandeling.

lees verder

Grote variatie in toevoegen hormoontherapie bij bestraling matig-risico prostaatkanker

Man krijgt hormonale medicatie

Minder dan een derde van de patiënten met matig-risico prostaatkanker krijgt in Nederland naast externe radiotherapie een hormoonbehandeling voorgeschreven. De variatie tussen Nederlandse ziekenhuizen in het voorschrijven van deze behandelcombinatie is groot. Bij patiënten met hoog-risico prostaatkanker is de variatie in hormoon- en radiotherapie veel kleiner. Dat concluderen Barbara Rijksen (Avl-NKI) en collega’s op basis van data uit Prostaatkankerzorg In Beeld (ProZIB).

lees verder

Internationale variatie in de toepassing van curatieve radiotherapie bij longkanker

De toepassing van curatieve radiotherapie bij longkanker varieert tussen landen. Waar in Engeland een kwart van de patiënten met stadium I niet-kleincellig longkanker (NSCLC) niet actief behandeld werd, was dat 8% in Nederland. Bij stadium IIIA waren de verschillen nog groter. In Nederland werd 45% van de patiënten behandeld met chemoradiotherapie tegen 11% in Engeland. Dat blijkt uit een vergelijking tussen data uit de National Lung Cancer Audit en de Nederlandse Kankerregistratie.  

lees verder

Impact positieve klieren na neoadjuvante chemotherapie op vervolgbehandeling

Bij cT1-3N0 ER+HER2+, cT1-3N0 ER-HER2+ en triple negatieve cT1-2N0 borstkankerpatiënten die behandeld zijn met neoadjuvante chemotherapie, kan een directe borstreconstructie worden overwogen als een acceptabele behandeloptie, vanwege het lage risico op het vinden van positieve schildwachtklieren. Dat concluderen Sanaz Samiei (Maastricht UMC+) en collega’s in Annals of Surgical Oncology. Echter, bij patiënten met cT1-3N0 ER+HER2- en triple negatieve borstkanker dienen risico’s en voordelen van een directe borstreconstructie uitvoerig besproken te worden met de patiënt, omdat het risico op het aantreffen van positieve schildwachtklieren relatief hoog is.

lees verder

Proefschrift Kelly de Ligt: Borstkankerzorg beter afstemmen op behoeften patiënt

Er bestaat in Nederland aanzienlijke variatie tussen ziekenhuizen als het gaat om de behandeling voor patiënten met borstkanker. Voorbeelden zijn verschillen in timing van chemotherapie (voor of na de operatie) en variatie in het bespreken van de mogelijkheid van een (directe) borstreconstructie. Deze variatie is niet geheel te verklaren door ziektekenmerken. Kelly de Ligt (IKNL, Universiteit Twente) onderzocht voor haar proefschrift of deze variatie het gevolg is van individuele voorkeuren van de patiënt of aanwijzingen bevat voor verbetering van de kwaliteit van zorg? Met name de informatievoorziening en gedeelde besluitvorming is vatbaar voor verbetering om de borstkankerzorg beter aan te laten sluiten op de persoonlijke wensen en behoeften van patiënten.

lees verder

Profylactische schedelbestraling veel toegepast bij patiënten met SCLC

Behandeling met profylactische schedelbestraling leidt bij patiënten met een beperkt stadium (I en II) kleincellig longcarcinoom (SCLC) tot overlevingsresultaten die kunnen oplopen tot 45 maanden. Deze vorm van radiotherapie werd tussen 2009 – 2013 dan ook op grote schaal gebruikt in Nederland, hoewel significant minder vaak bij oudere patiënten. Dat blijkt uit een publicatie van Ronald Damhuis (IKNL) en collega’s van VUmc en NKI-AvL in Clinical Lung Cancer. Een mogelijk nadeel van deze therapie is het optreden van late toxische klachten. Dit speelt met name bij oudere patiënten. Het blijft daarom belangrijk om patiënten goed te informeren over hun opties en vooruitzichten.

lees verder

Proefschrift over betere diagnostiek & behandeling LCNEC

Pathologen en (long)oncologen worden bij de diagnose en behandeling van patiënten met grootcellig neuro‐endocrien longcarcinoom (LCNEC), een zeldzame vorm van longkanker, geconfronteerd met allerlei problemen. Jules Derks beschrijft in zijn proefschrift mogelijkheden die kunnen bijdragen aan betere diagnostiek en behandeling van deze ziekte. Zo kunnen patiënten met bevestigd LCNEC mogelijk voordeel hebben bij gecombineerde chemotherapie met platinum‐gemcitabine of platinum‐taxaan, een regime dat tot dusver bij patiënten met niet-kleincellig longcarcinoom werd ingezet.
 

lees verder