nieuws


nieuws

  • De zelfevaluatie palliatieve zorg is bedoeld voor zorgorganisaties die samenwerken binnen een Netwerk Palliatieve Zorg en die de palliatieve zorg in de eigen organisatie willen verbeteren. De zelfevaluatie is gebaseerd op het Kwaliteitskader palliatieve zorg en bevat vragen die een organisatie helpt een beeld te krijgen van de palliatieve zorg door middel van zelfreflectie. De zelfevaluatie zegt niets over de kwaliteit van de verleende palliatieve zorg.
    Lees meer
  • In het project TAPA$ (TrAnsmurale PAlliatieve Zorgmodellen met passende bekoStiging) gaan zeven regionale initiatieven voor transmurale palliatieve zorg met elkaar aan de slag. Deze initiatieven hebben een manier gevonden om palliatieve zorg te verbeteren. Ondersteund door PZNL buigen ze zich over het realiseren van passende bekostiging, het inzichtelijk maken van kwaliteit van zorg en identificeren van de basiselementen waarmee deze kwaliteit geleverd kan worden. Bestaande initiatieven bestendigen en het ontstaan van nieuwe initiatieven stimuleren en faciliteren staan centraal in project TAPA$.
    Lees meer
  • Een onderzoeksteam van IKNL is begin 2018 gestart met het eQuiPe-project met als doel de ervaringen en behoeften van zowel patiënten als naasten in kaart te brengen om tot aanbevelingen te komen ter verbetering van de palliatieve zorg. Ter voorbereiding is eerst een kwalitatieve studie uitgevoerd, waarvan enkele resultaten in dit bericht worden gepresenteerd. Op basis van deze studie is een vervolgstudie gestart: een landelijke prospectieve observationele cohortstudie, waarbij patiënten en naasten worden gevolgd met vragenlijsten. Inmiddels loopt deze  studie in ruim 35 ziekenhuizen.
    Lees meer
  • Het Praktijkteam palliatieve zorg van VWS heeft een formule ontwikkeld om knelpunten in de palliatieve zorg op te lossen. Dit bleek uit een onderzoek naar de verbinding tussen VWS en de praktijk. Het praktijkteam draagt bij aan het vereenvoudigen, duiden of afschaffen van procedures. Ingekomen meldingen worden opgepakt en opgelost. Maar niet alleen dat, van deze casuïstiek wil het praktijkteam ook leren. Waar nodig worden op basis van de ingekomen meldingen beleidsverbeteringen doorgevoerd: weg met de ‘paarse krokodillen’.
    Lees meer
  • Een multidisciplinaire richtlijncommissie is in februari 2019 gestart met de revisie van de KNMG richtlijn Palliatieve sedatie volgens de evidence based methodiek. Dit gebeurt op initiatief van de KNMG en het IKNL. De richtlijn is naar verwachting eind 2020 gereed en is dan te raadplegen op Pallialine.nl en via de app PalliArts. De richtlijn wordt dan tevens aangeboden bij de Richtlijnendatabase (FMS) en het Register (ZiN).
    Lees meer
  • Neoadjuvante chemoradiotherapie plus chirurgie dient bij patiënten met curabel adenocarcinoom van de slokdarm als voorkeursbehandeling geadviseerd te worden. Bij patiënten met plaveiselcelcarcinoom van de slokdarm (met twee of meer comorbiditeiten of een leeftijd van 75 jaar of ouder) lijkt definitieve chemoradiotherapie tot vergelijkbare overlevingsresultaten te leiden als neo-adjuvante therapie gevolgd door een resectie. Dat concluderen Zohra Faiz (UMC Groningen) en collega’s in Annals of Surgical Oncology op basis van onderzoek met gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Extra prospectieve studies zijn volgens de onderzoekers nodig om tot een betere selectie van patiënten te komen.
    Lees meer
  • Radiotherapiegerelateerd angiosarcoom (RAAS) is een ernstige, maar late en zeldzame complicatie van radiotherapie als behandeling voor borstkanker. Uit onderzoek van Anouk Rombouts (Radboudumc) en collega’s blijkt dat, ongeacht het wel of niet toevoegen van radiotherapie, de 5- en 10-jaarsoverleving van de patiënten met RAAS stabiel blijft op 41% respectievelijk 25%. In lijn met eerdere studies heeft het toevoegen van radiotherapie, vergeleken met uitsluitend chirurgische behandeling, géén significant effect op de overleving van RAAS-patiënten. Wel toont deze studie aan dat chirurgie altijd een onderdeel dient te zijn van de behandeling van RAAS.
    Lees meer
  • Endocriene therapie, chemotherapie, en trastuzumab in combinatie met chemotherapie verlagen het risico op het ontwikkelen van contralaterale borstkanker. Echter, elke vorm van adjuvante systemische therapie blijkt een andere impact te hebben op de verdeling van het subtype van de contralaterale borstkanker. Die conclusie staat te lezen in een publicatie van Iris Kramer (NKI) en collega’s in de Journal of the National Cancer Institute (Oxford University Press). De grootste risicoreductie werd waargenomen bij taxaanbevattende chemotherapie en bij aromataseremmers. De uitkomsten van deze studie leveren (nog) geen duidelijke indicatie om de huidige richtlijnen voor adjuvante, systemische therapie te herzien.
    Lees meer
nieuwsbrieven
U kunt zich abonneren op de nieuwsbrieven van IKNL via onderstaande knop.

volg ons: