hand patholoog met objectglaasje

Significante verschillen in voorkeur behandelopties bij leverkanker 2009-2016

Patiënten met leverkanker kregen in de periode 2009-2016 vaker een kankerbehandeling en hadden mede daardoor een betere overleving. Tegelijkertijd signaleren Margot Reinders (UMCU) en collega’s dat er nog significante verschillen waren tussen de regio’s wat betreft het type verrichtte behandelingen. Volgens de onderzoekers is het wenselijk de potentiële bijdrage van centralisatie van diagnostiek en behandeling van leverkanker te verkennen om de uitkomsten voor deze patiënten verder te verbeteren.

Het doel van deze studie was de trends te evalueren in incidentie, diagnoses, behandeling en overleving van patiënten met leverkanker in Nederland. Hiervoor werden data gebruikt uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) van patiënten met leverkanker in de periode 2009 tot en met 2016. De trends in incidentie en diagnoses en verschillende behandelmodaliteiten en regionale behandelvoorkeuren werden geanalyseerd. Levertransplantaties werden niet meegenomen in de analyses vanwege onvolledigheid van de gegevens. De overleving werd geëvalueerd met Kaplan-Meier-curves en multivariabele Cox-regressieanalyses.

Incidentie

In de periode 2009-2016 werden in totaal 3.838 patiënten gediagnosticeerd met leverkanker. De incidentie van leverkanker in Nederland is relatief laag, maar blijft wel stijgen sinds de start van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) in 1989, vooral bij mannen. Deze toename kan verklaard worden door het stijgend aantal mensen met risico op het ontwikkelen van leverkanker, waaronder niet-alcoholische leververvetting. Ook verbeteringen in diagnostiek kunnen bijgedragen hebben aan de verhoogde incidentie.

Behandeling

De onderzoekers zagen een duidelijke daling in het percentage patiënten dat een tumorbiopsie kreeg, namelijk van 51% in de periode 2009-2010 naar 42% in 2015-2016. Het aandeel patiënten dat een oncologische behandeling kreeg, steeg van 49% in de periode 2009-2010 naar 57% in 2015-2016, vooral door toename van chirurgische resectie, radiofrequente ablatie en microgolfablatie.

Regionale verschillen

Het aantal ziekenhuizen dat chirurgische resecties uitvoerde of behandeling voorschreef met proteïnekinaseremmers (sorafenib) daalde licht. Tegelijkertijd steeg het aantal ziekenhuizen dat sporadisch een ablatie uitvoerde (minder dan één ablatie per jaar). De onderzoekers signaleren verder significante verschillen tussen de regio’s (na correctie voor specifieke kenmerken) in het geven van chirurgische resectie, radiofrequente ablatie en microgolfablatie, transarteriële chemo-embolisatie en radio-embolisatie.

Deze regionale variatie wordt ook in andere Westerse landen waargenomen. Mogelijke verklaringen zijn regionale voorkeuren bij behandelopties met vergelijkbare uitkomsten en de beschikbaarheid van expertise, die weer kan samenhangen met verschillende snelheden in de implementatie van nieuwe technieken.

Overleving

De 1-, 3- en 5-jaarsoverleving van patiënten met leverkanker verbeterde significant in de periode 2009-2016. Het krijgen van een kankerbehandeling hing samen met een toename van de overleving, terwijl zowel een oudere leeftijd als een gevorderd tumorstadium samenhingen met een lagere overleving. De toename in de overleving kan volgens de onderzoekers niet uitsluitend toegeschreven worden aan stijging van het aantal kankerbehandelingen.

Na correctie voor kankerbehandeling met behulp van multivariabele Cox-regressieanalyse schoven de risicoverhoudingen voor de opeenvolgende tijdsperiodes weliswaar op richting 1, maar de significante verschillen tussen periodes verdwenen niet. Mogelijk dat vroege detectie heeft bijgedragen aan een betere overleving, aangezien er een tendens is om gediagnosticeerd te worden met een vroeger tumorstadium. Ook een betere behandeling van een onderliggende leverziekte kan bijgedragen hebben aan de verbeterde overleving.

Conclusies en aanbevelingen

Margot Reinders en collega’s concluderen dat patiënten met leverkanker in Nederland in de periode 2009-2016 vaker een behandeling kregen en een verbeterde overleving laten zien. De onderzoekers signaleren significante verschillen in het type behandelingen tussen de diverse regio’s. De potentiële bijdrage aan verbetering van de uitkomsten voor deze patiënten door centralisatie van leverkankerbehandeling zou verder verkend moeten worden.

Centralisatie van zorg

Sinds 2014 werken medische centra in Nederland samen in de Dutch Hepatocellular & Cholangiocarcinoma Group (DHCG) om gezamenlijke, klinische studies te bevorderen en de kwaliteit van zorg voor patiënten met leverkanker te verbeteren. Vanaf 2020 is de behandeling van leverkanker onderdeel van landelijke standaarden voor multidisciplinaire, oncologische samenwerking (SONCOS). Vanwege de lage incidentie van leverkanker in Nederland wordt in de huidige richtlijn (2013) geadviseerd om diagnose en behandeling in expertisecentra uit te voeren.

Aangezien het aantal ziekenhuizen in Nederland met een hoog behandelvolume beperkt is, zou volgens de onderzoekers sporadische behandeling van primaire leverkanker ontmoedigd moeten worden. Mede omdat eerder onderzoek heeft aangetoond dat de overleving van patiënten met lokale of regionale verspreiding van de ziekte samenhangt met het behandelvolume per ziekenhuis of per behandelend arts.

 

Gerelateerd

CAIRO5: studie naar optimale therapie irresectabele levermetastasen

Patiënten met dikkedarmkanker en levermetastasen hebben een slechte prognose. Indien chirurgie niet direct mogelijk is, kan geprobeerd worden om met systemische therapie deze metastasen zodanig te verkleinen dat resectie in tweede instantie toch haalbaar is. Welke chemotherapie hierbij het beste werkt, is tot dusver niet bekend. Ook is er internationaal nog geen consensus welke levermetastasen resectabel zijn en welke niet. Joost Huiskens, prof. Cornelis Punt, prof. Thomas van Gulik (AMC Amsterdam) en collega’s geven in een publicatie in BMC Cancer een toelichting op de CAIRO5-studie die antwoord moet gaan geven op deze en andere vragen.

lees verder