Peritoneale metastasen bij GEP-NET sterk afhankelijk locatie primaire tumor

Een aanzienlijk aantal patiënten met een gastro-enteropancreatische neuro-endocriene tumor (GEP-NET) heeft ook te maken peritoneale metastasen. De frequentie van deze metastasen en de overlevingskansen blijken sterk afhankelijk te zijn van de locatie van de primaire tumor. Dat concluderen Ariana Madani (IKNL, Erasmus MC, MMC) en collega’s van een groot aantal Nederlandse ziekenhuizen op basis van studie met data van de Nederlandse Kankerregistratie. Inzicht in de incidentie en risicofactoren van peritoneale metastasen kan volgens de onderzoekers bijdragen aan het ontwikkelen van geïndividualiseerde behandelstrategieën bij patiënten met heterogene neoplasmen. 

Gastro-enteropancreatische Neuro-endocriene tumoren (GEP-NET's) zijn zeldzame tumoren. Data over de incidentie van peritoneale metastasen afkomstig van deze tumoren zijn schaars. In deze studie zijn population-based data verzameld en geanalyseerd over de incidentie, risicofactoren en overleving van patiënten met peritoneale metastasen afkomstig van GEP-NET.

Studie met NKR-data 
De studie is uitgevoerd aan de hand van gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) van alle patiënten gediagnosticeerd met een GEP-NET tussen 2007 en 2013. De onderzoekers berekenden de leeftijdgestandaardiseerde incidentiecijfers en bepaalden de risicofactoren voor het ontwikkelen van peritoneale metastasen met behulp van multivariabele logistische regressie-analyse. De overleving werd onderzocht met behulp van Kaplan-Meier en Cox regressie-analyses. 

In totaal werden 4.114 patiënten in de NKR gevonden met de diagnose GEP-NET. Peritoneale metastasen waren gediagnosticeerd bij 234 patiënten wat omgerekend neerkomt op 19% van de patiënten met uitgezaaide ziekte en 6% van alle GEP-NET's. De incidentie van patiënten met peritoneale metastasen was 1,6 : 1.000.000 personen per jaar. Als risicofactoren voor het ontwikkelen van peritoneale metastasen werden geïdentificeerd een hogere leeftijd en een primaire tumorlocatie in de dunne- of dikkedarm.  

Resultaten en conclusies 
Patiënten met NET’s in de dunnedarm en peritoneale metastasen vertoonden de hoogste overleving (5-jaarsoverleving 67%), terwijl patiënten met NET’s in de appendix en peritoneale metastasen de slechtste overlevingskansen hadden (5-jaarsoverleving 7%). Multivariate analyse toonde verder aan dat de overlevingskansen van patiënten met peritoneale metastasen slechter was vergeleken met patiënten zonder metastasen. Echter, de incidentie van peritoneale metastasen onder het totaal van alle gemetastaseerde patiënten was niet geassocieerd met een slechtere overleving. 

Ariana Madani en collega’s komen tot de conclusie dat deze landelijke, population-based studie relevante inzichten geeft in de incidentie en risicofactoren op het ontstaan van peritoneale metastasen bij patiënten met GEP-NET's. Ook biedt deze studie gedetailleerd inzicht in de overlevingskansen van deze patiënten. Deze kennis kan bijdragen aan het ontwikkelen van geïndividualiseerde behandelstrategieën bij patiënten met deze heterogene neoplasmen. 

Onderzoekers 
Aan deze studie werkten onderzoekers mee van IKNL, Erasmus MC, Máxima Medisch Centrum (Veldhoven), Spaarne Gasthuis (Haarlem), AMC (Amsterdam), Flevoziekenhuis (Almere), UMC Maastricht, School for Public Health and Primary Care (Maastricht University) en Catharina Ziekenhuis (Eindhoven). 

  • Madani A, Thomassen I, van Gestel YR, van der Bilt JD, Haak HR, de Hingh IH, Lemmens VE.: ‘Peritoneal Metastases from Gastroenteropancreatic Neuroendocrine Tumors: Incidence, Risk Factors and Prognosis’.

  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl  

Gerelateerd

eQuiPe krijgt vervolg: observationele cohortstudie naar gevorderde kanker

IKNL is begin 2017 gestart met het eQuiPe-project, een onderzoek naar de kwaliteit van leven en kwaliteit van zorg zoals patiënten met gevorderde kanker én hun naasten dit ervaren. Het gaat hierbij om een prospectieve, observationele cohortstudie die openstaat voor deelname door zowel patiënten als hun naasten. Primair komen in aanmerking patiënten die gediagnosticeerd zijn met een gevorderd stadium (IV) van long-, dikkedarm-, hoofd-hals-, prostaat- of borstkanker (met metastasen in meerdere orgaansystemen) en pancreas- of slokdarmkanker. Doel is met deze kennis de palliatieve zorg verder te optimaliseren. De eerste resultaten van een kwalitatieve voorstudie worden in dit nieuwsbericht gepresenteerd.

lees verder