Aandeel resecties bij chirurgische exploratie alvleesklierkanker toegenomen

Het aantal patiënten met alvleesklierkanker dat een chirurgische exploratie inclusief resectie kreeg, is tussen 2009 en 2013 in Nederland toegenomen. Toch blijkt dat een derde van de patiënten die in deze periode een chirurgische exploratie kreeg uiteindelijk géén alvleesklierresectie onderging. Dat schrijven Lydia van der Geest (IKNL) en collega’s in een publicatie in de British Journal of Surgery. Onder patiënten die geen resectie kregen, bleek de 30-dagensterfte tweemaal zo hoog dan bij patiënten die wel een tumorresectie kregen. Hoewel sprake is van een dalende trend van het aantal patiënten zonder resectie tijdens chirurgische exploratie, is de omvang volgens de onderzoekers nog steeds zorgwekkend. 

Ondanks diverse verbeteringen in diagnostische beeldvormingstechnieken en stadiëring van tumoren, wordt niet-resectabele alvleesklierkanker in de praktijk nog vaak ontdekt tijdens een operatie met curatieve intentie. In deze landelijke studie zijn de uitkomsten geëvalueerd van patiënten met niet-resectabele alvleesklierkanker aangetroffen tijdens chirurgische exploratie met curatieve intentie. 

Opzet studie en resultaten 
In de studie werden alle patiënten geïncludeerd die tussen 2009-2013 zijn opgenomen in de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) met de diagnose primaire (adeno)alvleesklierkanker. Voorspellers van niet-resectabele tumoren, 30-dagensterfte en slechte overleving werden door de onderzoekers geëvalueerd met behulp van logistische en Cox-regressieanalyses. 

Tijdens de bestudeerde periode werden 10.595 patiënten met alvleesklierkanker geregistreerd. Het percentage patiënten dat chirurgische exploratie kreeg, steeg van 20% naar 27%. Onder de 2.356 patiënten die een chirurgische exploratie kregen, steeg het aantal patiënten met een tumorresectie van 62% in 2009 naar ruim 71% in 2013, terwijl het aandeel patiënten met gemetastaseerde ziekte (18,5 procent van alle operaties) stabiel bleef.  


Trend over de tijd van percentage niet-resecties (lijn), en stadium M0 en M1, ten opzichte van chirurgische exploraties bij patiënten met alvleesklierkanker tussen 2009 en 2013 in Nederland. 

Toename 30-dagensterfte 
Patiënten met uitsluitend chirurgische exploratie vertoonden een toename van de 30-dagensterfte in vergelijking met patiënten die een tumorresectie kregen (7,8 tegen 3,8%). In de groep niet-resectabele patiënten zonder afstandsmetastasen (n = 383) en met afstandsmetastasen (n = 435) tijdens chirurgische exploratie, bedroeg de 30-dagensterfte 4,7% respectievelijk 10,6%, de mediane overleving 7,2 respectievelijk 4,4 maanden en de 1-jaarsoverleving 28% respectievelijk 13%. 

Conclusie en aanbevelingen 
Lydia van der Geest en collega’s concluderen dat het aandeel exploraties en resecties bij patiënten met alvleesklierkanker tussen 2009 en 2013 is toegenomen, maar dat een derde van de patiënten die een chirurgische exploratie kreeg uiteindelijk géén resectie onderging. Bij chirurgie zonder resectie lag de 30-dagensterfte twee keer zo hoog vergeleken met patiënten die wel een tumorresectie kregen.  

Ondanks een dalende trend van het aantal patiënten zonder resectie tijdens chirurgische exploratie, is de omvang volgens de onderzoekers nog steeds zorgwekkend. Op basis van wetenschappelijke literatuur over de meerwaarde van diagnostische laparoscopie, zien de onderzoekers een rol voor diagnostische laparoscopie in dezelfde sessie als een laparotomie om het aantal patiënten dat een operatie krijgt zonder resectie te verminderen. 

Aan deze studie werkten mee onderzoekers en chirurgen van IKNL, Erasmus MC (Rotterdam), Catharina Ziekenhuis (Eindhoven), Radboudumc (Nijmegen), St Antonius Ziekenhuis (Nieuwegein) en Academisch Medisch Centrum (Amsterdam). 
 

  • Van der Geest LGM, Lemmens VEPP, de Hingh IHJT, van Laarhoven CJHM, Bollen TL, Nio CY, van Eijck CHJ, Busch ORC, Besselink MG en de Dutch Pancreatic Cancer Group: ‘Nationwide outcomes in patients undergoing surgical exploration without resection for pancreatic cancer’. Br J Surg. 2017 Aug 22.

  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl  

Gerelateerd

Betere behandeling nodig voor minder fitte patiënten met alvleesklierkanker

Patiënten met alvleesklierkanker die ouder zijn dan 70 jaar krijgen minder vaak een operatie doordat zij vaak een slechtere conditie en/of bijkomende aandoeningen hebben. Als een arts hen volgens de richtlijn behandelt met operatie en chemotherapie, dan lopen zij een verhoogd risico op vroegtijdige sterfte. Dat blijkt uit het proefschrift van Lydia van der Geest, onderzoeker bij IKNL en de Dutch Pancreatic Cancer Group, de landelijke multidisciplinaire werkgroep voor alvleesklierkanker. De richtlijn alvleesklierkanker biedt geen passende alternatieve behandeling voor deze patiënten. Volgens de promovendus moet de medische richtlijn aangevuld worden met specifieke aanbevelingen voor oudere patiënten, zoals een zorgvuldige afweging van een mogelijke operatie en gerichte inzet van chemotherapie. 

lees verder

Proefschrift: plan B nodig voor kwetsbare ouderen met pancreascarcinoom

Oudere patiënten met pancreascarcinoom krijgen minder vaak een behandeling volgens de richtlijnen en wanneer ze wel een behandeling krijgen, lopen ze een verhoogd risico op slechtere uitkomsten, zo blijkt uit het proefschrift van Lydia van der Geest. Binnen oudere leeftijdsgroepen komen echter grote verschillen voor wat betreft ‘functionele leeftijd’ of ‘risicoprofiel’. Ze pleit daarom voor opname van een ‘plan B’ in richtlijnen ofwel de best mogelijke behandeling voor minder fitte, oudere patiënten die nu geen behandeling krijgen en voor patiënten die een sterk verhoogd risico hebben op ongewenste uitkomsten. Daarnaast toont ze onder meer aan dat chirurgische risico’s van oudere patiënten lager zijn in ziekenhuizen met een hoog behandelvolume.

lees verder