Identificatie curatieve patiënten bij uitgezaaide darmkanker belangrijk

De belangrijkste doodsoorzaak bij patiënten met darmkanker is een gemetastaseerde ziekte. Ongeveer 20 tot 25 procent van deze patiënten heeft te maken met metastasen ten tijde van de diagnose. Het klinisch verloop van patiënten met metachrone metastasen is echter minder duidelijk. Het doel van deze studie is om de incidentie, behandeling en overleving van patiënten te beschrijven met metachrone metastasen gerelateerd aan dikkedarmkanker en om de risicofactoren te bepalen voor het ontwikkelen van deze metachrone uitzaaiingen.

Geïncludeerde patiënten
De studie werd uitgevoerd met behulp van data van patiënten met dikkedarmkanker die in de periode 2002-2003 waren gediagnosticeerd in Noordoost-Nederland. De gebruikte data waren afkomstig van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Genoemde patiënten werden gevolgd gedurende 5 jaar na diagnose van de primaire tumor. Kaplan-Meier-methode en Cox regressie analyses werden gebruikt om voorspellende factoren te bepalen voor het ontwikkelen van uitzaaiingen en voor de totale overleving.

In totaal ontwikkelden 333 (19%) van de 1.743 geïncludeerde patiënten metachrone metastasen. De meeste van deze metastasen (83%) werden gediagnosticeerd binnen 3 jaar na de primaire diagnose. De meest voorkomende locatie was de lever. Patiënten met een vergevorderd stadium en patiënten met een tumor in het afdalende deel van de darm of in rectum hadden meer kans op het ontwikkelen van metastasen. Ongeveer 10% van alle patiënten onderging in opzet een curatieve behandeling voor het behandelen van de metastasen. De 5-jaarsoverleving was 60%. Behandeling van uitzaaiingen en pathologische N-status (pN) waren onafhankelijke, prognostische factoren voor de totale overleving van deze patiënten.

Identificatie patiënten 
Marloes A. G. Elferink en collega's concluderen dat locatie en stadium van de primaire tumor voorspellers zijn voor het ontwikkelen van metachrone metastasen. Een beperkt aantal van de patiënten met gemetastaseerde ziekte kreeg een behandeling met curatieve intentie. Deze patiënten hadden een goede prognose. Volgens de onderzoekers moet er om die reden meer aandacht komen voor het identificeren van meer patiënten die kunnen profiteren van een curatieve behandeling bij uitzaaiingen van dikkedarmkanker. 

  • Marloes A. G. Elferink, Koert P. de Jong, Joost M. Klaase, Esther J. Siemerink en Johannes H. W. de Wilt: ‘Metachronous metastases from colorectal cancer: a population-based study in North-East Netherlands'.

Gerelateerd

Betere overleving na behandeling uitzaaiingen buikvlies met CRS + HIPEC

Behandeling van uitzaaiingen in het buikvlies door middel van cytoreductieve chirurgie gecombineerd met hypertherme intraperitoneale chemotherapie (CRS + HIPEC) kan bijdragen aan het verhogen van de overlevingskansen van patiënten met dikkedarmkanker. Zorgvuldige selectie van patiënten blijft echter nodig om te bepalen of deze operatie haalbaar is. Dit is één van de conclusies in het proefschrift ‘Clinical Experiences with Peritoneal Carcinomatosis’, waarop Thijs van Oudheusden (IKNL, Catharina Ziekenhuis) 8 april promoveert aan Maastricht University. Hierin gaat hij onder meer in op de pre-operatieve selectie van patiënten, CRS + HIPEC bij terugkerende ziekte en uniformiteit van behandelprotocollen. 

lees verder