Laatste incidentiecijfers voor slokdarm-, maag- en HPB-tumoren

Steeds meer mensen kregen de afgelopen drie decennia een diagnose slokdarm-, alvleesklier- of leverkanker. Uitgedrukt in aantal diagnoses per 100.000 inwoners (ESR) en gecorrigeerd voor leeftijdsopbouw van de Nederlandse bevolking, is de stijging minder uitgesproken. Dat toont dat toename van het aantal diagnoses van deze kankersoorten grotendeels te verklaren is door de gestegen leeftijd van de bevolking. Het aantal tumoren van galblaas en galwegen bleef nagenoeg stabiel, terwijl het aantal diagnoses van maagkanker is gedaald.

Slokdarmkanker 

De incidentie van slokdarmkanker is in Nederland de laatste jaren fors toegenomen van 684 diagnoses in 1989 naar 2.500 in 2018. Een stijging van bijna 400%. Opvallend is hierbij de stijging van adenocarcinomen van de slokdarm, terwijl het aantal plaveiselcelcarcinomen veel stabieler bleef. De totale incidentie van slokdarmkanker is voor mannen veel sterker gestegen (van 500 naar 1.800), vergeleken met vrouwen (van 300 naar 650). Uitgedrukt in het aantal diagnoses per 100.000 inwoners lijkt de oplopende incidentie van slokdarmkanker af te vlakken.

Maagkanker

De incidentie van maagkanker neemt al een aantal decennia af. De verwachting is dat deze trend zich in de toekomst zal voortzetten. Het aantal diagnoses per 100.000 inwoners laat, na correctie voor de gestegen gemiddelde leeftijd (ESR, European Standardized Rate), de afgelopen drie decennia een daling zien. De incidentie voor 2018 is gebaseerd op voorlopige aantallen die mogelijk nog naar beneden bijgesteld worden. 

 
*2018 betreft voorlopige aantallen

Alvleesklierkanker en kanker van de lever, galblaas en galwegen (HPB-tumoren)

Het aantal patiënten met alvleesklierkanker is in het afgelopen decennium gestegen van 1.400 naar rond de 2.400 per jaar. De verwachting is dat de incidentie van alvleesklierkanker de komende jaren zal blijven stijgen. Per jaar krijgen tussen de 400 en 500 patiënten te maken met een nabijgelegen periampullair carcinoom (Papil van Vater, distale galweg of duodenum).



Leverkanker, met als meest voorkomende vorm hepatocellulair carcinoom (HCC) komt in Nederland relatief weinig voor. De incidentie neemt wel toe van rond de 200 nieuwe diagnoses in 1990 naar rond de 800 nieuwe diagnoses jaarlijks. Verder is in 2018 ook bijna 800 maal de diagnose galblaas- of galwegkanker gesteld. Voor zowel alvleesklierkanker als kanker van de lever, galblaas en galwegen laat de ESR een vergelijkbare trend zien als de absolute aantallen. Dat wil zeggen dat stijgende trends bij alvleesklier- en leverkanker niet volledig verklaard kunnen worden uit vergrijzing van de Nederlandse bevolking.

Nederlandse Kankerregistratie

De Nederlandse Kankerregistratie (NKR) is een landelijke databank met betrouwbare gegevens over de incidentie, prevalentie en overleving van alle gevallen van kanker vanaf 1989, bijgehouden IKNL. Het is een onafhankelijke bron van gegevens van alle patiënten met kanker, van diagnose tot overlijden, ongeacht de behandellocatie. De database wordt gebruikt voor wetenschappelijk (epidemiologisch) onderzoek, klinische studies en voor onderzoek naar de kwaliteit van zorg. Op www.cijfersoverkanker.nl zijn alle cijfers uit de NKR op populatieniveau te raadplegen. U kunt hier zelf tabellen en grafieken samenstellen van incidentie, prevalentie, sterfte en overleving, naar lokalisatie, regio, geslacht of leeftijd.

Gerelateerd

Incidentie & overleving van intestinaal en diffuus slokdarm- en maagcarcinoom

Incidentie & overleving van intestinaal en diffuus slokdarm- en maagcarcinoom

De incidentie en overleving van slokdarm- of maagadenocarcinoom verschilt naar gelang het histologische subtype van deze tumoren. De prognose van patiënten met een intestinale tumor is significant beter dan van lotgenoten met een diffuse tumor. Dat blijkt uit een landelijke studie van Rosa van der Kaaij (NKI-AvL, Amsterdam), waarin data van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) en Pathologisch-Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief (PALGA) zijn gekoppeld.

lees verder

Onderschatting incidentie pancreascarcinoom leidt tot overschatting overleving

De incidentie van pancreascarcinoom in Nederland, zoals vastgelegd in de Nederlandse Kankerregistratie, is waarschijnlijk een onderschatting van het werkelijke aantal patiënten met deze ziekte. Dat schrijven Jesse Fest (Erasmus MC) en collega’s van Erasmus MC en IKNL in de European Journal of Cancer. De onderschatting van de incidentie is volgens de onderzoekers geen exclusief Nederlands verschijnsel. Ook in andere EU-landen, waaronder België, IJsland en Zweden, is de incidentie van pancreascarcinoom lager dan de gerapporteerde sterfte. Een gevolg van een te laag ingeschatte incidentie is dat de toch al slechte overleving van deze patiënten juist wordt overschat.

lees verder