Subsidie Sonia-studie: onderzoek naar juiste moment verstrekken palbociclib

Het medicijn palbociclib is, zo blijkt uit onderzoek, effectief bij vrouwen met uitgezaaide, hormoongevoelige borstkanker. Verder onderzoek naar palbociclib en toekomstige middelen uit deze therapeutische klasse kan duidelijkheid geven of deze middelen het beste als start- of als vervolgbehandeling kunnen worden ingezet. In opdracht van het ministerie van VWS heeft ZonMw-programma Goed Gebruik Geneesmiddelen zes miljoen euro beschikbaar gesteld om dit te onderzoeken. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de Borstkanker Onderzoek Groep (BOOG), een samenwerking van borstkankeroncologen.

Minister Schippers van VWS heeft 13 juli 2017 besloten om het middel palbociclib toe te laten tot het basispakket. Palbociclib is een zogenoemde CDK4/6 remmer, die de celdeling van kankercellen remt. Het middel wordt toegevoegd aan de standaardbehandeling bij vrouwen met borstkanker die in aanmerking komen voor hormoontherapie.  

Start- of vervolgbehandeling 
Bij het voorschrijven van palbociclib moet een keuze worden gemaakt om het middel als startbehandeling te geven of als vervolgbehandeling, nadat gebleken is dat de eerste hormoonbehandeling niet meer goed werkt. In beide situaties biedt het toevoegen van palbociclib aan de huidige standaardzorg met hormoontherapie een duidelijke gezondheidswinst: de periode dat de hormoontherapie werkt, wordt daarmee verdubbeld. 

Het toevoegen van palbociclib als start- of vervolgbehandeling heeft invloed op de duur van de behandeling, de kosten en mogelijke bijwerkingen die patiënten kunnen ervaren, zoals verminderde bloedaanmaak, vermoeidheid en diarree. In de SONIA-studie (Selecting the Optimal positioN of CDK4/6 Inhibitors in HR+ Advanced breast cancer) wordt onderzocht wat het verschil in effectiviteit is tussen het gebruik van CDK4/6 remmers als start- of vervolgbehandeling en wat het verschil is in bijwerkingen en kosteneffectiviteit. 

Samenwerking 
De SONIA-studie is een initiatief van medisch oncologen dr. Gabe Sonke (Antoni van Leeuwenhoek), dr. Inge Konings (VUmc) en dr. Agnes Jager (Erasmus MC) namens de Nederlandse borstkankeroncologen samenwerkend in de Borstkanker Onderzoek Groep en vindt plaats in nauwe samenwerking met de Borstkanker Vereniging Nederland (BVN), IKNL en het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iMTA) verbonden aan de Erasmus.  

De initiatiefnemers zijn blij dat VWS geld ter beschikking stelt voor onderzoek naar palbociclib en toekomstige middelen uit deze therapeutische klasse: “De uitkomst van deze studie zal patiënten met uitgezaaide, hormoongevoelige borstkanker duidelijkheid geven hoe deze nieuwe behandeloptie zo veel mogelijk gezondheidswinst kan geven.” 

Studieopzet
De opzet van de studie is tot stand gekomen met grote betrokkenheid van de patiëntenvereniging en diverse oncologen in Nederland. De SONIA-studie start oktober 2017 in 74 ziekenhuizen in Nederland. Gedurende 3,5 jaar zullen ruim duizend patiënten worden betrokken in het onderzoek. Eind 2022 worden de eerste resultaten verwacht. 
 

  • Meer informatie is verkrijgbaar bij: BOOG Study Center, Postbus 9236, 1006 AE Amsterdam. Tel: 088 – 234 6730 of info@boogstudycenter.nl 

Gerelateerd

Impact positieve klieren na neoadjuvante chemotherapie op vervolgbehandeling

Bij cT1-3N0 ER+HER2+, cT1-3N0 ER-HER2+ en triple negatieve cT1-2N0 borstkankerpatiënten die behandeld zijn met neoadjuvante chemotherapie, kan een directe borstreconstructie worden overwogen als een acceptabele behandeloptie, vanwege het lage risico op het vinden van positieve schildwachtklieren. Dat concluderen Sanaz Samiei (Maastricht UMC+) en collega’s in Annals of Surgical Oncology. Echter, bij patiënten met cT1-3N0 ER+HER2- en triple negatieve borstkanker dienen risico’s en voordelen van een directe borstreconstructie uitvoerig besproken te worden met de patiënt, omdat het risico op het aantreffen van positieve schildwachtklieren relatief hoog is.

lees verder

Onderbroken versus continu chemotherapieschema voor uitgezaaide borstkanker: BOOG 2010-02 Stop&Go studie

De BOOG-studie Stop & Go vergeleek een onderbroken chemotherapieschema met een continu schema van acht opeenvolgende kuren voor uitgezaaide borstkanker. Op basis de resultaten van deze studie wordt een chemotherapie-vrije periode in de behandeling van patiënten met uitgezaaide borstkanker afgeraden. De effectiviteit van de eerstelijns chemotherapie nam af door het geven van een kleiner aantal chemotherapiekuren bij aanvang. Resultaten over de tweedelijnsbehandeling volgen binnenkort.

lees verder