Chemotherapie in de praktijk bij ouderen met uitgezaaide darmkanker

Oudere patiënten met uitgezaaide dikkedarmkanker krijgen niet alleen vaker een eerstelijnsbehandeling met één cytostaticum (meestal zonder doelgerichte therapie), maar komen in de praktijk ook minder vaak toe aan vervolgtrajecten van een behandeling. Dat staat in een publicatie in Acta Oncologica van Lieke Razenberg (IKNL, Catharina Ziekenhuis) in samenwerking met collega’s van Elisabeth-Tweesteden, Bernhoven, VieCuri en Erasmus MC. Volgens de auteurs is aanvullend onderzoek gewenst om de mogelijkheden van andere behandelopties, zoals doelgerichte therapie, bij oudere patiënten met uitgezaaide dikkedarmkanker te verduidelijken.

Hoewel de mogelijkheden voor systemische behandeling van patiënten met uitgezaaide dikkedarmkanker zijn verbreed, is er nog altijd gebrek aan bewijs voor de haalbaarheid en optimaal gebruik van systemische middelen bij oudere patiënten. In de huidige studie worden population-based data gepresenteerd over leeftijdsgerelateerde systemische behandeling en overleving van patiënten met stadium IV dikkedarmkanker met inoperabele, metachrone metastasen (dat wil zeggen initieel stadium I-III dikkedarmkanker).

Studieopzet en resultaten
De onderzoekers spoorden in de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) alle opeenvolgende patiënten op met inoperabele metastasen na primaire resectie van stadium I-III dikkedarmkanker op in Zuid-Nederland. Daarnaast werden extra gegevens verzameld omtrent het gebruik van systemische behandeling. In totaal ontvingen 385 patiënten palliatieve, systemische therapie. Het ontvangen van systemische therapie en overleving werden geanalyseerd aan de hand van leeftijd op het moment dat de metastasen waren gediagnosticeerd.

Uit de analyses komt naar voren dat patiënten van 75 jaar en ouder vaker chemotherapie met één middel ontvangen als eerstelijnsbehandeling dan jongere patiënten (63% versus 32%, p <0,0001). Eerstelijns chemotherapie met één middel werd ook vaak (78%) voorgeschreven zonder aanvullende, doelgerichte therapie. Een hoge leeftijd (75 jaar en ouder) ten tijde van diagnose van de metastasen hing samen met een lagere kans op het krijgen van alle beschikbare, cytostatica vergeleken met patiënten met een leeftijd tot 60 jaar. Met behulp van een multivariabele Cox-regressieanalyse, gecorrigeerd voor leeftijd en andere relevante prognostische factoren, werd aangetoond dat het totale aantal ontvangen systemische middelen de enige voorspeller van overlijden was.

Conclusie en aanbevelingen
Lieke Razenberg en collega’s doen de aanbeveling om rekening te houden met het gunstig effect van behandeling met alle actief beschikbare, systemische middelen op de overleving (gelijktijdig of achtereenvolgens voorgeschreven) wanneer systemische therapie bij oudere patiënten met uitgezaaide dikkedarmkanker wordt overwogen. Aangezien oudere patiënten in de huidige klinische praktijk niet of nauwelijks in aanmerking komen voor gecombineerde chemotherapie en behandeling met alle beschikbare cytotoxische middelen, stellen zij verder dat de uitkomsten toekomstige studies rechtvaardigen om de mogelijkheden van doelgerichte therapieën bij oudere patiënten met uitgezaaide dikkedarmkanker te verduidelijken. 

Voor zover bekend is dit de eerste population-based studie, waarin alle beschikbare, systemische behandelingen zijn onderzocht en waarbij de overleving van patiënten met inoperabele, metachrone metastasen over een lange periode is beschreven. De onderzoekers tekenen hierbij aan dat de niet-gerandomiseerde opzet van de studie ook een potentieel risico van selectieve vooringenomenheid kan herbergen. Redenen om wel of juist geen specifieke, systemische behandelingen voor te schrijven waren bijvoorbeeld niet beschikbaar. 

Ook andere relevante kenmerken, zoals comorbiditeit(en) en prestatiescore, werden alleen geregistreerd ten tijde van darmkankerdiagnose. Bovendien ontbrak de prestatiescore bij meer dan de helft van de dossiers en was om die reden niet bruikbaar. Verder waren er geen gegevens beschikbaar over RAS-/BRAF-mutatiestatus. Ondanks deze beperkingen geeft deze population-based studie een beeld van de dagelijkse praktijk en behoeften voor verdere ontwikkeling van de kankerzorg.

•    Razenberg LG, Creemers GJ, Beerepoot LV, Vos AH, van de Wouw AJ, Maas HA, Lemmens VE.: ‘Age-related systemic treatment and survival of patients with metachronous metastases from colorectal cancer’.
•    Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl

Gerelateerd

Niet standaard oxaliplatin bij ouderen met stadium III dikkedarmkanker

Ouderen met stadium III dikkedarmkanker hebben eenzelfde voordeel van adjuvante chemotherapie wat betreft het verkleinen van het risico op een afstandsrecidief als jongere patiënten. Daarom dient adjuvante chemotherapie ook bij oudere patiënten overwogen te worden. Dat stelt Felice van Erning (IKNL) in haar proefschrift waarop ze woensdag 21 december promoveert aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Het promotieonderzoek toont tevens aan dat monotherapie met capecitabine in de dagelijkse, klinische praktijk beter door ouderen wordt verdragen en voor minder bijwerkingen zorgt, zonder beperking van de overlevingswinst. Combinatietherapie met oxaliplatin zou om die reden niet langer standaard mogen zijn bij oudere patiënten met stadium III dikkedarmkanker. 

lees verder

Oudere leeftijd speelt grote rol bij krijgen palliatieve, systemische therapie

Bij patiënten met dikkedarmkanker en metachrone metastasen (stadium IV) speelt een hoge leeftijd (vanaf 75 jaar) een belangrijke rol bij het wel of niet krijgen van palliatieve, systemische therapie. Zelfs bij oudere patiënten, geselecteerd voor het volgen van een gecombineerde therapie met CAPOX, wordt de behandeling in de praktijk vaak eerder gestaakt. Dat concluderen Lieke Razenberg (Catharina Ziekenhuis, IKNL) en collega’s in een population-based studie verschenen in Geriatric Oncology. De onderzoekers signaleren verder een aanzienlijke variatie tussen ziekenhuizen in het voorschrijven van palliatieve, systemische therapie, met name bij patiënten van 75 jaar of ouder.

lees verder