Behandeling

Niet-chirurgische therapieën reduceren risico op regionaal recidief borstkanker

Niet-chirurgische therapieën reduceren risico op regionaal recidief borstkanker

Radiotherapie als onderdeel van een borstsparende behandeling, chemotherapie en hormonale therapie reduceren elk het risico op een regionaal recidief met minstens de helft bij vrouwen met primaire borstkanker en een negatieve uitslag van de schildwachtklierprocedure. Dat blijkt uit onderzoek van Julia van Steenhoven (Diakonessenhuis Utrecht) en collega’s. Deze bevindingen bieden een verklaring voor de discrepantie tussen het aandeel vals-negatieve biopsieën en kans op een regionaal recidief bij deze groep patiënten.

lees verder

Overleving oudere CML-patiënten blijft achter; ook in tijdperk van TK-remmers

Overleving oudere CML-patiënten blijft achter; ook in tijdperk van TK-remmers

De relatieve overleving van patiënten met chronische myeloïde leukemie (CML) is sinds 2001 significant verbeterd onder oudere patiënten in Nederland. Deze toename hangt zeer waarschijnlijk samen met de introductie en ruimere inzet van doelgerichte tyrosinekinase (TK)-remmers vanaf 2001. Dat neemt volgens Geneviève Ector (Radboudumc, IKNL) en collega’s niet weg dat de oversterfte onder oudere patiënten met CML nog steeds aanwezig is. Toekomstig onderzoek kan uitwijzen wat de achterliggende oorzaken zijn.

lees verder

Huidige leeftijdsindeling voor follow-up van borstkanker is suboptimaal

Huidige leeftijdsindeling voor follow-up van borstkanker is suboptimaal

De huidige, op leeftijdsgroepen gebaseerde, aanbevelingen voor de follow-up volgend op de eerste vijf jaar follow-up van borstkanker zijn suboptimaal. Dat concluderen Annemieke Witteveen (Universiteit Twente) en collega’s aan de hand van een studie met gegevens van ruim 18.500 patiënten uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Om tot een echt gepersonaliseerde follow-up te komen, die het feitelijke risico op terugkeer van de ziekte beter reflecteert, dient met meer factoren rekening gehouden te worden.

lees verder

Overleving vroege baarmoederhalskanker gelijk per chirurgische benadering

Overleving vroege baarmoederhalskanker gelijk per chirurgische benadering

Patiënten met een vroeg stadium van baarmoederhalskanker, met name tumoren kleiner dan 2 cm, hebben een vergelijkbare overleving na behandeling met abdominale of laparoscopische radicale hysterectomie. Dat blijkt uit onderzoek van Hans Wenzel (IKNL, UMCG) en collega’s met data uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Hoewel deze bevindingen in lijn zijn met de resultaten in recente literatuur, wordt prospectief, gerandomiseerd onderzoek aanbevolen om de exacte rol van de laparoscopische radicale hysterectomie vast te stellen.

lees verder

Ook patiënten met dun melanoom (1 mm) stratificeren in hoog of laag risico 

Ook patiënten met dun melanoom (1 mm) stratificeren in hoog of laag risico 

Hoewel de prognose van patiënten met een dun melanoom (Breslow-dikte 1 mm) uitstekend is op populatieniveau, kunnen sommige patiënten sterven aan de gevolgen van een dun melanoom. Daarom zouden deze patiënten beter gestratificeerd moeten worden in hoog of laag risico, omdat dit diagnostische en therapeutische consequenties heeft in tijden van gepersonaliseerde zorg. Dat stellen Loes Hollestein (Erasmus MC, IKNL) en Tamar Nijsten (Erasmus MC) in een commentaar in de British Journal of Dermatology.

lees verder

Geen verschillen overleving na CRS + HIPEC met mitomycin C of oxaliplatin

Geen verschillen overleving na CRS + HIPEC met mitomycin C of oxaliplatin

Welke medicatie is beter bij cytoreductieve chirurgie en HIPEC-behandeling bij patiënten met colorectale synchrone peritoneale metastasen, mitomycine C of oxaliplatin? Checca Bakkers (Catharina Ziekenhuis, Eindhoven) en collega’s concluderen op basis van NKR-data dat er geen significante verschillen zijn in de langetermijnoverleving na HIPEC met mitomycine C of oxaliplatin. Een unieke studie naar wereldwijd de meest gebruikte medicatie, mede mogelijk doordat alle centra in Nederland hetzelfde behandelprotocol hanteren.

lees verder

Minder dan 5% stadium IIIA NSCLC-patiënten kreeg neoadjuvante therapie

Minder dan 5% stadium IIIA NSCLC-patiënten kreeg neoadjuvante therapie

Tussen 2010 en 2016 werd slechts 4,5% van de patiënten met stadium IIIA niet-kleincellige longkanker (NSCLC) geselecteerd voor behandeling met neoadjuvante therapie gevolgd door een chirurgische resectie. Dat blijkt uit onderzoek van Pieter Joosten, Koen Hartemink (NKI-AvL) en collega’s. De absolute 5-jaarsoverleving van deze patiënten lag boven de 50%, wat relatief hoog is in vergelijking met recente fase-III-trials. In verband met mogelijke overstadiëring wordt overschatting niet uitgesloten.

lees verder

Bij behandeling van zeldzame kanker van bot of weke delen ontbreekt nog te vaak de juiste expertise

Bij de behandeling van kanker van de weke delen is verbetering nodig: bij een op de drie patiënten is niet de juiste expertise betrokken bij de behandeling. Dit blijkt uit het rapport ‘Sarcomenzorg in Nederland’ dat IKNL vandaag in samenwerking met experts en patiënten uitbrengt. Sarcomen zijn zeldzame, kwaadaardige tumoren van bot of weke delen. Expertisecentra zijn gespecialiseerd in de diagnose en behandeling van deze kankers, maar zij worden niet altijd betrokken bij de zorg voor patiënten.

lees verder