Hogere leeftijd bij dikkedarmkanker geen reden voor onthouden van stoma

Een hogere leeftijd hoeft op zichzelf geen reden te zijn om patiënten met dikkedarmkanker een stoma te onthouden. Hoewel oudere patiënten (tot 76 jaar) met een stoma significant meer beperkingen rapporteren in hun dagelijks functioneren ten opzichte van patiënten zónder stoma, is de klinische relevantie hiervan beperkt. Dat concluderen Norbert Verweij (Diakonessenhuis, Utrecht) en collega’s in een publicatie in Colorectal Diseases. Een mogelijke verklaring dat ouderen met een stoma minder beperkingen ervaren ligt waarschijnlijk aan hun bekendheid met toenemende lichamelijke beperkingen, waardoor zij ‘minder veeleisend’ zijn vergeleken met jongere patiënten. Omgekeerd is de impact van een stoma daardoor prouominenter bij jongere patiënten. 

Stoma’s worden vaak geplaatst bij oudere patiënten na chirurgische behandeling van dikkedarmkanker. Inzicht in de mogelijke impact van stoma’s op de kwaliteit van leven kan nuttig zijn, zowel bij het begeleiden van deze patiënten als bij het nemen van een gezamenlijk besluit over deze behandeling.

Opzet en resultaten

De onderzoekers identificeerden alle patiënten in de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) die tussen 2000-2009 zijn gediagnosticeerd met dikkedarmkanker en die in 2010 een vragenlijst (EORTC QLQ-C30) ontvingen over hun kwaliteit van leven. Aanvullend werd de kwaliteit van leven van deze groep patiënten vergeleken met een normatieve populatie op basis van leeftijd en geslacht. De deelnemers kregen de vragenlijsten aangeboden via PROFILES, het online patiëntenvolgsysteem dat IKNL in samenwerking met Tilburg University heeft ontwikkeld.

Resultaten

In totaal werden 2.299 patiënten geïncludeerd die behandeld zijn vanwege dikkedarmkanker, van wie 494 met een stoma. De onderzoekers vonden geen verschillen in gerapporteerde, stoma-gerelateerde problemen tussen patiënten tot 65 jaar, in de leeftijd van 66 tot 75 jaar en patiënten van 76 jaar of ouder. Patiënten met een stoma met een leeftijd van 66 tot 75 jaar en 76 jaar of ouder, rapporteerden een significant minder lichamelijk functioneren vergeleken met personen zonder een stoma. 

Verder rapporteerden ouderen van 76 jaar of ouder met een stoma een slechter fysiek en sociaal functioneren vergeleken met de normatieve populatie. Al deze verschillen waren echter van geringe klinische relevantie. De impact van een stoma lijkt meer prominent te zijn bij jongere dragers (tot 75 jaar), omdat zij meer functionele beperkingen ervaren en een afname van hun algehele gezondheidstoestand in vergelijking met jongere patiënten zónder stoma en de normatieve populatie.

Conclusie en aanbevelingen

Hoewel oudere patiënten (tot 76 jaar) met een stoma significant meer beperkingen melden in hun dagelijks functioneren in vergelijking met een normatieve populatie en oudere patiënten zonder een stoma, is de klinische relevantie van deze bevinding volgens Norbert Verweij en collega’s beperkt. De impact van een stoma is daarentegen prominenter aanwezig bij jongere patiënten. Een hogere leeftijd hoeft op zichzelf dus geen reden te zijn om patiënten een stoma te onthouden.

Een verklaring dat ouderen met een stoma minder beperkingen ervaren, ligt waarschijnlijk aan verschillen in lichaamsbeeld en omgaan met de nieuwe situatie tussen oudere en jongere patiënten. Ouderen hebben sowieso te maken met toenemende beperkingen die op allerlei manieren invloed kunnen uitoefenen op hun kwaliteit van leven en dagelijks functioneren. Dit kan er tevens toe leiden dat oudere patiënten minder veeleisend zijn en dat veranderingen in leefstijl door een stoma op verschillende manieren worden ervaren. Het aanbieden van informatie en voorlichting over het gebruik van een stoma voorafgaand aan een operatie kan bijdragen aan het (sneller) accepteren van een stoma bij oudere patiënten. 

Aan deze studie werkten mee, naast (ex-)patiënten, onderzoekers en zorgprofessionals van Diakonessenhuis (Utrecht), Tilburg University, Elisabeth - Tweesteden Ziekenhuis (Tilburg) en IKNL.
 

  • Verweij NM, Bonhof CS, Schiphorst AHW, Maas HA, Mols F, Pronk A, Hamaker ME. ‘Quality of life in elderly patients with an 'ostomy - a study from the population-based PROFILES registry’. Colorectal Dis. 2017 Dec 15.

  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl 

Gerelateerd

Prognose aantal resterende levensjaren oudere patiënt met dikkedarmkanker

Het bepalen van het aantal potentieel verloren levensjaren ten gevolge van een ziekte (years of life lost; YLL) is een nieuwe methode om de prognose van patiënten te schatten en biedt aanknopingspunten voor gedeelde besluitvorming tussen arts en patiënt. Een patiënt van 80 jaar en ouder met dikkedarmkanker sterft bijvoorbeeld gemiddeld 2,2 jaar eerder in vergelijking tot leeftijdsgenoten uit de algemene bevolking. Voordat met dit model betrouwbare, individuele prognoses aan patiënten gegeven kunnen worden, is aanvullend onderzoek nodig. Met name naar de impact van comorbiditeiten en kwetsbaarheid (frailty), concludeert een internationale groep onderzoekers in de World Journal of Surgery.

lees verder

Individuele zorg nodig bij behandeling van oudere patiënten met rectumkanker

Bij de behandeling van oudere patiënten met rectumkanker is een individuele benadering vereist, waarbij op de eerste plaats de kwetsbaarheid van de patiënt voorop dient te staan. De primaire focus dient daarbij te liggen op zorgvuldige selectie van patiënten die in aanmerking komen voor een resectie. Daarnaast kunnen verbeterde chirurgische en peri-operatieve technieken bijdragen aan verbetering van de zorg. Maar zeker zo belangrijk zijn functieherstel na de operatie en uitkomsten van behandeling zoals die door de patiënten zelf worden ervaren. Dat stelt een groep ervaren oncologen en geriaters uit Europa en de VS in de European Journal of Surgical Oncology.

lees verder