Licht dalende trend spierinvasief blaascarcinoom onder mannen na 2011

Er is een licht dalende trend waarneembaar in het risico voor mannen in Nederland om met een spierinvasief blaascarcinoom gediagnosticeerd te worden en om aan deze ziekte te overlijden. Voor vrouwen is het tegenovergestelde het geval. Deze trends hebben voornamelijk te maken met veranderingen in het rookpatroon enkele decennia geleden, schrijven dr. Katja Aben (senior-onderzoeker IKNL), dr. Toine van der Heijden (uroloog, Radboudumc) en prof. dr. Lambertus Kiemeney (epidemioloog, Radboudumc) in een artikel in het Tijdschrift voor Urologie. 

Blaaskanker behoort tot een van de meest voorkomende vormen van kanker in Nederland. Het is de vierde vorm van kanker bij mannen (inclusief Ta) en ook bij de vrouwen behoort blaaskanker inmiddels tot de top tien van meest voorkomende maligniteiten. In het artikel in het Tijdschrift voor Urologie bespreken de auteurs de trends in incidentie, sterfte, overleving en behandeling van primair spierinvasief blaascarcinoom gedurende de afgelopen 25 jaar op basis van gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie. 

Belangrijkste resultaten 
In de periode 1989–2013 nam het aantal mensen dat gediagnosticeerd is met een primair spierinvasief blaascarcinoom in Nederland toe van ongeveer 1.000 in 1989 tot bijna 1.600 in 2013. Bij ruim tweederde van deze patiënten ging het om mannen. Vanaf 2011 lijkt het absolute aantal mensen met een spierinvasief blaascarcinoom af te nemen, met name als gevolg van het feit dat minder mannen gediagnosticeerd worden met deze ziekte.  

De in opzet curatieve behandeling van patiënten onder de 75 jaar met een spierinvasief blaascarcinoom (cT2-cT4aN0M0) bestaat overwegend uit cystectomie, in toenemende mate gecombineerd met neoadjuvante chemotherapie. Bij patiënten met een spierinvasief blaascarcinoom die ouder zijn dan 75 jaar, heeft radiotherapie de overhand, hoewel ook in deze patiënten een cystectomie steeds vaker wordt toegepast. 

Opvallend is dat de laatste decennia de relatieve vijfjaarsoverleving (als benadering voor de kankerspecifieke overleving) van het spierinvasief blaascarcinoom niet is verbeterd. De vijfjaarsoverleving ligt rond de 33-35% en is voor de gehele periode voor mannen beter dan voor vrouwen.  

Sterftekans 
De postoperatieve sterfte, uitgedrukt als sterfte binnen 30 dagen na cystectomie, nam af van 3,0 % in de periode 2008–2010 naar 2,4 % in de periode 2005–2007. In de meest recente periode 2011–2013 nam de 30-dagenmortaliteit niet verder af. De sterftekans binnen 90 dagen is door de jaren heen steeds verder verbeterd van 8,0 % in 2005–2007 via 7,1 % in 2008–2010 naar 6,0 % in 2011–2013. De verbetering van de postoperatieve sterfte is waarschijnlijk deels te verklaren vanuit de concentratie van zorg voor patiënten met spierinvasieve blaaskanker en het opstellen van volumenormen door de Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU). 
 

Gerelateerd

Impact van blaaskanker neemt komende decennia wereldwijd fors toe

Blaaskanker staat wereldwijd in de top tien van meest voorkomende vormen van kanker met circa 550.000 nieuwe gevallen per jaar. Tot nu toe is de impact van blaaskanker het grootst in ontwikkelde landen, maar de verwachting is dat dit de komende decennia gaat verschuiven naar ontwikkelingslanden (vooral in Afrika) onder invloed van demografische veranderingen (bevolkingsgroei en vergrijzing) en toegenomen blootstelling aan risicofactoren, zoals het roken van tabak. Dat blijkt uit een publicatie van Anke Richters en Katja Aben (IKNL) in samenwerking met Bart Kiemeney (Radboudumc) in World Jourmal of Urology.

lees verder