Nieuw onderzoeksproject naar lymfekliermetastasen bij cervixcarcinoom

Begin 2020 is het KWF-project ‘Chasing nodes, saving lives?’ van start gegaan. Per januari 2020 is Ester Olthof aangesteld als junior onderzoeker voor dit project, onder leiding van dr. Maaike van der Aa, senior onderzoeker bij IKNL. Het project, wat vier jaar zal duren, hoopt vragen te beantwoorden over de diagnostiek en behandeling van lymfekliermetastasen bij het cervixcarcinoom.

Baarmoederhalskanker is wereldwijd de derde meest voorkomende kanker bij vrouwen en is de meest frequente gynaecologische kanker. Het stadium van de ziekte en de aanwezigheid van lymfekliermetastasen zijn de belangrijkste factoren voor het voorspellen van het verdere beloop van patiënten met baarmoederhalskanker. Overlevingscijfers variëren van 96% voor vrouwen met vroeg stadium ziekte, tot 16% als de ziekte is uitgezaaid naar andere delen van het lichaam. Betere diagnostiek zal helpen om het stadium van de ziekte preciezer te bepalen, waar de behandeling op aangepast kan worden. Het verbeteren van de behandeling zou vervolgens de overlevingskansen van patiënten kunnen verhogen, juist ook in een later stadium.

De volledige naam van het KWF-project luidt: ‘Chasing nodes, saving lives? Lymph node metastases in cervical cancer’. Samenwerkingspartners in dit project zijn Amsterdam UMC en IKNL met dr. Maaike van der Aa (IKNL), dr, Ko van der Velden en dr. Stijn Mom (beiden Amsterdam UMC) als betrokken supervisors. De belangrijkste stakeholders in dit project zijn de Werkgroep Oncologische Gynaecologie (WOG), de Dutch Gynaecologic Oncologic Group (DGOG) en stichting Olijf, het netwerk voor vrouwen met gynaecologische kanker. Het project wordt gefinancierd door KWF Kankerbestrijding.

Op zoek naar de beste beeldvormingstechnieken

Het opsporen van lymfekliermetastasen geeft belangrijke inzichten in de klinische situatie van een patiënt en het voorspellen van het verdere verloop van de ziekte. Er zijn echter studies waaruit blijkt dat slechts de helft van de klieren die op beeldvorming verdacht waren volgens weefselonderzoek ook daadwerkelijk uitzaaiingen bevatten. Terwijl juist aanpassingen aan de behandeling op aan- of afwezigheid en/of de exacte locatie van lymfekliermetastasen de overleving en kwaliteit van leven van patiënten kunnen verbeteren. Daarom streeft het project onder andere naar het vinden van de optimale beeldvormingstechnieken voor het opsporen van lymfekliermetastasen.

Effect van verschillende behandelingen

Daarnaast wil de projectgroep onderzoeken of het beter is voor de overleving van patiënten om positieve klieren te verwijderen, of om bulky klieren te debulken. Verder is de projectgroep van mening dat het noodzakelijk is om de patiënt op de hoogte te stellen van de voor- en nadelen van verschillende behandelingen als het gaat om complicaties en negatieve effecten. Daarom gaat de groep ook kijken naar het effect van de verschillende behandelingen op de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven van patiënten.

Uitbreiding registratie

Het project maakt gebruik van data uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). De NKR is echter nog niet toereikend om alle onderzoeksvragen van het project te kunnen beantwoorden. Daarom is een projectgroep bezig met het uitbreiden van de huidige database, wat naar verwachting nog een half jaar zal gaan duren. In de tussentijd gaat de projectgroep de huidige beschikbare data en literatuur analyseren.

1 hoofdvraag, 7 subvragen

In vier jaar wil de projectgroep de onderzoeksvraag over diagnostiek en behandeling van lymfekliermetastasen beantwoord hebben. Dit doen zij door het beantwoorden van de volgende specifieke vragen:

  • Wat is de gevoeligheid van PET/CT vergeleken met MRI in het opsporen van lymfekliermetastasen?
  • Hoeveel patiënten hebben verdachte lymfeklieren op basis van beeldvorming en beïnvloedt dit de keuze van behandeling?
  • Hoeveel patiënten met verdachte para-aortale lymfeklieren krijgen een radiotherapie met een uitgebreid bestralingsveld op basis van alleen PET/CT?
  • Zijn er regionale verschillen in het gebruik van de schildwachtklierprocedure en adjuvante behandeling na een schildwachtklierprocedure?
  • Hoe vaak wordt een radicale hysterectomie en/of lymfeklierdissectie afgemaakt op het moment dat positieve klieren worden gevonden? Zijn er verschillen in adjuvante behandeling, postoperatieve complicaties en het type operatie als er positieve klieren worden gevonden?
  • Hoeveel patiënten ondergaan een lymfeklierdebulking voorafgaand aan chemoradiatie versus hoeveel patiënten ontvangen een extra boost radiotherapie op het moment dat er bij beeldvorming bulky lymfeklieren worden gevonden? Zijn er verschillen in (ziektevrije) overleving tussen deze twee behandelingen?
  • Zijn er verschillen in kwaliteit van leven tussen patiënten die behandeld zijn met radicale hysterectomie of chemoradiatie en zijn er verschillen tussen patiënten die behandeld worden met chemoradiatie en een extra boost radiotherapie op bulky klieren krijgen versus patiënten die een lymfeklierdebulking ondergaan gevolgd door chemoradiatie?

Zodra er relevant nieuws beschikbaar is met betrekking tot dit project, wordt u op de hoogte gesteld via deze nieuwsbrief.

Voor meer informatie: contacteer Ester Olthof MSc of dr. Maaike van der Aa

Gerelateerd

Overleving vroege baarmoederhalskanker gelijk per chirurgische benadering

Overleving vroege baarmoederhalskanker gelijk per chirurgische benadering

Patiënten met een vroeg stadium van baarmoederhalskanker, met name tumoren kleiner dan 2 cm, hebben een vergelijkbare overleving na behandeling met abdominale of laparoscopische radicale hysterectomie. Dat blijkt uit onderzoek van Hans Wenzel (IKNL, UMCG) en collega’s met data uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Hoewel deze bevindingen in lijn zijn met de resultaten in recente literatuur, wordt prospectief, gerandomiseerd onderzoek aanbevolen om de exacte rol van de laparoscopische radicale hysterectomie vast te stellen.

lees verder

Evaluatie van lymfeklieren bij micro-invasieve baarmoederhalskanker

Evaluatie van lymfeklieren bij micro-invasieve baarmoederhalskanker

Bij patiënten met baarmoederhalskanker met een invasiediepte van maximaal 5 mm en meer dan 7 mm horizontale uitbreiding, is evaluatie van de lymfeklieren essentieel bij elke tumor met vaso-invasie evenals bij adenocarcinomen met een invasiediepte van 3-5 mm. Dat concluderen Hans Wenzel (IKNL, UMCG) en collega’s. Deze bevinding heeft belangrijke gevolgen voor de behandeling van een specifieke subgroep van patiënten met micro-invasieve baarmoederhalskanker. Daarnaast wordt de schildwachtklierprocedure voorgesteld als alternatief voor een bekkenklierdissectie.

lees verder