PRIOR: preoperatieve fysieke training & voedingsadvies bij slokdarmkanker

Een operatie bij patiënten met slokdarmkanker is een ingrijpende procedure. Patiënten hebben tijdens de klinische periode een hoog risico (42% - 73%) op postoperatieve complicaties en na ontslag uit het ziekenhuis ervaren zij vaak een forse achteruitgang in hun fysieke fitheid. Daarom start binnenkort het project PRIOR (PReoperative intervention to Improve outcomes in Oesophageal cancer patients after Resection). In dit project nemen patiënten deel aan een preoperatieve interventie, bestaande uit een fysiek trainingsprogramma en voedingsadviezen.

De behandeling van patiënten met slokdarmkanker in het curatieve traject start doorgaans met neoadjuvante chemoradiatie gedurende zes weken. Deze behandeling wordt na een ‘rustpauze’ van ongeveer zes weken gevolgd door een operatie van de slokdarm. In het PRIOR-project werkt een patiënt in de periode tussen de chemoradiatie en de operatie aan een optimale fysieke conditie om zo zijn kansen op een goed postoperatief herstel te bevorderen.

Preoperatieve interventie
De preoperatieve training richt zich met name op de spierfunctie. Afname van spiermassa is een voorspellende factor voor een verminderd postoperatief herstel en komt vaak voor bij patiënten met slokdarmkanker. Het trainingsprogramma wordt uitgevoerd onder begeleiding van een eerstelijns fysiotherapeut en is gericht op het verbeteren van de (adem)spierfunctie en algehele conditie. 

Onder begeleiding van een diëtist werkt de patiënt ook aan een optimale voedingstoestand. Gedurende het traject vinden meerdere meetmomenten plaats in het ziekenhuis, waarbij de fysieke conditie en voedingstoestand in kaart worden gebracht en gevolgd. De implementatie van deze nieuwe zorg, bestaande uit preoperatieve interventie en bijbehorende meetmomenten binnen het huidige zorgtraject, wordt gecombineerd met een versneld herstelprogramma dat op dit moment al in veel ziekenhuizen geheel of gedeeltelijk is geïmplementeerd. 

Samenwerking
Het project is een samenwerking van IKNL met de Hogeschool Utrecht, UMC Utrecht en UMC Groningen en zal worden geïmplementeerd in vier ziekenhuizen in Nederland: UMC Utrecht, UMC Groningen, Gelre Ziekenhuizen en Ziekenhuisgroep Twente. Fysiotherapeuten en diëtisten werkzaam in deze ziekenhuizen zijn nauw betrokken bij de inhoud en implementatie. Het fysieke trainingsprogramma wordt begeleid door eerstelijns (oncologie)fysiotherapeuten, die voor dit project aanvullende scholing en informatie ontvangen. Bij positieve evaluatie van de ‘nieuwe zorg’ zal in een volgende fase de innovatie landelijk worden uitgerold met gebruik van de kennis opgedaan in dit project.

De resultaten van het project worden geëvalueerd door de behandelgegevens te vergelijken met retrospectief verkregen behandelgegevens van een controlegroep uit een voorgaande periode. Primaire uitkomstmaten zijn postoperatieve complicaties, ligduur in het ziekenhuis, ontslagbestemming en fysiek activiteitenniveau na drie maanden. Retrospectieve gegevens zullen verkregen worden via de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) en het Prospective Observational Cohort Study of Oesophageal-gastric cancer Patients (POCOP). Daarnaast worden de behandelgegevens gebruikt om het hersteltraject van patiënten na een slokdarmoperatie in kaart te brengen en welke factoren dit herstel beïnvloeden. Op deze manier kan deze nieuwe zorg verder worden ontwikkeld en geoptimaliseerd.

Informatie PRIOR
De inclusie van patiënten is februari 2018 van start gegaan en loopt door tot begin 2020. Meer informatie over het PRIOR-project is verkrijgbaar bij Elja Reijneveld, junior onderzoeker Hogeschool Utrecht.

Gerelateerd

Voeding & leefstijl bespreken tijdens en na behandeling kanker

Mensen die na de behandeling van dikkedarmkanker gezonder eten en meer bewegen, ervaren een betere kwaliteit van leven dan lotgenoten. Patiënten krijgen echter vaak geen of weinig voorlichting over leefstijl en voeding. Merel van Veen (IKNL, Wageningen University) concludeert in haar proefschrift dat zorgprofessionals al tijdens de behandeling dienen te beginnen met het geven van voedingsinformatie en niet moeten wachten tot patiënten of naasten daar naar vragen. Een voorwaarde is dat zorgverleners meer kennis krijgen over voeding en leefstijl, want dat inzicht is momenteel beperkt. Artsen zouden het belang van een gezonde leefstijl bovendien meer moeten benadrukken, met een leidende rol voor diëtisten in dit proces.

lees verder

Positieve impact voedingsinformatie van zorgverleners op kankeroverlevenden

Informatie over voeding verstrekt door zorgverleners heeft een positieve impact op de overtuigingen van overlevenden van dikkedarmkanker over de invloed van voeding op herstel en klachten na de behandeling en kans op een recidief. Herhaling van deze informatie blijft belangrijk om correcte opvattingen over voeding en kanker te versterken, aldus Merel van Veen (Wageningen University) en collega’s. Volgens de onderzoekers lijken de overtuigingen bij overlevenden sterker aanwezig wanneer zij informatie van drie verschillende zorgprofessionals ontvangen. De hypothese is dat informatie gegeven door meer dan één zorgverlener een grotere overtuigingskracht heeft op verandering van het voedingsgedrag.

lees verder