Pleidooi voor concentratie van zorg voor patiënten met wekedelensarcoom

De behandeling van patiënten met een wekedelensarcoom kan in Nederland worden geoptimaliseerd door deze zorg te concentreren in gespecialiseerde sarcoomcentra. Dit naar analogie van de bestaande centra die gespecialiseerd zijn in bottumoren. Die conclusie trekken Harald Hoekstra (UMC Groningen) en collega’s van NKI-AvL, Erasmus MC, UMC Groningen, LUMC en IKNL in een publicatie in Annals of Surgical Oncology. De verwachting is dat concentratie van deze zorg bijdraagt aan de kwaliteit van pathologische verslaglegging, naleving van richtlijnen en tevens ruimte biedt aan het ontwikkelen en implementeren van nieuwe diagnosetechnieken en behandelstrategieën.

Optimale zorg voor patiënten met wekedelensarcomen blijft een uitdaging. In deze landelijke studie werd niet alleen de kwaliteit van zorg aan patiënten met een wekedelensarcoom beoordeeld, maar keken de onderzoekers ook naar verbetermogelijkheden door deze zorg meer te centraliseren. 

Opzet studie 
Voor deze studie gebruikten de onderzoekers gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) van 3.317 volwassen patiënten met een wekedelensarcoom (exclusief gastro-intestinale stromale tumoren; GIST) die tussen 2006 en 2011 werden gediagnosticeerd.

De resultaten op geselecteerde klinische indicatoren (op basis van actuele richtlijnen) werden vergeleken voor ziekenhuizen met een hoog volume (≥10 resecties per jaar) versus ziekenhuizen met een laag volume (<10 resecties), tussen academische en algemene ziekenhuizen en tussen gespecialiseerde sarcoomcentra en andere ziekenhuizen. Alle analyses werden gecorrigeerd voor casemixverschillen en eveneens voor ontbrekende data. 

Resultaten 
In totaal kreeg 89% van de geïncludeerde patiënten een chirurgische resectie. Bij 24% van de patiënten bleef de resectiestatus onbekend (exclusief personen met een gemetastaseerde ziekte). Bij een derde van de patiënten was het tumorstadium niet voldoende gedocumenteerd. Microscopisch residuele ziekte werd gedetecteerd bij 20% van de patiënten, vaker bij oudere patiënten, bij grotere en dieper gelegen tumoren, en bij patiënten met een sarcoom in het (retro)peritoneum of bovenste extremiteit.  

Bijna de helft van de patiënten met een R1-resectie kreeg adjuvante radiotherapie. Na correctie voor case-mix-factoren bleken patiënten die een behandeling kregen in ziekenhuizen met een hoog volume minder vaak een macroscopisch residuele ziekte te hebben (R2-resectie). De onderzoekers signaleerden verder een zeer scheve verdeling van chirurgische volumes over de Nederlandse ziekenhuizen. 

Conclusies en aanbevelingen
Harald Hoekstra en collega’s concluderen dat de resultaten van dit onderzoek aangeven dat er mogelijkheden zijn om de zorg voor patiënten met wekedelensarcomen in Nederland te verbeteren. Ze doen de aanbeveling de zorg voor deze patiënten meer te centraliseren in bijvoorbeeld vijf gespecialiseerde sarcoomcentra naar analogie van de vier centra die gespecialiseerd zijn in bottumoren.

De verwachting is dat daardoor de kwaliteit van de pathologieverslaglegging een impuls krijgt, behandelrichtlijnen beter worden nageleefd en er ruimte ontstaat voor de ontwikkeling en implementatie van nieuwe diagnosetechnieken en behandelstrategieën. Uiteindelijk moet dit leiden tot algemene verbetering van de klinische uitkomsten voor deze patiënten. Het is de hoogste tijd voor geïntegreerde sarcoomzorg, in Nederland en in Europa. 
 

  • Hoekstra HJ, Haas RLM, Verhoef C, Suurmeijer AJH, van Rijswijk CSP, Bongers BGH, van der Graaf WT, Ho VKY: ‘Adherence to Guidelines for Adult (Non-GIST) Soft Tissue Sarcoma in the Netherlands: A Plea for Dedicated Sarcoma Centers’. Ann Surg Oncol. 2017 Jul 26.

  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl  

Gerelateerd

Juiste expertise ontbreekt vaak nog bij behandeling bot- & wekedelenkanker

Juiste expertise ontbreekt vaak nog bij behandeling bot- & wekedelenkanker

Bij de behandeling van kanker van de weke delen is verbetering nodig: bij een op de drie patiënten is niet de juiste expertise betrokken bij de behandeling. Dit blijkt uit het rapport ‘Sarcomenzorg in Nederland’ dat Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) in juni in samenwerking met experts en patiënten uitbracht. 

lees verder

Behandel dermatofibrosarcoma protuberans (DFSP) met Mohs-microchirurgie

Behandel dermatofibrosarcoma protuberans (DFSP) met Mohs-microchirurgie

Het percentage incomplete excisies is hoog (51%) bij patiënten met dermatofibrosarcoma protuberans (DFSP) in Nederland. Ook het aandeel patiënten dat na chirurgische behandeling te maken krijgt met recidieven (10%) is klinisch relevant. Die conclusies trekken Lotte van Lee (Erasmus MC) en collega’s op basis van gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) en het pathologisch anatomisch landelijk geautomatiseerd archief (PALGA). Om het aantal recidieven te verminderen, adviseren de onderzoekers de Europese richtlijn te volgen door patiënten vaker te behandelen met Mohs-microchirurgie.

lees verder