COVID-19 en kanker van de spijsverteringsorganen

Als gevolg van de COVID-19 pandemie is het aantal kankerdiagnoses van de spijverteringsorganen vanaf week 9 gedaald. Dit blijkt uit voorlopige cijfers van de Nederlandse Kankerregistratie op basis van voorlopige diagnoses in de landelijke pathologiedatabase PALGA.

In maart, april en mei was het aantal kankerdiagnoses van de spijsverteringsorganen ongeveer 20% lager dan in de eerste twee maanden van het jaar. Deze daling is vooral opgetreden bij kanker van maag & slokdarm, alsmede bij darmkanker. Bij maag- en slokdarmkanker is de daling het grootst in maart, waarna een geleidelijk herstel volgt. Bij darmkanker is de daling in april/mei juist groter dan in maart. De cijfers van juni en juli laten een herstel zien.

Bij kanker van de lever, galwegen & pancreas is er geen duidelijke daling van het aantal diagnoses. Waarschijnlijk hangt dit samen met de ernst van de klachten bij deze kankersoorten, waarbij uitstel van diagnostiek geen optie is.

Bevolkingsonderzoek darmkanker

Het bevolkingsonderzoek darmkanker is in week 12 stopgezet. Omdat er een aantal weken zit tussen het uitsturen van de ontlastingstest en de diagnose darmkanker, is dit effect niet direct zichtbaar in de cijfers. Tot en met week 17 lopen de screeningspopulatie (55-75 jarigen) en de niet-screeningspopulatie dan ook gelijk op (de daling is ongeveer 20%). Vanaf week 18 is de daling van het aantal kankerdiagnoses per week in de screeningspopulatie (gemiddelde daling 25%) echter duidelijk groter dan in de niet-screeningspopulatie (gemiddelde daling 4%). Vanaf week 20 startte het bevolkingsonderzoek darmkanker weer gefaseerd op. Dit heeft ertoe geleid dat het aantal diagnoses in de screeningspopulatie weer toegenomen is.

Monitoren

IKNL monitort de gevolgen van de COVID-19 crisis op de kankerzorg en bericht hierover op de webpagina www.iknl.nl/covid-19

  • Lees ook de eerdere update over het aantal diagnoses darmkanker tijdens de COVID-19-pandemie.