Genezing en overleving van colorectale kanker sterk toegenomen 1995 - 2016

Genezing en overleving van colorectale kanker sterk toegenomen 1995 - 2016

Sinds 1995 is het aantal patiënten dat statistisch gezien genezen is van colorectale kanker substantieel toegenomen in Nederland. Ook de conditionele overleving nam toe. Dat blijkt uit een uit een uitgebreide studie van Seyed Qaderi (Radboudumc) en collega’s met data (1995 – 2016) uit de Nederlandse Kankerregistratie. De uitkomsten van dit onderzoek zijn van groot klinisch belang voor patiënten, zorgprofessionals en beleidsmakers voor het vormen van een actueel beeld van de overleving van patiënten met een colorectale tumor.

Het stijgend aantal overlevenden van colorectale kanker (dikkedarm- en endeldarmkanker) vraagt om betere inschatting van de overleving, waarbij rekening wordt gehouden met de inmiddels verstreken overlevingstijd. In deze population-based studie is de conditionele (voorwaardelijke) overleving bepaald, inclusief het aandeel genezen patiënten en de verstreken tijd tot aan genezing onder patiënten die behandeld zijn vanwege colorectale kanker.

Studieopzet

In de studie werden alle patiënten met stadium I-III colorectale kanker opgenomen (leeftijd 18 tot 99 jaar) die tussen 1995 en 2016 zijn gediagnosticeerd, endoscopisch ofwel chirurgisch zijn behandeld, en geregistreerd door de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). De conditionele overleving werd berekend voor patiënten gediagnosticeerd voor en na 2007. Dit vanwege de update van de richtlijn in 2008 en eerder onderzoek naar de conditionele overleving tussen 1989-2008 door Felice van Erning et al. Prognose overlevenden colorectale tumor wordt beter met elk overleefd jaar. Het aandeel statistisch genezen patiënten werd berekend met flexibele, parametrische modellen. Als definitie voor ‘statistische genezing’ werd een conditionele overleving boven 95% aangehouden, aangezien dan nog maar een minimale oversterfte aanwezig is ten opzichte van de algemene, Nederlandse bevolking.

Resultaten

In totaal werden 175.384 geïncludeerd, van wie 25% met pathologisch stadium I, 38% met stadium II en 37% met stadium III dikkedarmkanker. De conditionele 5-jaarsoverleving van patiënten met dikkedarmkanker die inmiddels vijf jaar hadden overleefd was 98% bij stadium I, respectievelijk 94% en 92% bij stadium II en III. Voor patiënten met endeldarmkanker was dit 96%, 89% en 85% voor respectievelijk stadium I, II en III.

Bij patiënten met dikkedarmkanker werd statistische genezing bereikt direct na diagnose bij stadium I en bij patiënten met stadium III tot zes jaar na diagnose, afhankelijk van leeftijd, geslacht en ziektestadiëring. Patiënten met endeldarmkanker stadium I bereikten genezing na een half jaar na diagnose tot negen jaar na diagnose van stadium III. In 1995 werden circa 42% tot 46% van de patiënten met stadium III dikkedarm- of endeldarmkanker als genezen beschouwd. In 2016 was dit percentage gestegen tot 73% respectievelijk 78%.

Leeftijd

De grootste verbetering in de conditionele overleving bij dikkedarm- en endeldarmkanker was te zien bij oudere patiënten in de eerste jaren na de diagnose. De eerdere aanwezige verschillen zijn de afgelopen jaren kleiner geworden, zodat oudere patiënten (60 tot 99 jaar) nu bijna dezelfde overleving hebben na behandeling met curatieve intentie in vergelijking met jongere patiënten (18 tot 59 jaar).

Oudere patiënten met stadium II-III dikkedarmkanker hadden een hogere conditionele overleving en kortere, geschatte tijd tot genezing dan jongere patiënten met een vergelijkbaar stadium. Bij jongere patiënten met stadium I endeldarmkanker was dat omgekeerd; zij werden eerder als genezen beschouwd. De conditionele overleving van vrouwen was iets hoger dan die van mannen en zij bereiken ook eerder een statische genezing dan mannen.

Een verklaring voor de hogere conditionele overleving van oudere patiënten met dikkedarmkanker I-III is dat er ook in de algemene populatie ouderen relatief meer sterfte aanwezig is, waardoor de relatieve conditionele overleving van oudere patiënten iets beter is vergeleken met jongere patiënten. Omgekeerd is de hogere conditionele overleving van jongere patiënten met endeldarmkanker stadium I beter, omdat oudere patiënten met endeldarmkanker over het algemeen meer comorbiditeiten hebben en/of de ingreep (ook bij stadium I pT1-2N0) niet geheel zonder risico’s is qua mortaliteit. Jongere patiënten doen het daardoor beter.

Conclusie en aanbevelingen

Seyed Qaderi en collega’s concluderen dat het aantal patiënten dat na colorectale kanker statische genezing bereikt sinds 1995 substantieel is toegenomen. In een tijd van minimaal invasieve en multidisciplinaire behandelstrategieën zijn de uitkomsten van deze omvangrijke studie van groot klinisch belang voor patiënten, zorgprofessionals en beleidsmakers om een actueel beeld te vormen van de overleving van patiënten met colorectale kanker. Volgens de onderzoekers kunnen deze uitkomsten gegeneraliseerd worden naar andere Westerse landen met vergelijkbare gezondheidszorgsystemen.

Tot dusver zijn er maar een beperkt aantal studies verschenen waarin statistische genezing en tijd tot genezing is gemodelleerd van patiënten met colorectale kanker. Vaak waren deze studies beperkt bruikbaar vanwege de heterogeniteit van de gebruikte gegevens, geringe onderzoeksperiode, ontbreken van stratificatie (stadium, leeftijd en geslacht) en presentatie van uitkomsten voor de gehele groep patiënten met colorectale kanker. In deze studie van Seyed Qaderi et al. zijn patiëntengegevens gebruikt uit de Nederlandse Kankerregistratie over een periode van 20 jaar en zijn eventuele beperkingen geminimaliseerd door rekening te houden met voornoemde aandachtspunten. De uitkomsten van deze studie geven daarom een goed beeld van de overleving van deze patiënten.

Gerelateerd

Overleving van patiënten met gemetastaseerde dikkedarmkanker met dMMR

patiënt in bed krijgt steun naaste

Patiënten met uitgezaaide dikkedarmkanker en mismatch-reparatiedeficiëntie (dMMR) die behandeld zijn met immunotherapie, lijken een duidelijk betere overleving te hebben vergeleken met de uitkomsten van andere behandelingen. Dat blijkt uit een studie van G. Emerens Wensink (UMCU) en collega’s van een groot aantal Nederlandse ziekenhuizen en IKNL. Volgens de onderzoekers mogen dikkedarmkankerpatiënten met mismatch-reparatiedeficiëntie niet als één groep beschouwd te worden.

lees verder

Overleving na dikkedarm- en borstkanker verbeterd tussen ’03-‘12 in Nederland

De overleving van patiënten met dikkedarm- en borstkanker is tussen 2003 en 2012 in Nederland verbeterd, maar er zijn wel opmerkelijke verschillen te zien tussen oudere en jongere patiënten, met name bij borstkankerpatiënten. Dat concluderen Doris van Abbema (Universiteit Maastricht & Amsterdam) en collega’s. Bij oudere vrouwen met borstkanker is een opvallende toename te zien van endocriene therapieën en daling van het aandeel operaties. De onderzoekers vragen zich af of de richtlijnen bij deze groep patiënten consistent worden gevolgd. De gestegen overleving bij ouderen met dikkedarmkanker is vooral toe te schrijven aan ruimere inzet van adjuvante chemotherapie en verbeterde preoperatieve behandeling en chirurgie.

lees verder