Europese verschillen in incidentie en sterfte melanoom

Uit gegevens van kankerregistraties uit 18 Europese landen blijkt dat de incidentie van invasieve en in situ melanomen is toegenomen tussen 1995 en 2012. De trends in incidentie verschilden aanzienlijk tussen de Europese landen, waarbij de groei in incidentie in Nederland uitzonderlijk groot was. 

Sacchetto en collega’s analyseerden trends in incidentie van dikke, dunne en in situ melanomen, gepubliceerd in het European Journal of Cancer. Zij gebruikten data over de periode 1995-2012 van achttien Europese population-based registraties, waarvan zeven (zoals Nederland) met landelijke dekking. De onderzoekers vonden in het algemeen in Europa een statistisch significante toename in incidentie van zowel invasieve als in situ melanomen. Bij invasieve melanomen was er sprake van een gemiddelde jaarlijkse procentuele verandering van 4,0% voor mannen en 3,0% voor vrouwen. Bij in situ melanomen was dit 7,7% voor mannen en 6,2% voor vrouwen. De toegenomen incidentie van invasieve melanomen wordt vooral toegeschreven aan dunne melanomen (10,0% voor mannen en 8,3% voor vrouwen), hoewel ook de incidentie van dikke melanomen toenam.   

Grote variatie

Bovenstaande cijfers zijn Europese gemiddelden; de trends in incidentie verschilden aanzienlijk tussen de deelnemende registraties. Nederland scoort, met name qua toename van mannen met een invasief melanoom, opvallend hoog en blijkt daarnaast ook hoog te scoren wat betreft de toename in sterfte.

Al langer scoort Nederland hoog bij vergelijkingen van Europese kankerregistraties, zie bijvoorbeeld de publicatie van het European Cancer Observatory (EUCAN) uit 2012. Ook recentere cijfers, schattingen over 2018 op basis van de Europese kankerregistraties, samengebracht in het European Cancer Information System (ECIS) , bevestigen het beeld. Van dertig Europese landen behoort Nederland bij de landen met de hoogste incidentie van melanomen. Nederland heeft op Noorwegen na de hoogste incidentie, zie onderstaand figuur. Ook de sterfte aan melanoom is in Nederland bovengemiddeld (vijfde van de dertig landen). De volledige incidentie- en sterftecijfers voor melanoom in Nederland vergeleken met andere Europese landen zijn ook te vinden op Volksgezondheidinfo.nl .



Dat de Noord- en West-Europese cijfers verschillen van die in Zuid- en Oost-Europa is redelijkerwijs te verklaren. Opvallend is echter dat Nederland bij de ECIS cijfers ook ‘hoger’ scoort dan omringende landen als Duitsland en België; landen met op het oog zowel redelijk vergelijkbare huid- en weertypen (blootstelling aan zon) als een redelijk vergelijkbaar niveau van gezondheidszorg.

Zoeken naar verklaringen  

Bovenstaande constatering prikkelt tot het zoeken naar mogelijke verklaringen voor deze verschillen. Duitse onderzoekers (Augustin et al, Der Hautartzt, december 2016) suggereerden een langere (deels andere) traditie op het gebied van (primaire en secundaire) preventie en de directe toegang tot dermatologen als potentiële determinanten van de betere overlevingscijfers bij onze oosterburen.

Inmiddels werken LUMC en IKNL (samen met collega’s van de Universiteit Leuven en de Belgische kankerregistratie) aan een onderzoek om ook de overeenkomsten en verschillen met onze zuiderburen nader onder de loep te nemen.

Werken aan verbetering

Tegelijkertijd wordt op verschillende fronten gewerkt aan verbetering van de praktijk. Zo is er sinds 2017 een standaard voor huisartsen over verdachte huidafwijkingen. De implementatie daarvan middels bij- en nascholing wordt tevens aangegrepen als aanjager om de rol van huisartsen bij de vroegtijdige herkenning van melanomen te verbeteren. En een consortium van partijen waaronder RIVM, KNMI, KWF en NVDV ontwikkelt, in opdracht van het Ministerie van VWS, een Zonkracht-actieplan om op langere termijn de stijgende incidentie een halt toe te roepen.  

Gerelateerd

Incidentie invasief melanoom sterk toegenomen in Europa tussen 1995-2012

De incidentie van huidmelanomen is in Europa in de periode 1995 - 2012 sterk toegenomen, zowel bij mannen als vrouwen. Deze stijging is voornamelijk toe te schrijven aan dunnere tumoren. Dat blijkt uit een grote internationale studie, waaraan achttien Europese kankerregistraties deelnamen aangevuld met gegevens van meer dan 117 miljoen mensen. Volgens de onderzoekers tonen de resultaten van deze studie aan dat er in Europa extra preventieve maatregelen nodig zijn om de blootstelling aan uv-straling, met name in de kindertijd, te beperken. Daarnaast is aanvullend onderzoek nodig om vroegtijdige, doelgerichte detectie van agressieve melanomen mogelijk te maken. 

lees verder

Kans op ontwikkelen tweede melanoom vraagt om nader onderzoek follow-up

Patiënten met een hoge nevus-dichtheid, een melanoom in situ, oudere patiënten en patiënten die meer dan tien jaar in de buitenlucht hebben gewerkt, lopen meer kans op het ontwikkelen van een tweede, primair melanoom. Dat staat in een publicatie van Melinda Schuurman (IKNL) en collega’s in de British Journal of Dermatology. Volgens de huidige richtlijn hoeft aan deze patiënten standaard geen follow-up aangeboden te worden. Aangezien deze studie aantoont dat zij een hogere kans hebben op het krijgen van een ander melanoom, zou uitbreiding van de follow-up overwogen kunnen worden. Zo’n besluit leidt wel tot toename van de werkdruk. Om die reden zou de haalbaarheid en kosteneffectiviteit hiervan eerst nader onderzocht moeten worden. 

lees verder