Adjuvante chemotherapie bij patiënten met stadium III rectumcarcinoom

Het effect van adjuvante chemotherapie op de kans op een afstandsrecidief of overlijden bij patiënten met stadium III rectumcarcinoom verschilt naar neo-adjuvante behandeling. Dat blijkt uit een studie van Felice van Erning (IKNL) in samenwerking met specialisten uit het Catharina Ziekenhuis (Eindhoven), Maastricht UMC en het Admiraal de Ruyter Ziekenhuis (Goes/Vlissingen). Volgens de onderzoekers kan adjuvante chemotherapie met name overwogen worden bij patiënten die voldoende fit waren om kortdurende neo-adjuvante radiotherapie te ondergaan of die geen neo-adjuvante behandeling hebben gekregen.  

Adjuvante chemotherapie is nog steeds een omstreden therapie bij patiënten met endeldarmkanker. Het doel van deze studie was om het effect van adjuvante chemotherapie te onderzoeken op de recidiefvrije overleving bij patiënten met stadium III rectumcarcinoom die behandeld zijn in de klinische praktijk, waarbij rekening is gehouden met het type neo-adjuvante behandeling dat deze patiënten ontvingen. 

Opzet van de studie 
In de studie werden patiënten uit diverse regio's in Nederland geïncludeerd die tussen 1996 en 2013 waren gediagnosticeerd met pathologisch stadium III rectumcarcinoom en die naast hun operatie neo-adjuvante kortdurende radiotherapie, chemoradiatie of geen neo-adjuvante behandeling ontvingen. Na stratificatie voor de neo-adjuvante behandeling werd de 5-jaars ziektevrije overleving berekend voor patiënten die wel en geen adjuvante chemotherapie hadden ontvangen met behulp van Kaplan-Meier curves. Verder maakten de onderzoekers gebruik van Cox-regressie om het onafhankelijke effect van adjuvante chemotherapie te bepalen op de kans van een afstandsrecidief of overlijden.  

De onderzoekspopulatie bestond uit 829 patiënten van wie 537 patiënten (65%) neo-adjuvante kortdurende radiotherapie ontvingen, 128 patiënten (15%) neo-adjuvante chemoradiatie en 164 patiënten (20%) geen neo-adjuvante behandeling. Verder kregen 152 patiënten (18%) adjuvante chemotherapie. Uit de analyses blijkt dat adjuvante chemotherapie geassocieerd is met een verbeterde 5-jaars ziektevrije overleving bij patiënten die kortdurende radiotherapie kregen (61% vs. 46%, p = 0,005) en voor patiënten die geen neo-adjuvante behandeling ontvingen (70% vs. 28%, p <0,0001).  

Resultaten en conclusie 
De uitkomsten van multivariabele analyses laten zien dat adjuvante chemotherapie geassocieerd is met een verminderd risico op een afstandsrecidief / overlijden bij patiënten die neo-adjuvant behandeld zijn met kortdurende radiotherapie (HR 0,65, 95% CI 0,46-0,93) en bij patiënten die geen neo-adjuvante behandeling kregen (HR 0,35, 95% CI 0,18-0,71). Dit verminderde risico was niet aanwezig bij patiënten behandeld met neo-adjuvante chemoradiatie (HR 1,11, 95% CI 0,51-2,41). 

Felice van Erning en collega’s concluderen dat de studie laat zien dat het effect van adjuvante chemotherapie op de kans op een afstandsrecidief of overlijden bij patiënten met stadium III rectumcarcinoom verschilt per neo-adjuvante behandeling. Adjuvante chemotherapie kan met name overwogen worden bij patiënten die fit genoeg zijn om kortdurende neo-adjuvante radiotherapie te ondergaan of die geen neo-adjuvante behandeling hebben gekregen. Voor patiënten die neo-adjuvante chemoradiatie hebben ondergaan, geeft deze studie geen duidelijk antwoord. Om daar inzicht in te krijgen, is een grote cohortstudie nodig met meer inzicht in de klinische gegevens. 

  • Van Erning FN, Rutten HJ, van den Berg HA, Lemmens VE, van Halteren HK.: ‘Effect of adjuvant chemotherapy on recurrence-free survival varies by neo-adjuvant treatment in patients with stage III rectal cancer.

  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl 

Gerelateerd

Betere overleving na behandeling uitzaaiingen buikvlies met CRS + HIPEC

Behandeling van uitzaaiingen in het buikvlies door middel van cytoreductieve chirurgie gecombineerd met hypertherme intraperitoneale chemotherapie (CRS + HIPEC) kan bijdragen aan het verhogen van de overlevingskansen van patiënten met dikkedarmkanker. Zorgvuldige selectie van patiënten blijft echter nodig om te bepalen of deze operatie haalbaar is. Dit is één van de conclusies in het proefschrift ‘Clinical Experiences with Peritoneal Carcinomatosis’, waarop Thijs van Oudheusden (IKNL, Catharina Ziekenhuis) 8 april promoveert aan Maastricht University. Hierin gaat hij onder meer in op de pre-operatieve selectie van patiënten, CRS + HIPEC bij terugkerende ziekte en uniformiteit van behandelprotocollen. 

lees verder