Behandeling

De keuze voor de behandeling van patiënten met hoofd-halskanker wordt grotendeels bepaald door het stadium van de ziekte, maar de plaats van de kanker en de gevoeligheid van de kanker voor behandelingen zijn ook belangrijk. De belangrijkste behandelingen voor hoofd-halskanker zijn chirurgie, radiotherapie of een combinatie van beide. Systemische therapie, zoals chemotherapie of doelgerichte therapie speelt momenteel nog een kleine rol in de behandeling en wordt meestal ter ondersteuning van andere behandelingen gegeven.

Het stadium is een maat voor de uitgebreidheid van de ziekte. Hoofd-hals tumoren worden ingedeeld volgens de TNM Classificatie van Maligne Tumoren (TNM 7) of, als die niet bestaat, volgens de “extent of disease”-classificatie. Het stadium is een maat voor de uitgebreidheid van de ziekte. Er wordt onderscheid gemaakt in: 

  • lokale ziekte (cTNM7 I of II of cEoD 1 of 2): in dit stadium gaat het om een kleinere tumor en zijn er (meestal) geen uitzaaiingen naar de regionale lymfeklieren. 
  • uitgebreide ziekte (cTNM7 III, IVA of IVB of cEoD 3 t/m 5): in dit stadium is de tumor ingegroeid in andere structuren of is de tumor uitgezaaid naar de regionale lymfeklieren.
  • ziekte op afstand (cTNM7 IVC of cEoD 6): in dit stadium zijn er ook uitzaaiingen in andere delen van het lichaam.
  • onbekend: het stadium is onbekend. 

Lokale ziekte

Voor patiënten met een lokale ziekte, is chirurgie de meest voorkomende vorm van behandeling. Maar de bereikbaarheid van de plaats van de kanker voor de chirurg speelt hierbij een belangrijke rol. Kanker van de lip en de mondholte wordt meestal met chirurgie behandeld, terwijl kanker van de orofarynx en hypofarynx vaker met radiotherapie wordt behandeld.

De meeste tumoren worden met één type behandeling behandeld. Echter, bij kanker van de speekselklieren en de nasofarynx wordt ook bij lokale ziekte een combinatie van behandelingen ingezet. Van patiënten met speekselklierkanker krijgt 75% chirurgie in combinatie met radiotherapie; van de patiënten met nasofarynx kanker krijgt 32% radiotherapie en systemische therapie.

Uitgebreide ziekte

Patiënten met een uitgebreide ziekte krijgen meestal een combinatie van behandelingen aangeboden, bijvoorbeeld radiotherapie en systemische therapie voor nasofarynx, orofarynx en hypofarynxkanker. Maar ook chirurgie en radiotherapie worden vaker in combinatie toegepast, zoals bij lip, mondholtekanker en kanker van de neus(bij)holte(n).

Ziekte op afstand

Patiënten met ziekte op afstand (uitzaaiingen) krijgen meestal geen behandeling (36%) of alleen radiotherapie (34%). In deze gevallen is de behandeling meestal niet meer gericht op de bestrijding van kanker. Er worden soms wel ondersteunende behandelingen gegeven. Er zijn veel ontwikkelingen op het gebied van nieuwe systemische therapieën zoals doelgerichte therapie, die beloftevol zijn voor de toekomst. Voor 2015 t/m 2017, maken deze nieuwe systemische therapieën in 9% van gevallen deel uit van de behandeling van patiënten met ziekte op afstand.