Aandacht nodig voor pijnlijke neuropathie bij overlevenden dikkedarmkanker

Aandacht nodig voor pijnlijke neuropathie bij overlevenden dikkedarmkanker

Overlevenden van dikkedarmkanker kunnen nog jaren na de behandeling last hebben van neuropathie als gevolg van chemotherapie. Uit onderzoek van Cynthia Bonhof (IKNL, Tilburg University) en collega’s blijkt dat hierbij onderscheid gemaakt moet worden tussen pijnlijke en niet-pijnlijke neuropathie, omdat uitsluitend de pijnlijke variant samenhangt met een slechtere gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. Volgens de onderzoekers dienen patiënten beter geïnformeerd te worden over de impact van pijnlijke neuropathie.

Het doel van deze studie was drieledig. Op de eerste plaats het verkennen van de prevalentie van pijnlijke versus niet-pijnlijke perifere neuropathie geïnduceerd door chemotherapie onder langetermijnoverlevenden van dikkedarmkanker. Ten tweede het identificeren van sociodemografische, klinische en psychosociale factoren die samenhangen met pijnlijke versus niet-pijnlijke perifere neuropathie. En ten derde het onderzoeken van de samenhang tussen pijnlijke perifere neuropathie en de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven ten opzichte van niet-pijnlijke neuropathie, zoals gevoelloosheid en tintelingen.

Studieopzet

Alle overlevenden van dikkedarmkanker uit de voormalige IKZ-regio (Noord-Brabant en Noord-Limburg) die tussen 2000 en 2009 zijn opgenomen in de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) waren geschikt voor deelname. Overlevenden die destijds chemotherapie ontvingen (n= 477), vulden vragenlijsten in over het optreden van perifere neuropathie (EORTC QLQ-CIPN20) en hun gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven (EORTC QLQ-C30). De vragenlijsten werden aangeboden via PROFILES, het patiëntenvolgsysteem dat IKNL in samenwerking met Tilburg University heeft ontwikkeld.

Bevindingen

Pijnlijke, chemotherapie-geïnduceerde neuropathie werd gerapporteerd door 9% van de overlevenden (n=45) en niet-pijnlijke neuropathie door 22% (n=103). Deze bevindingen geven volgens de onderzoekers aan dat zowel pijnlijke als niet-pijnlijke neuropathie een chronisch probleem is onder overlevenden van dikkedarmkanker na het ontvangen van chemotherapie. De verstreken tijd sinds de diagnose (in deze studie gemiddeld 5,6 jaar) was gerelateerd aan pijnlijke neuropathie. Niet-pijnlijke neuropathie hing eveneens samen met de verstreken tijd sinds de diagnose, maar ook met een hoger tumorstadium bij diagnose, artritis en de aanwezigheid van meer angstsymptomen.

Overlevenden met pijnlijke, chemotherapie-geïnduceerde neuropathie rapporteerden een slechtere, algehele kwaliteit van leven en ook een slechter functioneren (fysiek, rol, cognitief en sociaal) vergeleken met overlevenden met niet-pijnlijke chemotherapie-geïnduceerde neuropathie en personen zonder enige vorm van chemotherapie-geïnduceerde neuropathie. De onderzoekers vonden daarnaast geen verschillen tussen overlevenden met niet-pijnlijke chemotherapie-geïnduceerde neuropathie en personen zonder chemotherapie-geïnduceerde neuropathie.

Conclusie en aanbevelingen

Cynthia Bonhof en collega’s concluderen dat pijnlijke, chemotherapie-geïnduceerde neuropathie onderscheiden dient te worden van niet-pijnlijke neuropathie, omdat uitsluitend pijnlijke neuropathie samenhangt met een slechtere gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. Gelet op de impact zouden patiënten goed geïnformeerd moeten worden over de relatie tussen pijnlijke, chemotherapie-geïnduceerde neuropathie en hun gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven.

Bovendien zouden patiënten volgens de onderzoekers ook gescreend moeten worden op pijnlijke neuropathie omdat hiervoor, hoewel zeer beperkt, behandelopties beschikbaar zijn, zoals duloxetine. Ook is aanvullend onderzoek nodig om vast te stellen of pijnlijke, chemotherapie-geïnduceerde neuropathie onderscheiden dient te worden van niet-pijnlijke neuropathie als het gaat om voorspellers, mechanismen en behandeling van deze aandoening. 

Over deze studie

Zover bekend is dit de eerste studie waarin onderzoek is gedaan naar de prevalentie, impact en samenhang van pijnlijke en niet-pijnlijke chemotherapie-geïnduceerde neuropathie op de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven van overlevenden van dikkedarmkanker. Vanwege de opzet van de studie dient rekening gehouden te worden met een aantal beperkingen, waaronder het ontbreken van informatie over neuropathie voorafgaand aan de chemotherapie, het type en het aantal kuren chemotherapie en het relatief geringe aantal patiënten. Vandaar de aanbeveling van de onderzoekers om aanvullend onderzoek uit te voeren.   

Gerelateerd

Gebruik ondersteunende zorg hoger bij jonge overlevenden darmkanker

Jonge overlevenden van dikkedarmkanker maken vaker gebruik van ondersteunende zorg dan oudere overlevenden. Daarnaast hangt het gebruik van ondersteunende zorg samen met de gevoelde behoefte van overlevenden en met klinisch noodzakelijke factoren. Dat blijkt uit onderzoek van Jasmijn Holla (Reade), Joost Dekker (VUmc) en onderzoekers van IKNL. ‘Afgezien van de relatie met een jongere leeftijd lijkt het gebruik van ondersteunende zorg in Nederland heel billijk’, aldus de auteurs. Meer onderzoek is nodig om vast te stellen of er inderdaad sprake is van ongelijkheid in het aanbieden van ondersteunende zorg. Of hebben oudere overlevenden wellicht minder behoefte aan ondersteunende zorg? 

lees verder